Turkse autoriteiten proberen de pers de mond te snoeren

ANKARA, 18 DEC. De Turkse legerstaf weigert twee televisiejournalisten vrij te laten die eerder deze week werden gearresteerd wegens een door hen gemaakt programma waarin dienstweigeraars aan het woord worden gelaten. Hun wordt verweten dat ze op die manier “Turken opruien om de militaire dienstplicht niet te vervullen”.

Bovendien staat de legerstaf erop dat producer Erhan Akyildiz en verslaggever Ali Tevfik Berber door een militaire rechtbank worden gehoord. Ze worden momenteel vastgehouden in de Mamak-gevangenis in Ankara, waar na de militaire staatsgreep in september 1980 duizenden politieke verdachten werden opgesloten en gemarteld.

De twee werken voor het prive-televisiestation HBB, dat aandacht besteedde aan het grote aantal jonge mannen (250.000) dat op alle mogelijke manier probeert om aan de dienstplicht te ontsnappen, nu er in het Koerdische zuidoosten van Turkije een guerrilla-oorlog woedt tussen het Turkse leger en de Koerdische Arbeiders Partij (PKK). Volgens de Turkse kranten behoort ook de zoon van de chef van de generale staven, generaal Dogan Güres, tot deze groep.

De gevangenhouding van Akyildiz en Berber is het zoveelste voorbeeld in de afgelopen weken van regeringspogingen de pers de mond te snoeren. De indruk bestaat dat de oorlog in het zuidoosten als alibi wordt gebruikt om repressie niet alleen mogelijk te maken maar zelfs te institutionaliseren via bij voorbeeld het aanpassen van de anti-terreurwetgeving. “Turkije past dan ook niet in het beeld van de hedendaagse staatsstructuur, waarover premier Tansu Çiller en andere autoriteiten plachten te spreken”, zo analyseerde een Turkse journalist gisteren de ontwikkelingen. Volgens hem “geeft Turkije het Westen momenteel het imago dat het snel afglijdt naar een Latijns-Amerikaanse situatie waarin moordaanslagen, overvallen op kranten, het arresteren van journalisten en martelpraktijken wijdverbreid zijn en systematisch worden toegepast”.

De Hedendaagse Journalistenvereniging zegt in een verklaring dat is er sprake van “een systematische campagne om de pers te intimideren”, een situatie die erger zou zijn dan gedurende het militaire bewind (1980-1983). “Redactielokalen worden overvallen, kranten gesloten, televisiemakers en journalisten worden om wat ze hebben uitgezonden en geschreven gearresteerd, gevangen genomen en veroordeeld, journalisten zijn het slachtoffer van duistere moordaanslagen, de verspreiding van kranten wordt verhinderd en distributeurs vermoord.” Volgens de organisatie is “Turkije hard op weg om een politiestaat te worden waarin elk respect voor de vrijheid van meningsuiting ontbreekt”.

De Engelstalige Turkish Daily News, één van de weinige dagbladen die voortdurend vraagtekens plaatst bij op de starre opstelling van zowel het leger als de regering met betrekking tot de Koerdisjhe kwestie, vraagt zich in een bezorgd commentaar af “hoe Turkije heeft kunnen afglijden tot een situatie waarin militaire autoriteiten burgers kunnen laten opsluiten op grond van het militaire recht en waarom president Süleyman Demirel, die als premier twee keer door de militairen aan de kant werd gezet, hier geen protest tegen aantekent”.

Eén van de verklaringen is dat de militairen zich niet alleen toeleggen op het breken van de PKK als gewapende macht, maar dat ook sympathisanten van de Koerdische zaak als staatvijandig worden aangemerkt en als zodanig moeten worden bestreden. Recent uitgekomen rapporten van internationale mensenrechtenorganisaties suggereren eveneens dat in het licht van de tereurbestrijding de coalitieregering van sociaal-democraten en conservatieven in Turkije hun basisprincipes hebben laten varen: de verdere invoering van de democratie en het naleven van de mensenrechten zijn niet langer prioriteiten.