In Panmunjom is de Koude Oorlog nooit opgehouden

PANMUNJOM/ SEOUL, 18 DEC. Het is windstil op de 38ste breedtegraad. Het vriest dat het kraakt. Vanuit de heuvels in de verte klinken flarden muziek door, propagandamuziek, die af en toe wordt onderbroken door onverstaanbare toespraken van Kim Il Sung, de onbetwiste leider van Noord-Korea. Hier, in de gedemilitariseerde zone in het dorp Panmunjom, aan de Zuidkoreaanse kant, is de Koude Oorlog nooit opgehouden.

Op neuslengte van de militaire demarcatielijn staan nieuwsgierige Japanse schoolkinderen oog in oog met Noordkoreaanse grenssoldaten. De grimmige omgeving, met aan beide zijden een miljoen onzichtbare soldaten, heeft van het kleine Panmunjom een onweerstaanbare attractie gemaakt. Dagelijks komen er wel vijfhonderd bezoekers, een derde deel van hen komt uit Japan. Een paar kilometer verderop, op een van de hoog gelegen uitkijkposten van de Verenigde Naties, controleert een peloton zwaar bewapende Zuidkoreaanse soldaten de versperringen op onregelmatigheden. Op deze post had president Reagan nog gestaan. Het was net Hollywood, had hij gezegd.

Terug in de welvarende miljoenenstad Seoul, nog geen vijftig kilometer zuidelijker, is ineens niets meer van de Koude Oorlog te merken en al helemaal niets van een oorlogsdreiging. De media brengen het schaarse nieuws over Noord-Korea in een dagelijkse routine. De personele wisselingen aan de top vorige week worden schouderophalend afgedaan. Ze zijn louter bedoeld om de machtsbasis van Kim Il Sung (82) te versterken, schrijven de kranten. De machtsoverdracht van vader op zoon zou haar voltooiïng naderen. En in de clan van zo'n zeshonderd man rondom de leider zitten geen rivalen, alleen familieleden, met één gemeenschappelijk belang: prolongatie van het systeem onder Kim Jong Il (52).

Maar, zo zeggen sommigen in Seoul, de gedoodverfde opvolger beschikt niet over het charisma van zijn vader. Hoewel hij opperbevelhebber is van het leger en het leger zijn machtsbasis is, mist hij diens politieke legitimiteit. Hij kan nergens op bogen. Voor de zoon zal de dreiging met een atoombom mogelijk de politieke overlevingsstrategie zijn om zichzelf diplomatieke troeven in handen te spelen. Chantage dus, om zich steviger in het zadel te nestelen. Toch zouden er in het Noordkoreaanse bewind ook mensen bang zijn dat het systeem geen stand zal houden en dat er na de dood van Kim Il Sung chaos kan uitbreken. Uit wanhoop zouden zij een conventionele oorlog willen beginnen. “Er bestaat serieuze kans op oorlog”, meent Dr. Kak Soo Shin, topambtenaar op Buitenlandse Zaken. Daarom wil Seoul hen niet in een hoek drijven, niet wanhopiger maken, zij het wel met een stok achter de deur. Dat is volgens hem ook de politiek van Amerika. Maar: “Het probleem is alleen dat de stok niet ver reikt.”

Pag.4: Oorlog is zelfmoord voor Kim

Oorlog? Net vorige week heeft het Noordkoreaanse regime nieuwe wetten aangenomen om de economie iets te openen. Dat zou ondenkbaar zijn voor een land dat zich voorbereidt op een oorlog, zeggen anderen. Eén keer is Kim Il Sung een oorlog begonnen, in opdracht van Stalin, en dat is hem slecht bekomen. Weer anderen menen dat Kim Il Sung vlak na de val van Zuid-Vietnam, in 1975, Zuid-Korea wilde binnenvallen, maar toen geen steun kreeg van Moskou en Peking.

