Gezapige uitstalling van jonge kunst

Tentoonstelling: Peiling '93. T/m 23 jan in het Centraal Museum, Utrecht. Open di t/m za 10-17u, zo en feestdagen 12-17u. 25 dec en 1 jan gesloten. Catalogus ƒ 30,-.

Een omgeving waar de voorhoede zich thuis kan voelen: zo omschreef Sandberg eind jaren vijftig het ideale museum voor eigentijdse kunst. Als directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam verzette Sandberg zich met succes tegen de stoffige atmosfeer van het traditionele museum. Bij hem mocht het publiek 'praten, zoenen, hardop lachen'. De kunst van de voorhoede was experimenteel en soms schokkend of afstotend, aldus Sandberg. Volgende generaties zouden er pas de schoonheid van zien.

Sjarel Ex, directeur van het Centraal Museum in Utrecht, ziet het ideale museum als een groot, gastvrij huis, waar 'iedereen kan doen waar-ie zin in heeft'. De kunstwerken fungeren er als 'een soort open haarden' waar men bij kan wegdromen. De belangrijkste herinnering aan een museumbezoek is 'dat het warm was, daar'. Aldus Ex en conservator Marja Bosma in de catalogus bij de tentoonstelling Peiling '93, waarop twaalf jonge Nederlandse kunstenaars worden gepresenteerd. Dit is de derde door Shell Nederland gesponsorde Peiling. In 1991 en 1992 vonden exposities plaats respectievelijk in het Haags Gemeentemuseum en in Museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam.

Er is duidelijk wat veranderd: terwijl Sandberg deuren en ramen wijd openzette, zit Ex met de gordijnen dicht bij de open haard te mijmeren. Is zo'n knusse plek wel ideaal voor jonge kunstenaars? De expositie maakt duidelijk dat sommigen meer gebaat zouden zijn bij een kritische, professionele begeleiding dan bij dit soort gezapigheid. Niels Staal maakt bijvoorbeeld behalve schilderijen en tekeningen ook constructies en modellen. Bij het tweedimensionale werk treedt het emotionele, bij het driedimensionale treedt het rationele op de voorgrond. Staal hinkt op twee gedachten en dat is extra duidelijk te zien doordat alles door elkaar heen hangt. Alleen de affiches die Staal voor het Amsterdamse kunstenaarsinitiatief W139 ontwierp zijn geslaagd: houdt de hersenhelften in evenwicht staat er op gedrukt.

Ook de presentatie van Sandra Derks is niet gelukkig. Derks geeft in Utrecht een overzicht van twaalf jaar tekeningen; haar schilderkunstige projecten op diverse locaties zijn met foto's gedocumenteerd. Door de hoeveelheid en wisselende kwaliteit blijft het verband tussen beide werkvormen onduidelijk. Als er een strengere selectie was toegepast, waren de bedoelingen van Derks beter uit de verf gekomen.

De bijdragen van de duo's Madje Vollaers/Pascal Zwart en Hewald Jongenelis/Sylvie Zijlmans waren waarschijnlijk zelfs met deskundig advies niet te redden geweest. Vollaers en Zwart doen een poging om 'couture, architectuur, haute cuisine en sculptuur' met elkaar te verenigen. Het resultaat - vergrote 'luciferdozen' met decoratieve versiering en 'douchegordijnen' met plaatjes - is echter vlees noch vis. Het tafereel van gipsen figuren, varkens en biertonnen dat Zijlmans en Jongenelis componeerden, blijft zelfs 180 graden gekanteld op de wand spanningsloos en kil.

Overtuigender zijn de schilderijen van Robert Suermondt. Hij schildert zijn landschappen met moderne witte gebouwen na van foto's uit tijdschriften. In zijn recente schilderijen maakt hij zich steeds meer los van zijn thema waardoor er een spannend evenwicht ontstaat tussen voorstelling en pure schilderkunst.

De installatie van Aernout Mik brengt het publiek even, zoals in de tijd van Sandberg, in verwarring. In een zaal met aan weerszijden gebrandschilderde ramen, heeft Mik een biljart neergezet. Op de wanden en deels voor de ramen hangen witte kanten kinderjurkjes en Amerikaanse fotorealistische schilderijen. Een reus met gebroken arm die op zijn kop hangt, completeert het geheel. De betekenis van een en ander blijft raadselachtig. Is het een confrontatie van Amerikaanse vulgariteit met Hollandse bescheidenheid? De tekst in de catalogus wijst in deze richting. Maar de suspense die de installatie aanvankelijk teweegbrengt, verdwijnt al snel.

De enige echte verrassing van deze Peiling is het werk van de onbekende Haagse kunstenaar Marcel van Eeden. Hij exposeert een serie van 132 potloodtekeningen uit de afgelopen twee jaar. Van Eeden voert de toeschouwer mee in een eigenzinnige wereld. Zijn Haagse gebouwen, Märklintreinen met bijbehorende modelhuisjes en afbeeldingen van instructies uit het leerboek voor de huishoudschool ademen de sfeer van de jaren vijftig. Toch is het niet de nostalgie die treft, maar het persoonlijke handschrift en de bescheiden schaal van het werk. Temidden van de zelfingenomen installatie-kunst die op deze Peiling overheerst, vallen deze eigenschappen van Van Eeden en zijn consequente werkwijze op.