Milosevic kan niet meer verliezen

Wie zondag de vervroegde Servische verkiezingen gaat winnen is niet duidelijk. Wel ziet het er naar uit dat de Servische president Slobodan Milosevic hoe dan ook geen verliezer zal worden. Want deze politieke grootmeester is bij machte elke situatie in zijn voordeel uit te buiten.

Als Niccolò Macchiavelli zijn beroemde boek Il Principe vandaag zou schrijven, zou hij de Servische president Milosevic zeker als model nemen en zou het boek drie keer zo dik worden. De Servische president is er immers in geslaagd elke situatie, hoe negatief voor hem ook, in zijn voordeel uit te buiten.

De vervroegde Servische verkiezingen van zondag zijn daar een nieuw bewijs van. Joegoslavië mag dan zuchten onder de meest stringente sancties van de moderne geschiedenis, Milosevic zelf mag op het thema territoriale concessies in Krajina en Bosnië in de tang zitten tussen de internationale gemeenschap en de Serviërs buiten Servië, hij mag in eigen land gedwongen zijn geweest het parlement naar huis te sturen om een pijnlijke nederlaag van zijn regering te voorkomen - hij houdt toch de troefkaarten in handen.

Milosevic is door zorgvuldig geregisseerde politieke acties en de steun van de Servische media in staat geweest het publiek in eigen land ervan te overtuigen dat zijn moeilijkheden uitsluitend liggen aan de internationale gemeenschap, die tracht Servië te wurgen omdat het is opgekomen voor de legitieme zaak van de Serviërs buiten de eigen grenzen. Aldus werd een bunkermentaliteit geschapen. Tegen die achtergrond lijkt de “krachtige houding” van Milosevic de enige garantie dat de zaken zich nog ten goede kunnen keren.

De enige concurrentie op dit gebied kwam van de grillige ultra-nationalist Vojislav Seselj, leider van de Servische Radicale Partij en tot deze herfst de informele bondgenoot van Milosevic en zijn socialisten. Dankzij het gedram van Seselj verdwenen premier Milan Panic en president Dobrica Cosic van het federale toneel. Seseljs ambities gingen echter verder. Hij sprak zich eerst uit tegen het Vance-Owen-plan en begon daarmee een bedreiging te vormen voor Milosevic' populariteit bij de Serviërs in Bosnië en de Krajina. Seselj overspeelde vervolgens zijn hand door dramatische wijzigingen te eisen in de Joegoslavische legertop. Milosevic opende daarop de aanval op zijn rivaal door hem en zijn partij oorlogsmisdaden voor de voeten te werpen en de politie op zijn aanhangers af te sturen.

In de drie jaar van haar officieel bestaan is de democratische oppositie in Servië kanonnenvoer voor Milosevic geweest. Zelfs toen ze hem in een hoek gedreven had (tijdens de studentenprotesten van de zomer van 1992 bijvoorbeeld) slaagde hij erin politiek sterker te voorschijn te komen. Dat lag ten dele aan de oppositie zelf, die, verdeeld en amateuristisch, veel weg heeft gehad van een politieke kleuterschool.

Na de arrestatie, deze zomer, van de charismatische oppositieleider Vuk Draskovic en zijn vrouw leek er even sprake te zijn van veranderingen in de gelederen van de oppositie, hoe traag die ook verliepen. Draskovic zelf voltooide zijn ontwikkeling van eerste ideoloog van het Servische nationalisme tot een 'centrum-politicus' en bezegelde die met de vorming van een stevig bondgenootschap met de twee meest prominente liberaal-democratische partijen, Nieuwe Democratie en de Burgerunie. Zo'n stap is in Servië niet van risico's ontbloot. Vroeger was Draskovic als “ultra-nationalist” een makkelijk doelwit van de regerende socialisten. Hij was echter ook een charismatische stemmentrekker, vooral onder de jeugd. Door zijn nationalistische huid af te stropen riskeert hij nu een flink aantal kiezers op zijn Servische Vernieuwingspartij van zich te vervreemden.

Sommige oppositieleiders hebben getracht Milosevic te bestrijden met wat ze zien als zijn eigen wapenen. Ze roepen dat “de belangen van de Serviërs buiten de grenzen van Servië” niet naar behoren door Milosevic worden verdedigd. De eerste die dat deed was Vojislav Kostunica van de Servische Democratische Partij, een hoogleraar rechten wiens partij niet alleen naar de derde plaats in de peilingen klom maar die ook populair is geworden onder de Bosnische Serviërs. Dat was voor Kostunica aanleiding zich los te maken uit DEPOS, de coalitie met Draskovic. De twee zijn sindsdien hevig slaags geraakt.

De tweede politicus die dit thema koos was de de facto leider van de Democraten, dr Zoran Djindjic. Hij pleit het hardst van iedereen bij de oppositie voor “coalities met iedereen met wie te praten valt”, een optie die Kostunica ten aanzien van de regerende socialisten volledig uitsluit.

De derde oppositiegroepering die van zich laat horen is de coalitie van liberaal-democratische partijen in Vojvodina, die zich lijkt te hebben hersteld van de slachtpartij die Seseljs radicalen bij de laatste verkiezingen hebben aangericht in Vojvodina. Zij profiteren van de stijgende ontevredenheid in de provincie, waar de boeren vinden dat ze drastisch worden uitgebuit. Hun positie is nog versterkt door het feit dat ze twee voormalige tegenstanders van Milosevic bij de laatste presidentsverkiezingen - dr Ivan Djuric en Milan Panic - hebben weten te strikken.

