Wraak aan de Vologne; Raadselachtige moordzaak brengt Frankrijk in opschudding

Bijna tien jaar na de dood van de vierjarige Gregory Villemin is zijn vader veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens moord op de vermeende moordenaar. Wie de familie Villemin jaren heeft bedreigd, wie hun kleuter daadwerkelijk van het leven heeft willen beroven, wat vader Jean-Marie uiteindelijk tot zijn dodelijke daad dreef, niets is intussen duidelijker geworden. Met het wanhopige compromis zoekt het verre, kleine Frankrijk vergeefs naar recht.

De verdachte kijkt niet. Zijn blik is naar binnen gericht. Wie weet wat hij ziet, welke waarheid hij met zich draagt. Het drama van zijn leven laat hem geen zichtbare gevoelens meer toe. Iedere Fransman weet wie Jean-Marie Villemin is. Niemand kent hem.

Een fijn gesneden gezicht, de nek gefixeerd, bewegingloze ogen achter een licht brilmontuur. De verdachte heeft iets lelieblanks. Ondanks alles. Zijn vierjarig zoontje is negen jaar geleden dood uit een riviertje in de Vogezen gevist, de handen samengebonden.

De verdachte wist wie het had gedaan. Justitie stuntelde met het onderzoek, moest de dader vrijlaten en richtte het onderzoek daarna op verdachtes vrouw, de moeder van het verdronken jongetje. Hij kocht een pistool en schoot de dader dood.

Negen jaar zijn voorbij gegaan, waarin het bewijsmateriaal steeds verder verkruimelt en de verdachte bij vlagen in de aanval gaat tegen iedereen die hem of Christine beschuldigt. Op 3 november begon eindelijk de rechtszaak tegen hem. Een dader of een slachtoffer in de beklaagdenbank?

Jean-Marie Villemin. Na jaren onthullingen, achterklap van familieleden en dorpsgenoten, blunderende rechters, kwebbelende politiemensen, en de beroemde schrijfster Marguérite Duras die Villemins vrouw literair executeerde, weet niemand hoe hij in elkaar zit.

De advocaat-generaal in zijn rode, met hermelijn afgezette toga, noemt hem zonder berouw, vol onverzadigde wraaklust, opnieuw in staat tot doodslag. Zijn advocaten wijzen het Hof op Jean-Marie Villemins lijdensweg van negen jaar. Breng hem terug bij zijn vrouw en twee kinderen, vòòr Kerstmis, smeken zij de jury.

Dinsdag 16 oktober 1984. Na een gewone werkdag in de fabriek haalt Christine Villemin haar zoontje Gregory af bij de oppas. Thuis gekomen gaat zij strijken, hij buiten spelen. Nog geen uur later is hij dood. Het ventje wordt levenloos uit de Vologne, een riviertje in het Vogezendorp Lépanges, gevist, de muts over de ogen, touwtjes om de armen. Het zelfde soort touwtjes worden later in zijn ouderlijk huis gevonden. Het is één van de tientallen verwarrende sporen in een zaak zonder logica of geluk.

Drama in een afgelegen dorp. Gaandeweg een cause célèbre in heel Frankrijk. Vanwege de ondoorgrondelijke karakters. De karikaturaal falende rechter van instructie. De blunderende gendarmerie. De pers op het detectivepad. Bekentenissen tegen betaling. Opwinding, en bovenal een volstrekt onbevredigd rechtsgevoel.

Donderdag, negen jaar en twee maanden na de verdrinking, is Gregorys vader veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens moord op de moordenaar. Dat is het enige wat zeker is. Wie de familie Villemin jaren heeft bedreigd, per brief en per telefoon, wie hun kleuter daadwerkelijk van het leven heeft willen beroven, wat vader Jean-Marie uiteindelijk tot zijn dodelijke daad dreef, niets is intussen duidelijker geworden. Het verre Frankrijk, het kleine Frankrijk heeft al die jaren de waarheid niet prijsgegeven. Het recht kreeg geen kans.

Het paleis van justitie in Dijon biedt een onweerstaanbaar middeleeuwse aanblik. Op het bordes verdringen zich kleumende mensen met tijdloze koppen. Hun analyses en verwensingen vervliegen als ademslierten in de vochtige decemberlucht. Wie toch naar binnen wil, wordt de voet dwars gezet. 'Die deur is op slot, meneer, met een hele grote sleutel. Niemand weet wanneer het verder gaat.''

