Het grijze gebied van een voetbalscheidsrechter

Wat maakt een scheidsrechter populair? En wat niet? Natuurlijk telt vooral of hij goed of slecht fluit. Maar omdat elke scheidsrechter uit ere- en eerste divisie de lange weg naar het betaald voetbal heeft doorlopen, mag je aannemen dat ze allemaal kunnen arbitreren. Toch krijgt de één, Van der Ende, bijna alleen maar lof toegezwaaid en is de ander, Luinge, altijd de gebeten hond.

ROTTERDAM, 18 DEC. Tot en met afgelopen seizoen had het magazine Voetbal International wekelijks een portret van een voetballer. Op twee vragen werd er opvallend vaak eensluidend geantwoord. Van de 39 spelers die in het seizoen 1992-'93 werden ondervraagd, noemden negentien Van der Ende als de beste scheidsrechter, negen kozen Blankenstein en vijf kozen Jol. Ook Van Swieten, al lang niet meer actief, werd nog drie keer opgevoerd. Bij de slechtste scheidsrechter was er ook een onbetwiste koploper, Luinge, met negentien stemmen. Tweede van onderen was Van Vliet met vier stemmen. Hij werd wel door een speler de beste genoemd.

René Maassen van Fortuna was het hardste in zijn oordeel over scheidsrechters. Hij antwoordde op de vraag wie hij de slechtste vond: “Allemaal.” “Het zijn stuk voor stuk ambtenaren en dat merk je ook in het veld.”

Zo negatief waren de andere spelers niet. Wel hadden de meesten geen goed woord voor Roelof Luinge over. “Hij kan er niet veel van.” “Echt een drama.” “Het wordt tijd dat hij ermee ophoudt.” Afgelopen seizoen stuurden de aanvoerders uit de eredivisie zelfs een gezamenlijke brief naar de scheidsrechterscommissie om hun bezorgheid over het fluiten van Luinge kenbaar te maken.

Het is opmerkelijk, dat Luinge zich na zo veel kritiek en opmerkingen staande heeft weten te houden. Cees de Bruin, voorzitter van de werkgroep die onder meer de scheidsrechters in het betaald voetbal begeleidt en met raad en daad bijstaat, typeert de arbiter uit het Groningse Eelde als “uitermate nuchter”. Luinge zelf: “Ik trek me niets van die kritiek aan. Ik hoef er niet van te leven. Ik geloof in mezelf.” Het aanbod om na het rumoer over de wedstrijd Roda JC-Feyenoord en met name de beledigingen van trainer Wim van Hanegem een weekje rust te nemen, sloeg hij dan ook af. Hij leidde afgelopen woensdag Ajax-FC Twente. “Als ik niet was gegaan had iedereen gezegd: Luinge loopt er voor weg. En dat doe ik niet.”

Wat is er volgens de voetballers mis met Luinge? Hij zou de wedstrijden te veel volgens de regels leiden, is de klacht. Dat lijkt een goed uitgangspunt. Regels zijn er om nageleefd te worden. Maar wie dat doet, is per definitie niet populair. Vergelijk het met een politieagent. Luinge: “Ik zeg niet dat ik geen fouten maak. Natuurlijk maak ik die. Maar ik ben eerlijk, consequent en recht door

zee. Ik wil niet marchanderen.''

Toparbiter John Blankenstein praat over “het grijze gebied”. Daarmee doelt hij op de momenten in een wedstrijd waarin het er om hangt of er een kaart of een berisping voor een overtreding moet worden gegeven. “Maar soms is een enkel woord beter op zijn plaats. Het met elkaar communiceren is belangrijk. Dat kan een hoop agressie wegnemen. Inspelen op een situatie. Het gaat om, zoals de Engelsen zo mooi zeggen, the spirit of the game. De één voelt het beter aan dan de ander.”

En Luinge zwaait, aldus de spelers, snel met kaarten, duldt geen tegenspraak en maakt bovendien zelf af en toe misplaatste opmerkingen. Feyenoord-aanvoerder John de Wolf: “Voor de wedstrijd tegen Roda zei hij op hele arrogante toon tegen Henk Fräser dat hij niet mocht spelen als hij niet snel zijn slidingbroek zou optrekken. Die stak vier centimeter onder zijn broek uit. Hij kan dat toch ook anders zeggen? 'Henk, kan je die broek misschien een beetje omhoog trekken' of zoiets.”

