Jim Reeves: de discjockey die zelf liedjes ging zingen

Gentleman Jim Reeves, zondagavond, Ned.1, 18.30-19.25u.

Jim Reeves is al bijna dertig jaar dood, maar blijkens een kleurig uithangbord weten ze in Nashville, Tenessee precies waar de betreurde zanger zich nu bevindt: in Hillbilly Heaven. Sinds hij op die zwarte dag in 1964 in zijn eigen vliegtuigje ter aarde stortte, is hij heilig verklaard en zijn bewonderaars kijken hoog op tegen het fiere standbeeld met de gitaar-vormige grafsteen dat zijn nagedachtenis in ere houdt. Het was voor zijn secretaresse zelfs jarenlang alsof haar werkgever nog leefde - zo druk hadden ze het met het uitbrengen en met de promotie van telkens weer nieuwe platen uit de nagelaten bandopnamen. Maar de voorzitter van de Engelse fanclub durft wel toe te geven dat zijn idool door de dood een extra dimensie heeft gekregen; dat was misschien nooit gebeurd als hij was blijven leven.

Het tv-portret Gentleman Jim Reeves, geproduceerd voor Channel Four en morgenavond te zien bij de KRO, is gewijd aan het uitzonderlijke succes van de gelijknamige country-zanger (1924-1964) wiens sentimentele en zoetgevooisde ballads wereldhits werden in een tijd van rock & roll en tiener-pop. Die context blijft hier echter onbelicht; de film gaat uitsluitend over de man die als discjockey de microfoontechniek leerde beheersen die zijn stem intimiteit gaf en daarvan als zanger ruimschoots profiteerde. Nu ik daarbij voor het eerst ook steeds zijn gezicht zie, realiseer ik me eens te meer dat hij een typische radiostem was. Hij had een braaf boekhoudershoofd met een toupetje er bovenop en droeg nette colbertjasjes die in het begin van de jaren zestig nog als sportief werden beschouwd. Zoals hij in een oude tv-opname in een telefooncel zijn intens eenzame He'll have to go staat te acteren - en met zijn houding niet goed raad weet - doet zelfs afbreuk aan die wondermooie plaat.

Toch blijkt hier dat hij in Zuid-Afrika zelfs aan een filmcarrière is begonnen. We horen een fragment uit de elpee Jy is my liefling en we zien scènes uit een onnozele muziekfilm die door de oorspronkelijke commentaarstem wordt aangeprezen als “lekker lache en mooi musiek!” Zelfs voor de zwarte bevolking van Zuid-Afrika was Reeves destijds een held. Ze draaiden zijn platen, monkelt een blanke Zuidafrikaan, somewhere in the bush, I presume.

Jim Reeves moet een monument van deugdzaamheid zijn geweest, want kritiek komt in het programma nauwelijks voor. Net op tijd, voordat de man een bidprentje wordt, verschijnt producer Chet Atkins. Hij zegt dat men na iemands dood geneigd is te vergeten dat er ook veel met hem gelachen kon worden, en hij vertelt aardige verhalen over zijn samenwerking met de fluwelen bariton. Reeves' gehaaide manager voegt eraan toe dat hij hem steeds maar aanmoedigde nòg langzamer te zingen. Waar het repertoire vandaan kwam, wordt overigens niet duidelijk. Maar er is gelukkig wel veel van te horen.