Het. Het proces waarvoor zij komen, is een spektakel dat Frankrijk zeven weken in zijn greep heeft gehouden. Geen krant slaat het over. Alle radio- en tv-journaals melden van uur tot uur wat de moeder van Jean-Marie heeft gezegd, welk schoonzusje de vermoorde mogelijke dader nog heeft gezien, wie met wie rond het uur van de dood in een auto reed zonder degelijke verklaring. Heel Frankrijk kent het gebouw en de hoofdrolspelers, van buiten. Iedereen heeft zijn theorie.

Binnen zetten de Middeleeuwen zich voort. Een stenige hal, met de ramen en de hoogte van een vroeg-gothische kerk, waar zich af en toe een jurist in toga derwaarts spoedt. Dollende gendarmes voor de deuren waarachter Het gebeurt. Bij nadering van een vreemdeling stijven zij op. De heren van de pers bepalen zelf wie binnen mag. Zij halen een heer van de pers. Die heeft zo zijn reserves: 'Wij hebben liever niet dat men een dag of twee langskomt. Er is al zoveel raars geschreven. Maar ik zal zien wat ik voor u kan doen.''

In de zaal zit de verdachte als een opgezette vogel in een glazen kooi. Geflankeerd door twee solide politiemannen. Van autoriteit voorzien door een rijk bewerkt houten plafond troont op een verhoog het Hof van Assisen van de Côte d'Or: een president, twee beroeps-assessoren en negen anonieme burgers, leden van de jury - een medewerkster van de telefoondienst (43), een monteur (53), een vrouw, zonder beroep (44), een drogist (44), een boer (56), een gepensioneerde ondernemer (69), een vrouw van veertig, een gepensioneerde man (67) en een ingenieur (44).

Terzijde, op een afgetimmerde tribune, zit een batterij advocaten, voor de familie Villemin en voor de familie Laroche. Naar verluidt werken zij gratis, de landelijke bekendheid is hen genoeg. Op een eigen eilandje resideert de advocaat-generaal, de vertegenwoordiger van het openbaar ministerie, die tien jaar gevangenisstraf tegen de verdachte zal eisen. Een afgeladen publieke tribune. Ademloos.

Heel iel schuilt daar achter glas de verdachte, de zekere moordenaar van Bernard Laroche. Jean-Marie Villemin heeft nooit ontkend dat hij zijn neef op die klaarlichte dag van 29 maart 1985 heeft doodgeschoten. En toch is de zaak hopeloos, een web van tegenstrijdige vermoedens. Eigenlijk gaat het proces over alles behalve de zaak. Bijvoorbeeld over de vraag wat moeder Christine Villemin deed in het uur waarin zij haar zoontje uit het oog verloor, en of zij genoeg tijd kan hebben gehad om de laatste, triomfantelijke brief van de corbeau te posten. Een corbeau, een raaf, is een anonieme kwelgeest. Ondanks een eerste vrijspraak in 1985 en definitief ontslag van rechtsvervolging op 3 februari 1993, is om Christine Villemin altijd een waas van daderschap blijven hangen.

Vorige week nog sijpelde opnieuw de suggestie van één van de dorpelingen de rechtszaal binnen. Christine zou die fatale achteloosheid jegens haar kleuterzoontje hebben begaan omdat zij helemaal niet stond te strijken in haar slaapkamer, en evenmin alleen was geweest tijdens het uur van zijn dood. Een gruwelijke beschuldiging, er van uitgaande dat Christine niet meer is dan een moeder wier kind negen jaar geleden is vermoord.

Terwijl Gregory zoek is, wordt zijn vaders broer Michel opgebeld door de 'raaf': 'Ik heb me gewroken op de chef door zijn zoontje mee te nemen. Ik heb hem gewurgd en in de Vologne gegooid. Zijn moeder is op zoek naar hem. Zij zal hem niet vinden. Mijn wraak is compleet.''

De volgende dag valt bij Jean-Marie en Christine een brief zonder afzender in de bus. 'Ik hoop dat je omkomt van verdriet, chef. Al je geld kan je je zoon niet teruggeven. Dat is mijn wraak, arme klootzak! Niemand zal me ooit vinden.'' De brief was de vorige dag afgestempeld in Lépanges-sur-Volognes, om 17 uur 15.

