Jeths laat de viool zingen, zuchten en hevig wenen

Concert: Nieuw Sinfonietta Amsterdam o.l.v. Lev Markiz m.m.v. Peter Brunt, viool. Radio 4 Avro 29/12 20.00 uur.

Waarom werd ik zaterdagavond in de Grote Zaal van het Concertgebouw zo sterk herinnerd aan heiligenafbeeldingen, met zagen en bijlen liefdevol gedrapeerd rond het hoofd van de martelaar?

Waarschijnlijk omdat Willem Jeths in de toelichting bij zijn nieuwe vioolconcert - in première bij Nieuw Sinfonietta Amsterdam op het eerste concert in de serie Metamorfosen - refereert aan instrumenten met een 'aureoolfunctie'. Jeths verdeelt het strijkorkest in een tutti-ensemble, dat in een ruwe Penderecki-stijl erop losborstelt en zaagt, tegenover een soort van engelenkoor in de vorm van negen verstemde strijkers, dat de vioolsolist voorziet van louter zoet gelispel: etherische boventonen als heiligenkrans.

Echt nieuw is dit niet, in de jaren zestig vormde het principe van een coïncidentia oppositorum (tegenstellingen verzoend binnen een groter geheel) een bijkans modieus uitgangspunt. Blijkbaar is het nodig dat het wiel voortdurend wordt uitgevonden.

Wat in Jeths vioolconcert stoort zijn tremolo-stoplappen die een loze opwinding veroorzaken. Sterk daarentegen zijn de wel degelijk geraffineerd toegepast glissandi: lange en buigzame lijnen in de viool als een klagend wenen. De expressiviteit herinnert aan Rihm's vioolconcert 'Gesungene Zeit'.

Willem Jeths bedacht ook zo'n extra titel: Glenz, ontleend aan het computerjargon, wat staat voor een driedimensionale projectie op een beeldscherm, waarmee de componist verwijst naar zijn opzet om diverse dimensies van één toon gelijktijdig te presenteren.

Wazige, dan wel fel contrasterende kleuren: ze staan allemaal in dienst van een hevige emotieoverdracht. Jeths - in wezen een romanticus - wil een spannend verhaal vertellen. 'Papieren' muziek schrijft hij niet, klinken doet het altijd wel, maar het schort hem vooralsnog aan timing: spannend wordt dan gauw langdradig en louter kleurverschillen kunnen het betoog niet dragen.

Zo mondt het vioolconcert uit in een suggestief glissando als een laatste zucht, helaas verzwakt door herhalingen. Jeths blijft maar zuchten, zoals ook het pizzicato-plofje van de solist een fraai slot zou opleveren, ware het niet dat ook dit effect onnodig wordt uitgesponnen.

Wat solist Peter Brunt zaterdagavond presteerde was heel bijzonder. Zijn viool bleef maar zingen in zeldzame puurheid, kamermuzikaal ingetogen, geen moment liet hij zich van de wijs brengen door het ruige borstelwerk van het contrasterend tutti-ensemble. Zowel Brunt als Jeths oogstten veel succes. De volgende concerten in de serie combineren Webern en Guus Jansen (dubbelconcert voor piccolo, klavecimbel en strijkorkest) en Schönberg en Jeff Hamburg (liederencyclus op Jiddische gedichten).