LAATBLOEISTER GEDIJT BIJ GOEDE SFEER

Een talent is ze nooit geweest. Maar zwemster Kirsten Silvester is, als ze het komend half jaar vormbehoud toont, al zeker van een startbewijs op het WK in september volgend jaar. Afgelopen weekeinde won ze op de nationale winterkampioenschappen in Hengelo de 200 meter vlinderslag.

Kirsten Silvester voelt zich oud. Heel oud zelfs. “Bijna bejaard”, zegt ze lachend. Toch is ze pas 22 jaar. Wel een leeftijd waarop de meeste zwemsters het wedstrijdbadpak allang hebben opgeborgen, omdat ze de vele trainingsuren geestelijk niet meer kunnen opbrengen. Trainingsuren die nodig zijn om de steeds jonger wordende concurrentie serieuze tegenstand te kunnen blijven bieden. Maar Silvester denkt nog niet aan stoppen. De dagelijkse gang naar het zwembad maakt ze nog altijd met het grootste plezier. En de prestaties mogen er toch ook nog steeds zijn?

Het zwembad waar Silvester gewoonlijk haar trainingsuren maakt, ligt in Ann Arbor, een universiteitsstadje ten westen van Detroit. In september 1989 vertrok zij naar de Verenigde Staten. Om er met een beurs wiskunde en statistiek te studeren, maar vooral om er te zwemmen. Na aanvankelijk op een kleine universiteit te hebben gezeten, staat ze sinds ruim twee jaar ingeschreven aan de University of Michigan, op zwemgebied een van de beste universiteiten van Amerika.

Eigenlijk wilde ze al twee jaar eerder naar Amerika. Van Conny van Bentum, die ook enkele jaren met een zwembeurs in de VS had doorgebracht, had ze enthousiaste verhalen gehoord. Ook dat het zo makkelijk was om zo'n beurs te krijgen, “hoe goed of slecht je ook bent”. Maar toen ze eens ging informeren, bleek dat tegen te vallen. “Ik was toen ook nog helemaal niet goed. Ik zwom tijden waar een hele hoop meisjes in Nederland onder bleven.”

Verrassend was dat nauwelijks, want Silvester gold nooit als een talent. “Ze had aanleg, maar zeker geen talent”, zegt Marianne Heemskerk, trainster bij UZSC in Utrecht die Silvester als kind twee jaar trainde. “Maar daar stond tegenover dat ze trainen leuk vond. Er lol aan beleefde. Het maakte zelfs niet uit met voor programma je haar het water in stuurde, ze deed het gewoon. Bij andere, meer getalenteerde meisjes lag dat wel eens anders. Daarom zijn velen van hen er niet, en Kirsten uiteindelijk wel gekomen.”In de zomer van 1989 nam Silvester deel aan de Europese kampioenschappen. Haar eerste grote internationale optreden. Op de 400 meter vrije slag reikte ze tot de kleine finale. Als lid van de estafetteploeg won ze een zilveren medaille op de vier keer 200 meter vrije slag. Twee maanden later zat ze met een zwembeurs in Amerika.

In Michigan is ze volgens Heemskerk, die op de Olympische Spelen van 1960 in Rome zilver won op de 100 meter vlinderslag, pas echt “kei- en keihard gaan trainen. Daarom is ze nu, ondanks haar leeftijd, ook nog niet opgebrand.” Heemskerk weet uit haar ervaring als zwemster en trainster dat topzwemmers hooguit zes, zeven jaar in staat zijn om de dagelijkse zware trainingsschema's te volgen. “Lichamelijk zouden ze nog wel een paar jaartjes langer door kunnen gaan. Per dag tien tot zestien kilometer zwemmen kan het lichaam wel een tijdje aan. Maar geestelijk knapt er vrijwel altijd iets na zo'n periode waarin eigenlijk alles om het zwemmen draait.” Heemskerk meent daarom dat Silvester nog wel even mee kan aan de top. De Odijkse begon zich immers pas aan keiharde trainingsschema's te onderwerpen op een leeftijd waarop andere zwemsters het onderhand wel welletjes vinden.

In september volgend jaar start Silvester voor Nederland, mits ze de komende maanden vormbehoud toont, op de Wereldkampioenschappen in Rome. Die uitverkiezing dankt ze aan haar optreden op de Universiade, de sterk bezette internationale studentenkampioenschappen die afgelopen zomer in het Amerikaanse Buffalo werden gehouden. Daar won ze niet alleen brons op de 200 meter vlinderslag, maar bleef ze ook onder de richttijd die de KNZB voor het WK heeft gesteld.

Als gevolg van haar deelname aan de Universiade kon ze niet starten op de vrijwel gelijktijdig gehouden Europese kampioenschappen. Een bewuste keus, de Universiade, omdat ze geen zin had in de slechte sfeer die volgens haar zeggen kenmerkend is voor de nationale vrouwenploeg. “Er is altijd wel wat. Tussen de meisjes onderling bestaat absoluut geen respect voor elkaar. Er lopen enkele meisjes rond met een air van 'ik ben goed en jij mag enkel en alleen aan deze kampioenschappen deelnemen omdat we nog iemand voor de estafettes nodig hadden'. Ik weet niet precies waar die houding vandaan komt. Maar misschien zijn Nederlanders, denk ik wel eens, bang om gewoon aardig te zijn. Omdat ze denken dat anderen dan meteen over hen heen zullen lopen.”In Amerika is dat anders, weet ze uit ervaring. “Come on, push yourself. You can do it. Iedereen moedigt elkaar constant aan, tijdens trainingen èn wedstrijden. De teamspirit is enorm. Terwijl iedereen natuurlijk net zo goed als in Nederland gewoon concurrent van elkaar is. Volgens mij presteer je in een goede sfeer altijd beter. Ik zeker.”Het Wereldkampioenschap zal ze in ieder geval niet aan zich voorbij laten gaan, zegt ze in Hengelo, waar ze dit weekeinde deelnam aan de nationale winterkampioenschappen. Ze was vanwege Kerstmis toch even in Nederland. En passant en met jetlag in de benen werd ze eerste op de 200 meter vlinderslag. Een slag en afstand waarop ze zich pas sinds anderhalf jaar serieus heeft toegelegd. Tot die tijd ging haar voorkeur uit naar de middellange afstanden op de vrije slag.

In Amerika zal ze zich gaan voorbereiden op het WK. Daar, in het vijftigmeterbad van de University of Michigan waar ook Marcel Wouda zijn baantjes trekt, heeft ze geen last van recreatieve zwemmers of 'bommetjes springende' kinderen, omstandigheden waarmee toppers in Nederland nogal eens geconfronteerd worden. Het universiteitsbad staat namelijk exclusief ter beschikking aan de ongeveer 60 topzwemmers en -sters. Hetzelfde geldt voor het 'state of the art' krachthonk, waar ook droogzwemapparaten ter verbetering van de techniek staan opgesteld. “Het is allemaal vreselijk professioneel. Ook waar het de coaching en begeleiding betreft. Alleen daardoor ga je al harder zwemmen.”

Na de Wereldkampioenschappen wil ze stoppen. Of in ieder geval een stap terug doen. En nee, Atlanta 1966 maakt “absoluut” geen deel uit van haar toekomstplannen op sportief gebied. Het zou natuurlijk ook al te dol zijn, een 'bejaarde' die zich in de strijd werpt voor een Olympische medaille.