Van Rusland heeft hij dit keer niets te verwachten. China zou wel wijzer zijn. China zal nooit meedoen, oorlog zou een terugslag betekenen voor zijn modernisering en die prijs is Peking te hoog. Zuid-Korea is trouwens op een oorlog volledig voorbereid. Bovendien: de Amerikaanse atoomparaplu maakt dreigen met een Noordkoreaanse atoombom zinloos. Kortom: oorlog is zelfmoord.

Dat neemt niet weg dat men in Seoul beseft dat het rationeel is om met irrationele factoren rekening te houden. Zo goed als men ook beseft dat niemand precies weet wat op nucleair gebied in Noord-Korea gaande is. Ook de Amerikanen niet. De beperkingen zijn overstelpend. Maar een acute atoomdreiging wordt niet gevoeld en niemand die gelooft dat de Noordkoreanen al de techniek hebben om een atoombom op een raket te monteren. Wat men weet is dat alle militaire faciliteiten ondergronds zijn, ook de nucleaire, en dat maakt ze voor luchtaanvallen vrijwel onbereikbaar. Daarbij komt dat een preventieve aanval complete oorlog zou betekenen. Noord-Korea zal meteen hard terugslaan. “Zelfs sancties dragen die mogelijkheid in zich”, zeggen ze op Buitenlandse Zaken.

Velen in Zuid-Korea hopen op een snelle, diplomatieke oplossing van het nucleaire geschil. Daarbij gelooft men dat Pyongyang eerdaags overstag zal gaan en een Amerikaanse package deal zal accepteren. Pas dan wordt duidelijk welke kant het zal opgaan in Noord-Korea, waar volgens sommigen een groep technocraten bestaat, die het Chinese voorbeeld wil volgen. Peking nodigde drie jaar geleden Kim Il Sung uit om met eigen ogen de Chinese vrijhandelszones te komen bekijken, maar hij bedankte. In 1991 bracht Kim wel een tiendaags bezoek aan Peking.

In plaats daarvan gingen de technocraten. China wil geen chaos op het schiereiland, maar China's invloed is sinds de diplomatieke erkenning van Zuid-Korea zienderogen afgenomen.

Chaos in Noord-Korea wil ook Zuid-Korea niet. Het streeft naar een stapsgewijze, geleidelijke en vreedzame hereniging met het noorden. Daarvoor bestaat een plan met drie fasen, waarvan de laatste voorziet in tegelijkertijd vrije verkiezingen in beide Korea's voor één parlement. Daarbij heeft de Duitse hereniging model gestaan. Of liever: hebben de Duitse fouten tot afschrikwekkend voorbeeld gestaan. Zodra het nucleaire geschil is geregeld, staat niets de uitvoering van het plan nog in de weg, zo bezweert men de buitenlandse bezoeker. Maar aan het plan ligt één hoogst onzekere premisse ten grondslag, zo geeft men wel toe. Het veronderstelt een regering in Noord-Korea, die bereidwillig meewerkt.

Over de mogelijkheid van een plotselinge ineenstorting van het Noordkoreaanse regime praat men in Seoul liever niet. Die variant heeft voor Zuid-Korea geringe prioriteit, zo luidt de officiële verklaring. “Het land moet geleidelijk opengaan”, zegt een functionaris, “want anders stort alles in.” De Zuidkoreanen zouden de hoge kosten van een ineenstorting à la Oost-Duitsland niet willen betalen. “We willen het niet”, zegt een ander bijna wanhopig. Weer een ander: “We moeten onze paraplu verbergen, ook als het regent.”

De Noordkoreaanse bevolking is volgens de Zuidkoreanen al veertig jaar lang volledig verstoken van wat er in de wereld echt gebeurt en heeft geen benul van de rijkdom van het Zuiden. Dat maakt een geleidelijke hereniging tot pure noodzaak, vinden ze. Daarbij wordt in Seoul terdege beseft dat de mentale schok gigantisch zal zijn, waarbij die van de Oostduitsers verbleekt. Het Noordkoreaanse volk staat een psychologisch drama te wachten, dat zijn weerga niet kent.