Milosevic gokt met deze verkiezingen, maar niet zonder zijn kansen eerst zorgvuldig te hebben berekend. Met zijn breuk met Seselj slaat hij veel vliegen in één klap: - Zijn geloofwaardigheid onder de Serviërs buiten Servië is van primair belang voor hem en hier werd Seselj gevaarlijk; - Door zich van Seselj te ontdoen heeft Milosevic de Montenegrijnen kunnen bewegen tot concessies over toekomstige grondwetswijzigingen. De Montenegrijnen willen van Seselj af omdat hij de mogelijke opheffing van de sancties in de weg staat maar ook omdat zijn aanhang in Montenegro groeide en de regerende Democratisch Socialisten van president Momir Bulatovic maar een kleine meerderheid hebben - een van de redenen trouwens waarom ze Milosevic' aansporing óók verkiezingen te houden, hebben afgewezen; - Door zich van Seselj te ontdoen - die in het Westen bekend staat als een notoire oorlogsmisdadiger - wint Milosevic aan geloofwaardigheid.

Hoe dan ook, met deze verkiezingen moet “voor altijd” worden afgerekend met Seselj. Hij is nog maar zelden op onafhankelijke radio- en televisie-stations te horen. Bovendien is er een nieuwe radicaal opgedoken, Zeljko Raznjatovic, alias Arkan, die mèt Seselj op diverse lijsten van oorlogsmisdadigers staat maar die door aanhangers van zijn Partij van Servische Eenheid als “nationale held” wordt beschouwd.

Milosevic heeft zijn best gedaan de 'echte' oppositie buiten de wind te houden nu de afkeer tegen het Westen nog krachtig is en de connecties tussen het Westen en de oppositie nog met succes kunnen worden uitgebuit. Dat was de reden waarom hij het parlement ontbond voordat de motie van wantrouwen kon worden aangenomen. Het ging hem er niet om de regering een vernedering te besparen, maar om te verhinderen dat de oppositie zich - misschien zelfs met inbegrip van Seseljs partij - aaneen zou sluiten.

In dit hele scenario spelen de oorlog in Bosnië, de gespannen situatie in Krajina en de internationale onderhandelingen een aanvullende rol. Toen Milosevic het parlement ontbond was het in Genève nog niet tot het debat over het Frans-Duitse initiatief gekomen en kon het akkoord tussen Radovan Karadzic en de moslim-autonomist Fikret Abdic nog worden gepresenteerd als het bewijs dat een voor de Serviërs gunstig vredesakkoord mogelijk is.

Wat het Geneefse overleg betreft speelt Milosevic op winst, hoe het ook afloopt. De openingszitting van het overleg in Genève stelde hem in staat een uiterst krachtige anti-sanctie-toespraak af te steken. Als deze ronde mislukt, is zijn imago ongeschonden en heeft hij niet ingebonden. Aan de andere kant zet hij naar het schijnt concrete stappen naar een gefaseerde oplossing voor het probleem-Krajina. Als de sancties worden opgeschort of gedeeltelijk worden opgeheven is duidelijk wie daarvan, aanvankelijk althans, de winst opstrijkt.

Vuk Draskovic zal dit keer wat meer concurrentie krijgen voor de post van leider van de 'echte' oppositie, zowel van Kostunica als van Djindjic. De mogelijkheid dat de gecombineerde oppositie meer dan vijftig procent van de stemmen krijgt, blijft echter klein.

Vojislav Seselj zou kunnen verliezen, maar verlaat het politieke toneel niet. Hij kan de socialisten nog wel degelijk schaden: hij heeft zijn eigen mensen in alle regeringsinstanties. Het is evenmin zeker dat zijn 'alternatief' Arkan, ondanks alle publiciteit, in staat is meer dan drie of vier zetels méér te winnen dan de vijf die hij er nu heeft en dus is onzeker in hoeverre hij politiek bruikbaar zal zijn.

Een duidelijke zege van de socialisten lijkt er niet in te zitten, maar kan ook niet worden uitgesloten. Hetzelfde geldt voor een zege van de oppositie. Maar als die er komt, heeft Milosevic drie winnende combinaties. Een akkoord binnen de oppositie over een coalitie is onwaarschijnlijk en een coalitie met Seselj kan de oppositie voor haar goede fatsoen niet aangaan. In dat geval kan Milosevic gebruik maken van zijn constitutionele mogelijkheden en de noodtoestand uitroepen.

Hetzelfde zal wellicht gebeuren als de oppositie wèl een coalitie vormt - een coalitie die op zoveel tegenwerking vanuit de officiële en bestuursinstanties zal kunnen rekenen dat de toestand ondraaglijk wordt.

Het waarschijnlijkst is dat de socialisten met een deel van de oppositie in zee gaan. Dat vindt Milosevic niet leuk, maar het bestempelt hem niet tot verliezer. Al was het alleen maar omdat zijn bevoegdheden veel groter zijn dan die van de regering, die altijd naar de zijlijn kan worden gemanoeuvreerd.