Aantal jongeren dat soft drugs gebruikt gestegen

UTRECHT, 20 DEC. Het aantal jongeren dat hasj of marihuana gebruikt, is de afgelopen tien jaar sterk toegenomen. Alcohol wordt minder vaak gebruikt maar de scholieren die drinken, zijn dat méér gaan doen. Ruim de helft van de scholieren heeft wel eens gegokt.

Dat blijkt uit 'Jeugd en riskant gedrag', het eindrapport van een onderzoek naar roken, drugsgebruik en gokken onder jongeren vanaf tien jaar door het Nederlands Instituut voor Alcohol en Drugs (NIAD) in Utrecht. Het onderzoek werd uitgevoerd onder ruim tienduizend leerlingen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs.

Opvallende uitkomst is de sterke toename van het gebruik van soft drugs. Het percentage jongeren dat wel eens hasj of marihuana heeft gebruikt, is ten opzichte van eerdere onderzoeken verdrievoudigd, van 4,8 procent in 1984 tot 13,6 procent vorig jaar.

Scholieren komen ook steeds jonger in aanraking met soft drugs. Tien jaar geleden had 15 procent van de 18-jarigen en ouderen kennisgemaakt met cannabis, vorig jaar gold dat percentage al voor de veertien- en vijftienjarigen. Volgens het NIAD speelt het liberale drugsbeleid in Nederland daarbij een rol. Het gestegen gebruik van cannabis-produkten heeft volgens het onderzoek echter niet geleid tot een toename in het gebruik van hard drugs. Van de ondervraagde jongeren had één procent wel eens cocaïne of heroïne gebruikt, 3,3 procent slikte ooit XTC.

Het drinken van alcohol is in omvang iets teruggelopen, maar wordt wel ernstiger van aard, concluderen de onderzoekers. Terwijl het percentage jongeren dat ooit alcohol dronk iets is teruggelopen (van 69 procent in 1988 tot 64 procent vorig jaar), hebben degenen die regelmatig drinken hun consumptie opgevoerd. Ondanks de vele anti-alcohol-campagnes van de overheid is het percentage drinkende jongeren dat de laatste keer meer dan vijf glazen alcohol nuttigde sinds 1984 verdubbeld, tot 28 procent.

Voor het eerst is onderzoek gedaan naar het gokgedrag van scholieren. Ruim de helft (54 procent) blijkt wel eens te hebben gegokt, veelal op fruitautomaten in een snackbar. Een op de acht had in de maand voorafgaande aan het onderzoek nog op een fruitautomaat gespeeld.

In het rookgedrag van jongeren hebben zich geen drastische verschuivingen voorgedaan, wel zijn onder de jongste scholieren nu meer rokers dan in 1988. De structurele daling van het aantal rokers tussen 1984 en 1988 heeft zich niet voortgezet.

Om het gokken onder de jeugd tegen te gaan zijn verschillende gemeentes al begonnen het gebruik van fruitautomaten aan banden te leggen. Volgens het NIAD zouden dergelijke gokkasten geheel moeten worden geweerd uit voor jongeren gemakkelijk toegankelijke plekken als snackbars. Het instituut bepleit voorts een algehele bezinning op het preventiebeleid van de overheid, nu campagnes tegen het gebruik van alcohol en drugs geen effect lijken te sorteren.