Vele plagen en nachtmerries wachten winnaar van loterij

“Zou u niet zeven miljoen willen winnen?” Telkenmale als deze radioboodschap klinkt reageren we met een hartgrondig 'neen'. We krijgen het Spaans benauwd bij de gedachte hoe zo'n atoombom duiten het eenvoudige levensgeluk verstoort. Uit allerlei levensfasen duiken vrienden op om besproeid te worden door de gouden regen. Naast deze parasieten komt de grote meeëter van de fiscus onze gemoedsrust danig verstoren. Hoeveel aangifteformulieren gaan niet hun terreur uitoefenen? Eindeloze gesprekken moeten worden gevoerd met belastingconsulenten en andere rekenmeesters, die op verdachte wijze hun eigen belang weten te paren aan dat van de nieuwe miljonair. Natuurlijk, zij hebben het beste met de nieuwe rijke voor. Hun voorstellen voor lucratieve beleggingen gaan echter beslag leggen op de creativiteit die in vroeger dagen opging aan waarlijk geestverruimende bezigheden. Een ex-partner zal stante pede een frustrerende procedure beginnen om de alimentatie op de hoogte te brengen van de nieuwe welstand. Ik krijg nachtmerries van de ellende die de fortuin kan aanrichten.

Maar poen, vooral als het een hoop is, kan toch ook kwaliteit aan het bestaan toevoegen? Een goede woning kan meerwaarde aan het leven geven, zeker. Maar het geeft geen werkelijke voldoening een luchtkasteel te kunnen verwerkelijken. De bouwheer die zijn gang kan gaan, komt voor onrustbarende keuzes te staan. Is één toren niet wat weinig voor zijn kasteel? Menswaardig geluk laat zich alleen realiseren binnen kaders. Als de ruimte onbeperkt is, ontstaan er monstra: Lelystad en Emmen zijn als voorbeelden van ruimtelijke wan-ordening tevens ethische exempla.

Ieder geluk dat met geld te koop is, verliest zijn betekenis als het kapitaal eenvoudig in de schoot wordt geworpen. Zelfs het visioen van de wereldreis verstuift bij nadere beschouwing. De geldelijke krapte die beperkingen oplegt aan uitstapjes in den vreemde, verschaft nu nog het welkome excuus om alras naar het vaderland terug te keren en zo het besef te voeden dat uiteindelijk het buitenland is geschapen om te laten ervaren dat het in Nederland het best is - goed dat het buitenland dit niet weet. Maar de kersverse miljonair moet zich bij thuiskomst rechtvaardigen. Waarom dobbert hij niet langer met zijn jacht op de Middelandse Zee? Hij is het aan zijn stand verplicht te genieten.

Nee, het is maar beter geen gokje te wagen; men mocht eens winnen. Ook het goede doel is geen alibi. Zelfs het 'gemenebest' (res publica) moet maar verstoken blijven van onze risicovolle subsidie via de staatsloterij.

De agressieve reclames voor deze loterij en de uitzaaiing van casino's over het hele land markeren een omslag in onze cultuur. Nederlanders zijn een goklustig volkje aan het worden. De geest van Thomas a Kempis en Calvijn heeft ons voorgoed verlaten.

Een icoon van de veranderde waarden is de oprichting van een gokhuis in Nijmegen door een nationale keten van casino's. Bij het uitgraven van het terrein aan de Waalkade dook in 1987 een gave Romeinse muur van 50 meter op. Halfslachtige interventies van het gemeentebestuur en zwakke proteststemmen uit de bevolking stuitten af op een wal van onwil bij de opdrachtgever: De muur kon niet worden ontzien. Nee, hij kon ook niet worden ingebouwd in de parkeergarage of luister bijzetten aan een gokhal, bijvoorbeeld voor een speciale Nerozaal. De muur is meedogenloos gesloopt. Dia's die ik - steeds met een smalend commentaar - aan 'het buitenland' laat zien, getuigen van deze culturele schande. Twee etalages met wat antiek puin nu ingebouwd in het complex, zijn niet meer dan een schaamlapje.

Het casino werd in 1989 geopend met Romeinse wagenrennen, dat wel. Voor het bordes liep een dame heen en weer, die algemene hilariteit wekte met haar protestbord 'van harte wil ik knokken tegen het gokken'. Tegen iedereen die het niet wilde horen, vertelde ze van de gokverslaving van haar ex-man. Haar hopeloze eenvrouwsactie zet aan het denken: hoe ver kan een gemeenschap gaan in onverschilligheid?

In het debat over de krasloterij is door sommigen gesproken met een pathos alsof het recht op gokken verankerd ligt in de Déclaration des droits de l'homme et du citoyen. Kunnen we zo maar de houding aannemen van 'hier soll jeder nach seiner façon unselig werden'? We doen dat ook niet, want het betreden van gokhallen wordt verboden aan jongeren onder de 18. Dit is nu werkelijk een probaat middel om verboden vruchten te kweken. De maatregel is een signaal voor jonge mensen dat het - puberale - vertrouwen op het rad van avontuur pas echt van volwassenheid getuigt.