De verdenking richtte zich eerst op Villemins neef Bernard Laroche. Diens schoonzusje, de destijds vijftienjarige Murielle Bolle, verklaarde Laroche in de auto te hebben gezien met een kleuter die hij Gregory noemde. Later trekt Murielle haar verklaring in. Zij zou tijdens het verhoor bang zijn geweest voor de gendarmes en hebben gezegd wat zij wilden. Sindsdien ligt de zaak in duigen.

De afgelopen weken kwam de hele dorpsoptocht aan het woord in Dijon. Met jaren haat en geheugenvervorming tussen zich in. De clans Villemin en Laroche kunnen niet veilig in één straat lopen of in één rechtszaal zitten. Murielle Bolle is inmiddels een parmantig moedertje van twee. Haar schoolvriendinnen spreken haar laatste verklaring tegen. De gendarmes van toen moeten ook vluchten voor pers en publiek. Camera's zijn niet minder hardhandig dan een volksgericht.

Frédéric Pottecher (1905) is de nestor van de Franse rechtbankverslaggevers. Hij heeft deze eeuw bijna alle grote rechtszaken gevolgd, voor kranten, radio en televisie. In 1939 liet premier Daladier hem nog bij zich komen toen zijn krant Paris Soir van plan was foto's bij Pottechers verslag van de laatste openbare terechtstelling per guillotine te publiceren.

'Ça me dégoûte'', riep de eerste minister. De krant plaatste de foto's niet. Pottecher: 'Het was ook een verschrikkelijk schouwspel toen, in Versailles. Ze deden het tegen zonsopgang. Afschuwelijk administratief, de ter dood veroordeelde, een zesvoudige Duitse moordenaar, moest eerst nog netjes een verklaring tekenen. Toen viel de bijl. Het maakte een hard, droog geluid. Daarna dat klateren van het bloed dat er uit stroomde, ik herinner het me als de dag van gisteren. Mijn hele leven heb ik tegen de doodstraf gevochten. Gelukkig hebben we hem niet meer. Alleen hebben ze net een wet aangenomen die levenslang voor een kindermoordenaar echt tot levenslang maakt. Een overbodige wet, gemaakt voor de publieke opinie.''

Pottecher heeft de zaak-Villemin goed bijgehouden, zij het van een afstand. Rechters en advocaten bellen hem nog regelmatig. Hij leest alles. De zaak gaat hem extra aan het hart omdat hij ook uit de Vogezen komt. Zijn geboorteplaats Bussang ligt één vallei verder dan het dorp van de Villemins.

Grinnikend bekent hij dat hij zich wat moet matigen in zijn commentaar. Anderhalf jaar geleden heeft hij 10.000 francs schadevergoeding wegens smaad moeten betalen aan de advocaat van de familie Villemin, matre Garaud. Hij noemt hem overigens nog steeds 'een kletsmajoor, een faux grand avocat''.

Volgens Pottecher is de zaak-Villemin niet te begrijpen zonder de streek te kennen waar alles zich heeft afgespeeld. 'De oostelijke Vogezen, dat is graniet, een mooi, maar hard landschap. Zo zijn de mensen ook. Zij leiden een ruw bestaan. Het zijn geen boeren. Dat denken ze in Parijs, maar er groeit bijna niets. De grond is maar veertig centimeter diep, verder is het rots en keien. Iedereen doet van alles om aan de kost te komen. Ze kweken wat kool, aardappelen en boontjes. Er zijn prachtige bossen, sparren, een paar fabriekjes. Ze hakken hout, houden een varken, of een klein soort koe, die tegen het weer kan. Er kan ontzettend veel sneeuw vallen. Het is sappelen. C'est un pays étrange.

'De mensen wonen verspreid, ze kennen elkaar wel, maar ze komen niet veel bij elkaar over de vloer, on se regarde, on se voit, ze loeren naar elkaar. Door hard werken zijn ze er een beetje bovenop gekomen, de huizen zijn warmer geworden, sommigen hebben auto's. Vooral de vrouwen zijn veranderd, dat zijn geen dorpsvrouwen meer. Ze willen er even goed uitzien als een ander.

