Kabinet wijzigt reglement; Ontslag van bewindslieden eenvoudiger

PAG. 3 ONTSLAG MINISTERS

DEN HAAG, 20 DEC. Het huidige kabinet wil het reglement van orde van de ministerraad zodanig wijzigen dat ministers en staatssecretarissen eerder kunnen worden ontslagen. Dit blijkt uit stukken voor de ministerraad.

Concreet gaat het om de bepaling dat de minister-president op eigen initiatief zijn collega's in de ministerraad kan voorstellen een minister of staatssecretaris te ontslaan. In de toelichting op het betreffende artikel wordt er vanuit gegaan dat de minister-president alvorens hij een dergelijk voorstel doet met de politieke leiders van de in het kabinet vertegenwoordigde partijen zal overleggen.

De voorgestelde wijziging van het reglement van orde is opmerkelijk omdat er tot nu toe rekening mee werd gehouden dat er slechts iets naders zou worden bepaald over de bevoegdheid van de minister-president om bepaalde punten op de agenda van de ministerraad te zetten. Dit vloeit voort uit de discussies over bestuurlijke en staatsrechtelijke vernieuwing. In die discussie heeft ook het benoemings- en ontslagrecht voor de minister-president gespeeld. De conclusie was echter toen dat het om aanpassingen ging die zo verstrekkend zouden kunnen zijn dat daarvoor een wijziging van de grondwet noodzakelijk zou zijn. De procedure die het kabinet nu volgt - een wijziging van het reglement van orde - betekent dat niet eens de Raad van State om advies hoeft te worden gevraagd.

Premier Lubbers is voorstander van het vaker wisselen van ministers en staatssecretarissen. In een vraaggesprek met deze krant van afgelopen vrijdag zei Lubbers dat hierover minder verkrampt moest worden gedaan. Volgens hem wordt er te automatisch vanuit gegaan dat ministers de volle termijn blijven zitten.

Uit de voorgestelde wijziging van het reglement van orde blijkt dat er bij benoeming en ontslag sprake is van een collectieve verantwoordelijkheid. Maar in tegenstelling tot nu kan de minister-president formeel het initiatief nemen voor een dergelijke discussie. Bovendien zou de voorgestelde wijziging een breuk betekenen met het beginsel dat een bewindspersoon aftreedt als hij niet langer het vertrouwen van de Tweede Kamer geniet. Strikt theoretisch zou volgens het nieuwe reglement een minister moeten vertrekken als hij het vertrouwen van de minister-president verliest, ongeacht de vraag of hij nog wel het vertrouwen van de Kamer heeft.