De Schreeuw

Ik weet nog dat we in het gastenboek van een berghut in Zwitserland schreven dat het er héérlijk was, en dat we daar voor alle duidelijkheid hallo boppers! aan toevoegden. Wij waren fans van Paul de Leeuw. We praatten net als hij en haalden steeds zijn grappen op. Dat was natuurlijk vóór hij werd gegrepen door de golf van zijn succes en als brandhout op de kust werd gesmeten.

Ik weet nog dat zijn programma een gebeurtenis was. Dat je op avonden met de Schreeuw eigenlijk niet van huis kon. Dat je haast niet goed werd van het lachen om die man. En dat hij tegelijkertijd ontroerend was. Want wat De Leeuw deed greep je aan. Want wat De Leeuw deed, dat was humor: wanhoop in een clownskostuum.

Ik weet nog dat het heftig in je siste als hij een afzwaaier produceerde. Want ja, hij waagde wat en wie wat waagt, die zit er weleens lelijk naast. Maar altijd eerlijk, welgemeend en toegewijd, en nooit goedkoop of makkelijk, want Paul de Leeuw, die schmierde niet.

Ik weet nog dat hij goed was, Paul de Leeuw. Ik kan haast niet geloven dat dat pas een jaar of twee geleden is.

Dus dat is televisie: een apparaat voor het opsporen van talent, dat vervolgens geruisloos om zeep wordt gebracht - een soort geavanceerde KGB.