Verpakkingsbeleid EU teleurstellend voor Nederland

ROTTERDAM, 18 DEC. Het Nederlandse ministerie van milieu is teleurgesteld over de beperkte doelstellingen van de Europese verpakkingsrichtlijn die woensdagavond door de raad van milieuministers is aangenomen. Volgens VROM is in de nieuwe richtlijn het evenwicht zoek tussen milieubescherming en de waarborging van een vrij verkeer van goederen.

Ondanks tegenstemmen van Duitsland, Denemarken en Nederland aanvaardde de Europese milieuraad een verpakkingsrichtlijn die voor de komende vijf jaar slechts 25 tot 45 procent recycling (materiaalhergebruik) als doelstelling heeft en 50 tot 65 procent terugwinning van afval ('recovery') voorschrijft. De richtlijn gaat daarmee veel minder ver dan het Nederlandse verpakkingsconvenant waarover in 1991 tussen VROM en de verpakkingsindustrie overeenstemming is bereikt.

Het Nederlandse convenant beoogt in het jaar 2000 tot 10 procent preventie van verpakkingsafval ten opzichte van 1986 te komen en streeft naar 60 procent hergebruik. De Europese richtlijn formuleert geen enkele doelstelling voor preventie van afval.

Het Nederlandse bezwaar is dat de richtlijn, die onder druk van de Belgische minister Magda de Galan werd aangenomen, nog onvoldoende is doorgesproken en te weinig ruimte laat voor nationaal verpakkinsgsbeleid dat verder gaat dan nu voor de EU is vastgelegd. Landen als Duitsland, Denemarken en Nederland mogen alleen vasthouden aan de eigen verder gaande doelstellingen als ze het extra ingezamelde verpakkingsafval in eigen land kunnen verwerken. Dit exportverbod van verpakkingsafval brengt vooral het vooruitstrevende Duitse afvalbeleid in gevaar.

In Duitsland is een zeer efficiënte afvalinzameling op gang gebracht die echter de nationale recyclingsmogelijkheden tijdelijk te boven gaat. Daardoor wordt de laatste tijd veel Duits afval in het buitenland aangeboden, hetgeen lokale inzamelingsstructuren verstoort. Ook het Nederlandse bedrijfsleven heeft regelmatig geprotesteerd tegen het aanbod van Duits glas en oudpapier. Toch wil VROM de mogelijkheid van buitenlandse verwerking van afval openhouden omdat uitvoering van het Nederlandse verpakkingsconvenant er misschien van afhangt. Ook zou het exportverbod in strijd zijn met de Europese 'kaderrichtlijn afval' die volgend jaar in werking treedt.

VROM heeft de hoop nu gevestigd op het oordeel van het Europese parlement dat sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Maastricht richtlijnen kan terugverwijzen. Het parlement heeft zich regelmatig voorstander van een stringent afvalbeleid getoond. Verwerpt het de nieuwe richtlijn dan zal deze waarschijnlijk in het tweede deel van 1994 opnieuw in de milieuraad op de agenda komen. De raad staat dan onder Duits voorzitterschap.