'Onze religie is gericht op praktisch handelen'

Het duurde jaren voordat Harm (29) en Gunilla Verster (26) hun spirituele zoektocht konden afsluiten. Gunilla had ooit iemand ontmoet die doopsgezind was. 'Van die hele kerk had ik geen idee'', zegt ze. 'Alleen dat het er vrij is en dat je na afloop samen koffie drinkt.'' In het telefoonboek van hun woonplaats Leiden vonden ze het adres van de plaatselijke doopsgezinde gemeente. Ze besloten een dienst te bezoeken.

'Mijn vooroordeel was groot, ik dacht dat ook dit niets zou zijn'', zegt Harm. Omdat ze waren vergeten dat het net zomertijd was geworden, kwamen ze een uur te laat bij de kerk aan. Ze aarzelden en 'om niet te storen'' bleven ze buiten wachten. 'Een vrouw zag ons staan en nodigde ons uit binnen te komen. We kregen koffie, er heerste warmte'', zegt Gunilla. 'Het was raak.''

Gunilla Verster-Brouwer, van beroep etaleuse en grafisch vormgeefster, komt uit een katholiek gezin. 'Ik heb mijn hele leven geloofd. Maar ik vond het in de katholieke kerk allemaal te strak. Tijdens de dienst hield iedereen zijn jas aan. Het was te veel amen. Te veel nazeggen. Ik wilde meer met mijn geloof doen.'' Ze ziet God als 'heel modern'' en als 'een wind die je tegen of mee kunt hebben''. Voor haar is God niet tastbaar maar 'een gevoel', de bijbel 'niet echt toepasbaar op mijn eigen leven''.

Haar partner Harm Verster, verkoper in een doe-het-zelf-zaak, heeft geen religieuze achtergrond. 'Een enkele keer bad ik wel eens'', zegt hij. 'Dan dacht ik: O, mijn God, help me toch eens! Maar ik geloofde alleen als het me uitkwam, op part-time basis dus.''

Een aantal keren probeerde Gunilla hem mee te krijgen naar een kerkdienst. 'Steeds knapte ik af'', zegt hij. 'Er stond dan zo'n man in een jurk die buigingen maakte naar schaaltjes en met zijn armen in de lucht zwaaide. Het zei me niets. Ik buig toch ook niet voor mijn stereo-installatie?'' Ook een bezoek aan een pastoor mislukte. 'Wij zaten aan de ene kant van de tafel, die pastoor aan de andere kant, een bos plastic bloemen tussen ons in. Het was statisch en afstandelijk.''

Samen bezochten ze oecumenische gespreksgroepen. De deelnemers moesten uit een stapeltje foto's er één uitkiezen waarin ze God het meest herkenden. Harm: 'Ik koos een solo-zeiler, die in zijn eentje de elementen trotseerde.'' Gunilla begrijpt dat nog steeds niet. 'Je bent toch niet alléén?'', vraagt ze zich af. Maar voor haar partner gaf deze foto aan 'wat je eigen krachten zijn, wat er binnen je eigen macht ligt.'' Twijfel koestert hij nog altijd. 'Zit ik wel op het goede spoor? Geloof ik nu wel of niet? Het is paradoxaal, ik weet het, maar die twijfel voedt juist mijn geloof, vormt er zelfs de kern van.''

Gunilla zegt God 'niet in een breed vlak'' te zien. 'Ik betrek religie altijd op mezelf, om zo goed mogelijk invulling aan mijn geloof te kunnen geven. Zo doe ik regelmatig boodschappen voor een gehandicapte vrouw.'' Beiden zeggen 'nog altijd'' niet te weten of God 'allesomvattend' is. 'Maar dat is ook niet belangrijk. Het gaat ons erom een positieve invloed uit te kunnen oefenen op onze omgeving.''

Sprekend over oorlogen en natuurrampen, zegt Harm Verster dat 'áls God inderdaad een hogere macht is Hij altijd een reden'' zal hebben om 'Zijn doel'' te bereiken. 'Misschien zijn daarbij offers nodig. Toch denk ik dat de rampen die de mensheid treffen geen opzet zijn, maar eerder een gevolg van Gods foutjes.''

In maart van dit jaar besloten ze hun belijdenis te doen voor de doopsgezinde gemeente. 'Zo lang ik me kan herinneren, ben ik zoekende'', schreef Gunilla. 'Wat, dat wist ik lange tijd niet. Maar het staat nu vast dat ik iets met mijn geloof wil doen, liefst voor anderen, naar mijn naasten toe. Niet om een tweede Florence Nightingale te worden, maar wel om open te staan voor anderen, te luisteren en te helpen.'' Om haar verhaal te illustreren koos ze een gedicht van Jos Brink, waarvan het laatste couplet luidt: Geef mij nog vijf minuten voor/wat ik niet heb gedaan./Ofschoon u vele kansen gaf/die ik voorbij liet gaan./Geef mij nog tien minuten Heer,/misschien dat het wat wordt./Ach, geef mij een heel leven Heer/minuten zijn zo kort...