De Bruin en zijn werkgroep hebben Luinge het afgelopen seizoen aangesproken over de onophoudelijke stroom van kritiek. Dat lijkt effect te hebben gehad. Volgens deskundigen maakt de Groninger dit seizoen een betere indruk dan voorheen. De Bruin: “Hij is een andere scheidsrechter geworden, volmaakter. Hij is technisch perfect en zeer consequent.” Het probleem is echter dat bijna niemand de 'nieuwe Luinge' blijkt te herkennen. “Hij moet tweehonderd procent beter zijn om de meningen over hem te veranderen”, weet De Bruin. Blankenstein: “Als je in in het voetbal eenmaal een naam hebt, kom je daar heel moeilijk vanaf, zowel in positieve als in negatieve zin.” De Wolf: “Nee, ik heb geen verandering bij Luinge gezien.”

De beoordelingscijfers van Luinge zijn dit seizoen goed tot uitstekend. Maar daarvoor waren ze ook niet slecht. Hij werd twee jaar geleden op de internationale lijst gezet. Hij fluit met de FIFA-badge op zijn revers. De 38-jarige Luinge leidde tot nu toe een aantal vrouwen- en jeugdinterlands en één wedstrijd in de voorronde van het Europa-Cuptoernooi.

Veel voetballers praten elkaar na, wat betreft hun oordeel over arbiters. Zo merkte De Bruin vorig seizoen dat een door Voetbal International geportretteerde speler, die Luinge de slechtste vond, deze scheidsrechter al ruim twee seizoenen niet in een wedstrijd had meegemaakt. “Waar baseer je zo'n antwoord dan op?”

Ajax-aanvoerder Danny Blind stelt dat spelers snel het idee hebben dat een bepaalde scheidsrechter iets tegen ze heeft. “Je hoeft maar een paar keer een negatieve ervaring met zo iemand te hebben. Dat kan om toevalligheden gaan. Toch is het kwaad dan al geschied. Dan kan zo'n man geen goed meer doen in de ogen van een speler. Dan wordt er op de kleinste dingen gelet.” Het komt voor dat een club de KNVB vraagt niet meer aan een bepaalde scheidsrechter gekoppeld te worden. Zo'n verzoek wordt niet ingewilligd. Er bestaat geen zwarte lijst, luidt de verklaring.

Volgens Cees de Bruin is het een nadeel dat een scheidsrechter in één seizoen een club wel vier, vijf keer kan treffen. In een land als Duitsland is dat door de veel grotere groep beschikbare arbiters anders. Daar krijgt een scheidsrechter hoogstens twee maal in één competitie met een bepaalde ploeg te maken. “Dan heb je geen gelegenheid om als speler een hekel aan iemand te krijgen”, aldus De Bruin.

Blind zegt geen klachten over de verguisde Luinge te hebben. Hij verbaast zich dus over de zware kritiek op de arbiter. “Natuurlijk maakt hij fouten, maar hij is wel consequent. En dat is belangrijk”, aldus de Ajacied. “We willen als spelers weten waar we aan toe zijn.”

De populairste scheidsrechter, Mario van der Ende, denkt niet dat hij meer accepteert van spelers dan de collega's. “Uitschelden voor klootzak of zo, kan bij mij ook echt niet.” Hij stelt ook dat een overtreding die in de eerste minuut een gele kaart waard is dat in de laatste minuut bij een stand van 5-0 ook nog is. Een scheidsrechter moet duidelijk zijn en geloofwaardig overkomen, aldus Van der Ende. “Ik geef korte signalen. Het moet geen Teleac-cursus discussiëren worden op het veld.” Collega Dick Jol: “Het is geen EO-landdag.”

Van der Ende, WK-kandidaat, vindt wel dat er ruimte moet zijn voor een grap en grol met de spelers in het veld. Over en weer. 'Een beetje voeren', zoals hij het noemt. “Een scheidsrechter moet weten wat er in de voetballerij omgaat. De achtergronden van spelers. Ik wist dat je tegen Sören Lerby makkelijk een keer godverdomme kon roepen, maar een andere speler zakt na zo'n opmerking een halve meter onder de grond. Dat moet je aanvoelen. Er is geen receptenboek voor het leiden van een wedstrijd.”

Van der Ende, maar ook Blankenstein en Jol, stammen uit de Haagse regio. De meeste toparbiters uit het verleden zoals Corver, Horn, Keizer en Van Ravens komen ook uit het westen van het land. Luinge komt uit het hoge noorden. Maar volgens Van der Ende zit het niet in het accent, de lengte van het haar of de kleur van het tenue van de scheidsrechter. “Of ze mogen je of ze mogen je niet.”