Jos Brink scoort met guitigheden uit de oude doos

Voorstelling: Non-actief, door Jos Brink. Spelers: Jos Brink, Lucie de Lange, Jacqueline Aronson, Josta Rutten en Raymond Kurvers. Toneelbeeld: Jan Aarntzen. Regie: Paul van Ewijk. Gezien: 15/12 in de Stadsschouwburg, Haarlem.

“Oh, oh, oh, wat hangen we weer de guitige schrijver uit,” zegt de non die in het blijspel Non-actief van Jos Brink werkster wordt bij een weduwnaar en dus een verhouding met hem krijgt. Als haar tegenspeler kijkt Brink, in de rol van een succesvol romancier, even op zijn neus. Maar toen hij, als de auteur van het stuk, zelf die regel schreef, moet hij zich één ogenblik van introspectie hebben veroorloofd: inderdaad, wat hangt hij hier de guitige schrijver uit. Als een vleesgeworden kwinkslag loopt hij rond - in een voorstelling die van louter snedigheden aan elkaar hangt.

Ook in eerdere stukken van zijn hand, zoals Bessen en Een nieuwe dood, kon Jos Brink niet altijd de verleiding weerstaan zijn toevlucht te nemen tot een terzijde uit één van de oude moppenboeken die hij blijkbaar altijd binnen handbereik heeft. Toen bleef alles echter in dienst staan van de intrige en de karakteropbouw. Non-actief is daarentegen, van de titel tot en met de aan My fair lady herinnerende slotzin, één aaneenschakeling van eerder vertoonde vondsten en moppen uit het voormalige conférenciersrepertoire: “Toen ik geboren werd, was ik zó lelijk dat de dokter mijn moeder sloeg.”

Alle dialogen zijn zo geconstrueerd dat er snel weer een mop kan komen. Met als gevolg dat de intrige en de personages - weduwnaar, non, twee typische blijspelkinderen en een kluchtfiguurtje - zijn gedegradeerd tot dragers van grappen. Niets is meer geloofwaardig, alle wendingen komen uit de lucht vallen en van consequente karakters is geen sprake. Het is onmogelijk te geloven in het verdriet van de man om zijn overleden vrouw, als hij eerst luidkeels de Witz met de langste baard van de hele avond heeft gedebiteerd: “Ze is dood. Tenminste, dat hoop ik. We hebben haar anderhalf jaar geleden begraven.” En des te mallotiger dat er dan óók af en toe nog aforistische doordenkers voorbij komen en sentimentele uitingen van ouder- en kinderliefde.

Het is, alles bij elkaar, een gammel allegaartje vol irrelevante zijpaden ten behoeve van grappen die nergens op slaan - en zelfs één keer een preekje verpakt in een mop. Als hoofdrolspeler tracht Brink van de hoofdfiguur een soort professor Higgins te maken, maar meer dan een onhebbelijke man heeft hij helaas niet geschreven. En hij wordt omringd door schertsfiguren, al is aan Lucie de Lange (als de werkster) af te zien dat ze een betere rol had kunnen spelen. Te oordelen aan de reacties van het publiek was dat overigens absoluut niet nodig geweest: de voorstelling oogstte gisteravond de ene lach na de andere.