GASTVRIJHEID

Tijdens de Eerste Wereldoorlog waren de Nederlanders buitengewoon gastvrij voor de op de vlucht gejaagde Belgen, omdat beide volkeren zulke grote culturele verwantschap hebben, aldus E.J. Mulder in het artikel 'Nederland heeft alleen de Belgen met open armen ontvangen' (NRC Handelsblad, 14 december).

Waarschijnlijk willen de Nederlanders veel liever herinnerd worden aan hun heroïsche lotgevallen tijdens de Eerste Wereldoorlog, dan aan hun onfrisse rol in Tweede Wereldoorlog.

Toen de Belgische neutraliteit werd geschonden verklaarden de Britten Duitsland onmiddellijk de oorlog; terwijl de Engelsen aanstalten maakten om ons grondgebied mee te helpen verdedigen hielden onze naaste buren zich gedeisd! Als we echter ook hadden kunnen rekenen op de steun van het Nederlandse leger waren die Duitsers wellicht niet eens voorbij Luik geraakt.

België was intussen in de grootste ellende gedompeld, de historische stad Ieper werd gewoon van de kaart geveegd, andere steden werden gedeeltelijk verwoest, een deel van ons kunstpatrimonium werd vernietigd of gestolen en honderdduizenden landgenoten moesten dit alles met hun leven bekopen.

Dat de Nederlanders gastvrij waren voor de Belgen had dus weinig te maken met de culturele verwantschap tussen beide landen. De Hollanders waren wat blij dat hun aandeel in de oorlogsellende beperkt bleef tot de opvang van de stroom vluchtelingen - 'met open armen' desnoods.

Had Holland de immigranten de deur gewezen dan zou het zich op diplomatiek vlak te nadrukkelijk achter de politiek van Duitsland hebben geschaard en dan was het een onzekere commerciële toekomst tegemoet gegaan. De politieke en economische banden met België, Frankrijk en Engeland zouden grondig verstoord zijn. En daar was het allemaal om te doen! De arme joden en Hongaren hebben het geweten.