Kies uw koning of koningin

In de discussie over de monarchie, die gelukkig de laatste tijd dankzij de artikelen van republikein Anton van Hooff in deze krant weer opflakkert, beweerde Bas de Gaay Fortman onlangs weer dat de kwestie niet aan de orde is, omdat Beatrix haar taak zo voorbeeldig vervult. Dat doet natuurlijk voor de principiële republikein niet ter zake, al zal het republikeinse elan onder een goed functionerend staatshoofd wat afnemen. Niemand wordt geboren als republikein, zo bleek uit een enquête die de vereniging Nederland Republiek in oprichting onder de leden hield, het besef dat de monarchie als staatsvorm niet deugt, ontstaat en groeit door ergernis.

Mij ergert vooral de kritiekloze adoratie van monarchisten, die hardnekkig het misverstand koesteren dat het koningschap een bijna ondraaglijke taak is en die daarom - dolblij dat een Oranje die op zich wil nemen - alles door de vingers zien. De Oranjes zelf houden deze mythe van de knellende kroon natuurlijk in stand: onlangs vertelde Willem Alexander nog hoeveel moeite het hem gekost had in zijn bestemming te berusten. Ik geloof daar niets van. In de geschiedenis en de literatuur zijn talloze voorbeelden te vinden van lieden die elkaar en anderen naar het leven stonden om een kroon. Wie noemt er tien van het omgekeerde?

Ook het lidmaatschap van het koninklijk huis kan niet zo knellend zijn als gedacht wordt. Waarom zou oud-koningin Juliana, die toch wist waar ze het over had, dan alles op alles gezet hebben om ook voor de prinsjes Van Vollenhoven die status te verwerven? Kennelijk wegen de voordelen op tegen de nadelen. Want de inmiddels volwassen prinsen bedanken toch niet voor de eer. Wel maken ze er een sport van hun bewaking - vierentwintig uur per etmaal, want ze studeren 's nachts door - te saboteren zodat de kosten daarvan inmiddels niet meer te overzien zijn. De Oranjeklant, in de waan dat die jongens het toch al zo zwaar hebben, slikt het.

In de enquête scoorde het inkomen van leden van het koninklijk huis het hoogst als bron van ergernis. Wie weet hoe Willem I met de Nederlandsche Handelmaatschappij het Oranje-fortuin heeft vergaard, vindt dat het wel wat minder kan. Gelukkig schieten de periodieke verhogingen - en stellig zit er weer een in de lucht - niet alleen de republikeinen, maar zelfs de trouwe monarchist in het verkeerde keelgat. En daar moeten we het van hebben, want veel bedreigender dan de fanatiekste bestrijding door de tegenstanders, is voor de monarchie het tot bezinning komen van de vaste aanhang.

De zaak van de republikeinen heeft volop perspectief gekregen nu GroenLinks zich eindelijk onomwonden voor de republiek heeft uitgesproken. Er is dus weer voet aan de grond in het parlement. Toch blijft het irreëel naar een omwenteling op korte termijn te streven, daarover is men het ook in de vereniging Nederland Republiek eens. Vastberaden, maar geleidelijk, is het devies. Naar verwacht zal Beatrix - net als haar moeder - aftreden als ze begin zeventig is en met haar historisch besef kiest ze daarvoor stellig het jubileumjaar 2013. Met dat als streefjaar is er alle tijd om veranderingen zorgvuldig voor te breiden. Anton van Hooff, die een jaar geleden in Het koningschap is een verwerpelijk instituut nog rechttoe rechtaan voor het herstel van de republiek pleitte, heeft inmiddels ook gekozen voor de strategie van de gefaseerde invoering. In De monarchie moet humaner worden besprak hij laatst twee senario's voor de eerste fase: of verdere uitholling van de functie van het staatshoofd (het Zweedse model) of het functioneren periodiek onderwerpen aan het oordeel van de kiezer.

Dat laatste sluit mooi aan bij een plan dat ik jaren geleden in De Groene Amsterdammer bepleitte. Alle Oranjes (zij die als vader of moeder een Oranje hebben) worden, als zij willen, lid van het koninklijk huis en daarmee kroonkandidaat. Ze krijgen alle ruimte zich naar eigen inzicht te ontplooien. Bij overlijden of aftreden van Beatrix kiezen we een opvolger uit hun midden. Er zijn nu al zestien kandidaten. Allicht is er een geschikte bij. Zo hebben de republikeinen alvast een gekozen staatshoofd, en de monarchisten nog steeds een Oranje-koning(in). Een gekozen koningin dus. Daarna volgen verkiezingen om de acht jaar zodat een verkeerde keuze hersteld kan worden en ten slotte brengen we de republiek binnen bereik door ook kandidaten toe te laten die op andere gronden dan geboorte, voor de functie van staatshoofd in aanmerking komen.

Stellen zich veel Oranjes als troonkandidaat beschikbaar, dan is daarmee de mythe van de knellende kroon definitief naar het rijk der fabelen verwezen. Maar mocht die toch op waarheid berusten, dan meldt zich geen enkele Oranje-kandidaat en hebben we bij het aftreden van Beatrix in 2013, twee eeuwen nadat we een gevluchte Oranje naar Nederland haalden om hem koning te maken, zonder slag of stoot weer een republiek.