Het volkje

“Ha”, zegt Jan, “113 P! Dan moet nulnegentig er ook zijn. Die zaten in Rusland zo'n beetje bij ons voor de deur.” En enige tijd later: “Nou moe, nulnegentig staat daar helemaal achteraan. Ze hebben zeker ruzie vandaag.”

Hij heeft in Rusland kleine zwanen gevangen en van een genummerde blauwe halsband voorzien. Dan gaat het om duidelijkheid van kleur en inscriptie, om een kwaliteit plastic die niet gauw smerig wordt. Want je wilt die vogels dat niet aandoen, en dat je er achteraf niks mee opgeschoten bent.

Onder de bij ons overwinterende kleine zwanen zoekt Jan naar dieren die hij daarginds in handen heeft gehad. Of ze nog samen zijn, of ze jongen bij zich hebben, of ze er goed uitzien. Een rustig werkje met de telescoop.

We nemen alle weggetjes in de polders boven Amersfoort en Nijkerk. Kleine zwanen, tien- tot honderdtallen, de gezinnetjes altijd enigszins apart, grazen blinkend in het vette groen. Het grijs-gemarmerd wolkendek vormt een lage zoldering. De wind duwt als een dronken krachtpatser tegen de auto. De regen trippelt met talloze pootjes over het dak.

Deze ene dag tellen we er 3006. Dat is één van de tien van alle kleine zwanen op het westelijk halfrond. Het hele volkje wordt geschat op ten hoogste dertigduizend. Zoveel mensen wonen er alleen in Woerden al. Verbluffend, altijd weer. Dat de aardigste dieren genoegen nemen met de kleinste aantallen.