Op zoek naar een bouwheer (1)

Het PvdA-kamerlid Willem Vermeend kan uitgroeien tot een vader Drees indien hij de met CDA-collega Vreugdenhil ingediende wet werknemersparticipaties, winstdelings- en spaarregelingen weet uit te bouwen tot een persoonlijke oudedags- en levensreserve (pol) voor iedereen.

Die fiscaal- en premie-vriendelijke opzet van flexibel belonen dient als compensatie voor het beperken van de loonstijgingen vanaf 1994 plus andere voordelen. De wijziging gaat 1 januari in en bevat tal van interessante opties, maar is alleen voor werknemers, ambtenaren en trendvolgers.

Zo komt individualisering en flexibilisering van collectieve (pensioenen) en contractuele (via verzekeraars) besparingen en voorzieningen iets dichterbij. Het op maat snijden van die heilige regels lijkt voor de komende jaren een gewichtig punt. Mogelijk even belangrijk als de opbouw van de verzorgingsstaat vlak na de oorlog, mede onder leiding van Drees.

Toen bezat niemand een cent en waren alle wetten om de nood te lenigen, met de Noodwet Ouderdomsvoorziening als eerste, een zegen. Men bouwde door tot het Gebouw van de Zekerheid door overbewoning begon te kraken. Nu, bijna een halve eeuw later, hoeft niemand meer van de honger om te komen en zijn miljoenen van wieg tot graf goed verzorgd. Mede daarom wordt Het Gebouw behoedzaam afgebroken. Maar wat komt er voor in de plaats?

Het ligt voor de hand mondige, goed opgeleide burgers de eigen geldzaken te laten beheren en ze niet te dwingen besparingen voor ten minste 15 of 20 jaar (om van belastingvoordelen te profiteren) onder te brengen bij pensioenfondsen, levensverzekeraars en andere herders van gelden.

De fiscus is niet slecht, zelfs gul op sommige punten, maar bevoordeelt instituten. Waarom eigenlijk, wanneer die steeds meer reserves willen investeren in het buitenland en ons hoge kosten in rekening brengen? Een politicus met lef (verzekeraars zijn taaie rakkers!) kan als bouwheer een belangrijke (vader)rol spelen bij de afbraak van Ons Gebouw en de bouw van miljoenen kleine pol-woningen.

Wat behelst de nieuwe wet? Werkgevers en werknemers kunnen een spaarloonregeling afspreken waarin per jaar tot 1.500 gulden bruto loon niet wordt uitbetaald, maar voor minimaal vier jaar op een rekening bij een bank of de werkgever vast staat. Over dat bedrag betalen beide partijen geen belasting, premies en werkgeverslasten. Voor de rente geldt een extra vrijstelling, naast de bekende ontheffing van duizend gulden.

Een werknemer mag binnen die vier jaar zijn potje straffeloos openen voor de koop van een eigen huis. Daarmee kan men vast sparen om later de hypotheeklasten te drukken. In combinatie met andere faciliteiten kan een paar door jong te beginnen na een jaar of acht, naast andere besparingen, circa 65 duizend gulden bezitten, met hulp van de fiscus en de werkgever. Ook voor de koop van effecten mag het slot van de pot. Een derde ontsnapping biedt een kapitaal- of lijfrenteverzekering, waarover hierna meer.

Een tweede regeling is de premiespaarregeling die draait om twee kenmerken: de werknemer legt een afgesproken deel van zijn netto loon opzij (dus niet onbelast!) en de werkgever legt daar evenveel, maar niet meer dan 1.000 gulden, bij. Vrij van alle inhoudingen. Daarmee komt het onbelaste totaal van beide regelingen op 2.500 gulden, 1.500 plus 1.000. En de besparing maximaal op 3.500, 2.500 plus 1.000. Deze premieregeling kent dezelfde blokkering en vrijstellingen als de spaarregeling. Extra mag men er een hypotheek mee aflossen.

Fides, het fiscaal-juridisch adviesburau van Delta Lloyd heeft met deze gegevens enkele combinaties van sparen en verzekeren uitgerekend. Het gaat om een werknemer van 33 jaar die op 60 jaar een kapitaal wil ontvangen om er een lijfrente (pensioen) voor de periode 60-65 jaar van te kopen, een privé Vut.

Zijn topinkomstenbelastingtarief is 50 procent, de jaarpremie bedraagt 2.000 gulden. Let nu op. Die premie is aftrekbaar, de fiscus betaalt derhalve 1.000 gulden. De andere 1.000 komt uit de bonus/premie van de werkgever, als die zo genereus is om dat te geven. De eigen netto inbreng is dan nihil. Wel moet er 1.000 gulden netto gespaard zijn om de bonus te halen. Bij IBtarief 38,4 procent is de eigen bijdrage 232 gulden.

De polis garandeert in het jaar 2021 87.022 gulden. Haalt de verzekeraar een netto (na aftrek van kosten) rendement van 8 procent, dan komt het lijfrentekapitaal op 150.312. Daarvan kan een overbruggingslijfrente van 35.106 gulden per jaar gekocht worden, 5 jaar lang. Bij voortijdig overlijden worden de betaalde premies plus de gerealiseerde rente uitgekeerd. (Wordt vervolgd)