Gesterkt keert Wouda terug uit VS

HENGELO, 18 DEC. Marcel Wouda won gistermiddag in Hengelo tijdens de eerste dag van de Nederlandse winterkampioenschappen zwemmen de vijftienhonderd meter vrije slag in een tijd van 15.21,16, een nieuw nationaal record. De oude toptijd in een 25-meterbad stond op naam van Arthur de Rouw, die in 1984 ruim drie seconden langzamer was.

Wouda, die geen enkele tegenstand ondervond van de slechts drie overige deelnemers, was donderdag vanuit de Verenigde Staten in Nederland aangekomen. Last van jet-lag kreeg het grote nationale zwemtalent in jaren pas halverwege zijn race. “Toen voelde ik mijn benen opeens zwaar worden. Ze verzuurden. Gelukkig zat ik in een goed ritme, waardoor ik toch flink door kon blijven gaan.”

Sinds september 1992 verblijft Wouda in Ann Arbor, een stadje ten westen van Detroit. Daar combineert hij aan de Michigan University een studie met keiharde trainingen. Nadat hij aanvankelijk slechts een beperkte beurs van de op zwemgebied vermaarde universiteit kreeg toegewezen, ontvangt hij inmiddels het maximale jaarbedrag. Vanwege zijn uitmuntende prestaties in het water. Want hoewel hij ook in de collegezaal (Wouda studeert informatica) goede resultaten behaalt, bepalen zijn tijden in het zwembad toch de hoogte van zijn beurs.

En die tijden zijn uitstekend. Bij de Amerikaanse studentenkampioenschappen in april van dit jaar vestigde hij drie nationale records (op de tweehonderd meter schoolslag en op de tweehonderd en vierhonderd meter wisselslag) en won hij twee titels. Dat laatste was voor de universiteit wegens de hoog te houden naam het belangrijkste. Tijdens de Europese kampioenschappen in Sheffield in augustus zwom hij op de vierhonderd meter wisselslag opnieuw een nationaal record. Zijn tijd (4.17,90) was tevens goed voor de derde plaats.

Wouda lijkt in Amerika vooral mentaal sterker te zijn geworden. In het verleden gebeurde het regelmatig dat hij zijn zenuwen niet de baas kon blijven en trillend op het startblok stond. Met als gevolg meestal een valse start. Tijdens de Olympische Spelen blokkeerde hij door spanningen zelfs zo erg dat hij de troostfinale niet eens haalde.

Hoewel een optreden in Hengelo voor een handjevol publiek natuurlijk niet te vergelijken is met internationale topwedstrijden in wereldsteden, was zijn zelfvertrouwen opmerkelijk. Voor en direct na zijn gewonnen wedstrijd maakte hij grapjes met fans op de tribune over een cameraploeg van de NOS, die hem op de voet en bijna tot in het water volgde. Verslaggevers stond hij rustig, haast geroutineerd te woord. Zonder die schichtige blik van 'vroeger'. Zelfs met een voorzichtige glimlach rond de lippen. Hij lijkt het haast leuk te vinden, al die aandacht voor zijn persoon nu hij weer even in eigen land is. Ook dat is wel eens anders geweest.

Eerste Kerstdag vertrekt hij weer naar Ann Arbor. Om vrijwel meteen door te vliegen naar Colorado Springs, het mekka van de Amerikaanse zwemsport. Voor een trainingskamp met de andere topzwemmers van de universiteit. Hij weet nu al dat dat - mede omdat Colorado Springs op zeer grote hoogte ligt - afzien wordt. Nog meer dan hij nu al doet tijdens de gewone trainingen van de vermaarde zwemtrainer Jon Urbanchek. Maar hij weet ook dat hij er alleen maar profijt van zal hebben. Dat het een volgend stapje is op weg naar het grote doel dat hij voor zichzelf heeft gesteld: de Olympische Spelen van 1996 in Atlanta. Tegen die tijd zal hij 'Hengelo 1993' waarschijnlijk allang vergeten zijn.