'In dit klimaat van kleine armoede is de crisis hard aangekomen. Men ging extra letten op de mensen die het wat beter hadden. Zo iemand als Bernard Laroche, die werkte in de weverij, dat was een meneer, een beetje meer dan gewoon, met een auto. Het staat vast dat hij en Christine Villemin vroeger iets hebben gehad, geen verhouding, meer een flirt, anders had het hele dorp het wel geweten. Dat kan extra spanning tussen hem en Jean-Marie Villemin hebben veroorzaakt. Die was sowieso wat slimmer dan hij, met meer opleiding en een iets groter huis. Jaloezie is vlug gewekt in die wereld.''

En toen gebeurde het. Gregory werd 's avonds om kwart over negen, één dorp verder, levenloos uit het water van de Vologne gevist. Pottecher: 'Het was de eerste zaak van de jonge rechter Lambert. Hij is hier nog langs geweest. Het is een alleraardigste jongen, hij heeft erg zijn best gedaan, maar hij begreep niets van die mensen. Hij komt zelf uit Normandië, hij vond het provinciaaltjes. Il était perdu. Ik herken de Vosgien, die kijkt de andere kant op. Daar wist hij geen raad mee.

'Le petit juge, zoals Jean-Michel Lambert werd genoemd, zocht zonder te zoeken. Hij had te vroeg last van een opvatting en werd bedolven onder tegenstrijdige aanwijzingen. Men vertelt in die streek een beetje, maar nooit alles, nooit de hele waarheid.

'Het onderzoek was een ramp. Zelfs de autopsie is slordig uitgevoerd. Ze hebben niet vastgesteld of er echt Vologne-water in het lichaam zat. De schedel is niet goed bekeken. De gendarmes hadden ook te veel. Er hadden eerder echte flics bij moeten komen: de police judiciaire is pas na een maand ingeschakeld. Toen was het al te laat.''

Pottechers visie op de primaire gang van zaken in de zaak-Villemin wordt bevestigd door Philippe Robert. Hij is directeur van de Groupe Européen de recherche sur les normativités, een onafhankelijk instituut dat gelieerd is aan het criminologisch onderzoekscentrum van het Franse ministerie van Justitie. Volgens hem is het fiasco van de zaak-Villemin niet typisch voor het Franse strafrecht. Soms gaat alles fout, 'dat komt in andere zaken in andere landen ook voor, kijk maar naar die IRA-zaken waar na tien jaar niets meer van blijkt te kloppen.''

Robert: 'De ervaring leert dat als een zaak slecht begonnen is, het bijna nooit meer goed komt. Vooral als de bewijsvoering toch al moeilijk is. Als de eerste reacties van de onderzoekers verkeerd zijn, dan is de zaak vaak niet meer te redden. Vervolgens is iedereen andermans taak gaan overnemen. Sommige journalisten zijn hun eigen onderzoek gaan doen toen de justitie er niet uit kwam. De politie en de gendarme zijn elkaars werk gaan doen. Iedereen is uit zijn rol gevallen. Het is op zichzelf niet vreemd dat het grote publiek, toen het eenmaal zo ver was gekomen, wilde weten hoe het verder ging.''

Veel verder in zijn kritiek op het proces-Villemin ging de jurist Daniel Soulez-Larivière, vorige week vrijdag in het dagblad Libération. Deze week verscheen zijn boek Du cirque mediatico-judiciaire et des moyens d'en sortir, uitgeverij Seuil. Deze advocaat ziet zowel de dode Bernard Laroche als de familie Villemin als slachtoffers van een achtergebleven rechtssysteem. Hij verwees daarbij naar de minister-president, die onlangs tijdens de bijzondere zitting van beide huizen van het parlement, de Constitutionele Raad aanviel wegens de staat onwelgevallige uitspraken. In diens ogen is de staat de enige bron van recht.

'Ons hele land is juridisch onderontwikkeld. De neo-jacobijnse, administratieve ideologie van de staat, waarin alles politiek is, zoals verwoord door de minister-president in Versailles, is het symptoom van een ziekte die zich op alle niveaus van deze samenleving manifesteert. Tot aan het Hof van Assisen in Dijon.''