Zelfs het jaarlijkse bezoek van de duizenden Koreanen uit Japan en China verschaft de Noordkoreanen geen informatie over de buitenwereld. Het bezoek wordt door het regime strikt gecontroleerd en privé-contacten buiten de controle om zijn verboden. Alles speelt zich af in openbare gelegenheden, met een hoop propaganda. Het levert alleen het regime wat op: begeerlijke deviezen, vooral uit Japan, naar schatting 600 miljoen dollar per jaar.

Daarbij worden in Japan de Koreanen met afpersing bedreigd door de pro-Noordkoreaanse organisatie, die het bezoek organiseert. Als ze niet komen en geen geld meenemen, staat de familie in Noord-Korea een akelig lot te wachten. Families, die van oorsprong afkomstig zijn uit het zuiden van Korea, maar in de jaren vijftig en zestig met duizenden tegelijk uit Japan naar Noord-Korea emigreerden. Zuid-Korea hielp hen niet, omdat ze deel waren geworden van Japan. In Japan werden ze gediscrimineerd. Alleen Noord-Korea beloofde hun een hemel op aarde, en dat leek nog geloofwaardig ook omdat het Noord-Korea toen meer voor de wind ging dan Zuid-Korea.

Sommigen menen dat als Japan de overdracht van het geld zou verhinderen, Noord-Korea prompt instort, zo zwak is intussen de economie geworden. Maar in Zuid-Korea geeft men volmondig toe dat zoiets technisch voor Japan onmogelijk is. Maar Tokio zou wel iets meer mogen doen tegen de belastingontduiking door de pro-Noordkoreaanse organisatie, zegt men licht geërgerd. Zo zijn er meer klachten.

Over de Amerikanen bijvoorbeeld, die niets zouden begrijpen van de diplomatie van China. Peking wil de trots van Noord-Korea niet bezeren en stuurde dit jaar vijf leden van het politburo naar de herdenking in Pyongyang van het einde van de Koreaanse oorlog. De Amerikanen begrepen dat niet. De Chinese diplomatie is stil en gestaag, de Amerikaanse direct en luidruchtig. Washington zou een voorbeeld aan Peking kunnen nemen. Het zou stiller moeten zijn inzake de rechten van de mens en pas achteraf, als het succes heeft, de trom moeten roeren.

Want in Seoul beseft men dat China onmisbaar is bij de oplossing van het nucleaire geschil, omdat Peking als enige met Pyongyang nog tamelijk hechte banden heeft. Zo goed als de Chinese rol belangrijk kan zijn bij de opening van Noord-Korea en bij de hervorming van de Noordkoreaanse economie. China zou als enige de zwakke premisse in het herenigingsplan van de Zuidkoreanen kunnen versterken. Anders gezegd: zonder de inbreng van China is de kans veel groter op een plotselinge ineenstorting, die Zuid-Korea zo schuwt.

En wanneer het toch gebeurt? Nog is Noord-Korea monolitisch. Maar wat gebeurt er na de dood van Kim Il Sung? Een communistisch systeem dat eenmaal haarscheurtjes vertoont, begint snel te verkruimelen. De politiek commentator van de Han Kook Ilbo, een van de grootste Zuidkoreaanse kranten, voorspelt dat dan een machtsstrijd zal volgen. “Zodra Kim Il Sung dood is”, zegt hij, zullen er fricties tevoorschijn komen.” En voor het overige is het totaal onvoorspelbaar, te meer omdat er tal van wilde, tegenstrijdige theorieën over de zoon de ronde doen.

Net als op een plotselinge aanval van Noord-Korea is de Zuidkoreaanse regering op een plotselinge ineenstorting van Noord-Korea grondig voorbereid, al bewaart ze over het laatste een diep stilzwijgen. Op het ministerie van economische planning verbergt Ha Dong Man, een hoge ambtenaar, het bestaan van de 'indammings-plannen' niet. “Zuid-Korea zal in dat geval zijn grenzen sluiten. Wij willen dat de mensen daar blijven”, zegt hij. Om er onmiddellijk de officiële lijn aan toe te voegen: “Maar wij wllen geen ineenstorting, wij willen een stapsgewijze hereniging.”