Proefboringen naar olie en gas fors minder

DEN HAAG, 18 DEC. In 1993 is het aantal proefboringen naar olie- en gasvelden op het Nederlandse deel van de Noordzee scherp afgenomen tot elf en daalde de werkgelegenheid in de offshore sector met 5.000 werknemers.

Als de economische voorwaarden in het Nederlandse mijnbouwbeleid niet worden versoepeld, daalt het aantal boringen tot een dieptepunt van maximaal tien en vermindert het aantal banen opnieuw met 5.000. Die waarschuwing heeft Nogepa, de vereniging voor de olie- en gasindustrie geuit.

Op het Continentaal Plat zitten nog niet-ontwikkelde reserves van 180 miljard kubieke meter aardgas, maar de industrie verwacht alleen nog zeer kleine velden aan te treffen waardoor de kosten van exploratie en winning gemiddeld hoog zijn. Daarom heeft Nogepa, mede op verzoek van het ministerie van economische zaken, begin oktober een rapport opgesteld met maatregelen om het mijnbouwbeleid op korte termijn in gunstige zin aan te passen. Het meest in het oog springende voorstel is vervanging van het staatswinstaandeel van 70 procent op de gaswinning door de veel lagere vennootschapsbelasting.

De teruggang in het aantal nieuwe boringen op de Noordzee gaat de laatste jaren snel: In 1991 werden nog 41 boringen verricht, in 1992 negentien en in 1993 elf. Eind 1992 telde de offshore-industrie nog 30.000 werknemers. Bij ongewijzigd beleid verwacht Nogepa dat dit aantal volgend jaar met een derde verminderd zal zijn.