Ook Laurence Lacour heeft een pessimistischer kijk op het verloop van de zaak-Villemin. Als verslaggever van de commerciële radiozender Europe 1 heeft zij de gebeurtenissen van het begin af aan gevolgd. Op den duur raakte zij zo verstrikt in de affaire dat zij ontslag heeft moeten nemen. Deze week verscheen bij uitgeverij Plon haar boek Le bûcher des innocents, de brandstapel van de onschuldigen.

Volgens Lacour hebben sommige journalisten niet alleen de rol van de justitie overgenomen. Zij gingen verder, en werden daarbij ook gedreven door commerciële belangen, van zichzelf en van hun werkgevers. 'Er kon niet genoeg bedrukt papier worden verkocht. Eerst zijn ze detectivetje gaan spelen voor de kick, later voor het geld. Iedere dag was er iets nieuws nodig.''

Bovendien raakte het perscorps gepolitiseerd. Zoals de belangrijkste advocaat van Villemin, matre Henri-René Garaud geen geheim maakt van zijn uiterst rechtse sympathieën, zo raakte de andere partij in de handen van juristen met een links levensgevoel. Weinig journalisten ontkwamen volgens Laurence Lacour aan een keus voor één der kampen, met een bijbehorende schuldige in de zaak zelve. Er waren te weinig andere bronnen van informatie om het zonder een speciale invalshoek te kunnen redden.

Toen de zaak al grondig gederailleerd was, verviel de pers tot vormen van zelfkastijding en overmatig zelfbewustzijn. Zo wordt ook de wat gesloten sfeer op de perstribune begrijpelijker. Ramen dicht als zelfbescherming.

In de maalstroom van verwarrende getuigenissen, beschuldigingen en verknipte emotionaliteit had maar één man deze week, tegen het eind van het proces, een duidelijke kijk op recht en onrecht. Dat was de koele advocaat-generaal Jacques Kohn. Hij riep de jury op zich niet te laten meeslepen door misplaatste barmhartigheid. 'Men heeft u in een soort juridisch paranoia gebracht, met getuigen die buiten de orde waren, met discussies over de vrijheid van de pers die niet ter zake waren.''

Kohn beschuldigde rechter Lambert van onkunde, de gendarmes van medeplichtigheid aan de doodslag door Jean-Marie Villemin. Een journalist van Paris Match was 'de regisseur van een bloedige moord''. Marguérite Duras, met haar anti-Christine Villemin-artikel in Libération (1985), verweet hij 'het toppunt van waanzin en dementie, een apologie van het begrip moord''.

Van kroongetuige Murielle Bolle liet hij weinig meer over dan een doorgeslagen dorps-tiener. Haar oom Bernard Laroche was de advocaat-generaal een raadsel gebleven. Alleen Christine Villemin, eeuwig achtervolgd door handschriftkundigen die haar als de corbeau ontmaskeren, was absoluut onschuldig volgens Kohn.

En toen vroeg hij de jury zich te concentreren op de enige over wie het proces ging, Jean-Marie Villemin. 'Bezwijkt u niet voor de verleiding deze moord te bestraffen als een bijkomend detail van de moord op Gregory. Hij moet met vaste hand worden bestraft. Jean-Marie Villemin schoonwassen betekent in ons recht de notie van de straffeloze moord introduceren.'' Vrijspraak zou Laroche postuum veroordelen. De eis: minstens tien jaar eenzame opsluiting.

Nadat Villemin een snikkend beroep op clementie had gedaan, trok de jury zich donderdag terug. Om te beraadslagen over de vragen van de president. Na vier uur kwamen de antwoorden. Schuldig: ja. Voorbedachte rade: ja. Verzachtende omstandigheden: ja. Straf: vijf jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. In de praktijk, rekening houdend met goed gedrag, kan dat betekenen dat Villemin volgende week de laatste dagboeknotities maakt op zijn gevangeniscomputer.

Marie-Ange, de weduwe Laroche, heeft het gevoel dat haar man postuum is vrijgesproken. Voor Christine en Jean-Marie Villemin is het drama tenminste bijna voorbij. En Frankrijk? Dat moet nog beginnen conclusies te trekken. Maar misschien is het compromis, dat de jury kennelijk wilde smeden, zo redelijk dat een hoogst onbevredigende rechtszaak toch nog een mooi kerstverhaal wordt. Als de anoniem en ongestraft gebleven raaf dat toestaat.