ONNODIGE INGREPEN

J.P. Vandenbroucke stelt terecht (NRC Handelsblad, 30 november) dat de huidige privacywetgeving, inclusief de bemoeienis van de registratiekamer met de gezondheidszorg, inmiddels méér dan belemmerend werkt bij het streven naar kwaliteits- en doelmatigheidsverhoging in deze sector.

Er zijn nog andere voorbeelden. Indien bij het huidige bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker het gemeentelijk oproepbestand wordt gekoppeld aan dat van het streeklaboratorium (technisch gezien een geringe opgave) blijkt dat dit onderzoek voor 30-35 procent de vrouwen volkomen overbodig is. Van al deze vrouwen is namelijk de uitslag van een recente eerdere uitstrijk (gemaakt door huisarts of specialist) bij het streeklaboratorium bekend. Het oproepen van deze vrouwen kan dus eenvoudig worden voorkomen. Toch worden deze vrouwen (100.000 per jaar) in het kader van het bevolkingsonderzoek jaar in jaar uit opnieuw opgeroepen en onderzocht zonder enige medische toegevoegde waarde, omdat de daarvoor noodzakelijke koppeling van bestanden niet is toegestaan in het kader van de WPR. De materiële besparing indien men al deze vrouwen met rust zou laten, bedraagt ieder jaar opnieuw miljoenen guldens.

De informatietechnologie kan óók bij registraties (die in Nederland doorgaans betrouwbaar zijn) veel betekenen voor de sociale geneeskunde. Het koppelen van bestanden met voor individuele patiënten evidente voordelen (zoals het opsporen van risicogroepen of het vermijden van onnodige ingrepen) dient op welke wijze dan ook mogelijk te worden gemaakt.