'Het is niet ieder voor zich en God voor ons allen'', reageerde ds J. Brüsewitz op haar woorden. 'Voor jou zijn mensen gemaakt om te delen, lief te hebben. Bijna bijbels spreek je in je belijdenis uit dat God, die de wind zendt, ook het muurtje is om in de luwte op adem te komen. Jij bent gedreven door de wind van Gods geest, daarom voor jou dit woord uit de Psalmen: Gij zijt die zijn opperzalen te zolderen vermocht op de wateren, die wolken maakt tot zijn wagen, op de vleugelen vaart van de wind; die macht heeft dat stormen zijn boden, vuurvlammen zijn dienaren zijn.'' Harm Verster, nu: 'Een hele mooie poëtische tekst, maar inhoudelijk doet het me niets. Het gaat mij om een positieve levensinstelling en niet om riten.''

Hij worstelde langdurig met het verwoorden van zijn geloofsbelijdenis die een compilatie vormde van de zes verschillende versies die hij op zijn computer maakte. 'De woorden zijn er, maar waar is de rode draad van mijn gedachten?'', zo schreef hij. 'De bijbel is voor mij een spiegel van mijn gevoelens. Meestal is er een conflict. Soms tussen mensen onderling, maar vaak ook binnen één persoon.'' En refererend aan de keuzes die een mens moet maken: 'Dit overkomt Jezus ook regelmatig. Hij gaat dan te rade bij God. Voor mij vormt dit proces mijn geweten.'' Het avondmaal ziet hij als een diner, 'waarbij in een alledaagse, ongedwongen sfeer geëavalueerd wordt en bijgestuurd''. Hij geeft toe dat deze interpretaties van het christelijk geloof wellicht 'wat minder voor de hand liggen'', maar goed aangeven waar hij 'in het geloof en dus ook in het totale leven'' voor staat. 'Uit de twijfel en de analyses die Jezus en ik hebben, putten we allebei vertrouwen'', zo besloot hij zijn belijdenis. 'Daar wil ik nog een woord aan toe voegen: begrip. En dat is wat ik van u vraag.''

Ds Brüsewitz stelde daarop: 'Je wil niet de platgetreden paden gaan, maar je probeert de juiste keuzes te maken, achter Jezus aan. Het uitgesproken woord 'begrip' betekent meer voor jou dan ik hier wil zeggen. Ik heb het zo ervaren dat je je in onze kring begrepen voelt. Voor jou ter bemoediging dit woord van Paulus: Om die reden draag ik ook dit lijden en ik schaam mij daarvoor niet, want ik weet op wie ik mijn vertrouwen heb gevestigd.''

Brüsewitz doelde daarbij op een periode uit Harms leven waarin hij sjeesde als student bouwkunde en in een diepe persoonlijke crisis raakte. Hij schaamde zich zo voor zichzelf dat hij plotseling niets meer van zich liet horen. Later vonden Gunilla en hij elkaar toch weer. 'Ieder mens verdient altijd een tweede kans'', zegt Gunilla. 'Nee, ik heb nooit om zijn terugkomst gebeden. Je moet het allemaal zelf oplossen. Mentaal was ik heel sterk. Er was geen houvast - het gaat slecht en de goede God helpt wel - maar slechts mijn eigen kracht om door te gaan. Harm was uit mijn leven verdwenen en toen kreeg ik hem toch weer terug.''

Niemand van hun vrienden is gelovig. 'Daarom komt religie ook nooit ter sprake'', zegt Gunilla Verster. 'Ik probeer dat wel eens, maar dan blijft het gesprek beperkt tot mijn visie.'' In augustus traden ze voor de doopsgezinde gemeente in het huwelijk. Het percentage atheïsten tijdens de dienst was hoog. In zijn voorbede zei Harm Verster dan ook: 'Laat ieders God ons helpen en laat ons werken aan vrede en geluk.'' Op het cassettebandje dat van de huwelijksinzegening is gemaakt, valt te horen hoe ds Brüsewitz vol overtuiging Gemeentezang 13a inzet: 'D'Almachtige is mijn herder en geleide, wat is er dat me schort?'' De aanwezige bruiloftsgasten mummelen onwennig mee.

Nog altijd zal Harm Verster zich niet snel religieus noemen. 'Wel doopsgezind, juist omdat het woord gezind me aanspreekt, het ertoe geneigd zijn.'' Hij wil God niet als 'een soort help-desk'' zien. 'Onze religie is meer gericht op praktisch handelen dan op het geloven zelf. Bij mij gaat het erom hoe en wie je zelf bent. Ik weet niet of je God een hogere macht mag noemen, maar er is meer tussen de mensen dan alle mensen bij elkaar.'' Ze hadden zich in de doopsgezinde kerk willen laten dopen, maar dat bleek niet nodig, omdat beiden al gedoopt waren: Gunilla katholiek en Harm - hoewel hij daar pas drie maanden voor zijn belijdenis achterkwam - remonstrants. 'We wilden ons laten dopen om in het openbaar te tonen dat we een bewuste keuze hebben gemaakt'', zegt hij. 'Maar eigenlijk zou dat ook maar een gebaar zijn geweest en dat is nu juist waar het ons niet om te doen is.''