Frans Wolters, de onderbaas van het CDA; 'We worden wel eens ten onrechte geprezen voor onze geweldige strategie'

Frans Wolters coachte Brinkman tijdens zijn entree in het parlement. En nog steeds zijn ze bij het wekelijkse vragenuurtje in de Kamer onafscheidelijk: de beoogde premier en de man die niet zal terugschrikken voor 'een van de weinige echte hondebanen in Nederland', het fractie-voorzitterschap van het CDA. Wolters geldt nu nog als de onzichtbare regisseur van de fractie. Maar als de plicht roept, wie is Frans Wolters dan om het hoge ambt te weigeren? Een gesprek over tactiek, foutjes, katholieke zuiderlingen en het dictaat van Bergschenhoek.

Hij bladert in zijn plakboek van het afgelopen jaar. 'Dit is de WAO hoe het werkelijk gegaan is.'' Frans Wolters (50), vice-voorzitter van de CDA-fractie in de Tweede Kamer, wijst op stuk of zes kleine briefjes met aantekeningen. 'Ik probeer de problemen altijd te comprimeren tot dat waar het werkelijk over gaat. Hier: 'fouten kabinet in WAO dossier'. Hier: 'februari 1991 SER-advies open in plaats van gericht'. Daar is alle ellende van gekomen. Elske ter Veld en Wim Kok wilden geen gericht advies vragen van de SER, want dan moesten ze al een keuze maken welke kant het uitmoest. En dat durfden ze niet. Als toen in het kabinet was doorgedrukt, had dat nu vijftien zetels voor de PvdA gescheeld.''

Wolters is voor de buitenwereld een figurant maar in werkelijkheid de chief whip van de CDA-fractie. Hij wordt getipt als opvolger wanneer de huidige fractievoorzitter Elco Brinkman volgend jaar naar het kabinet gaat. Wolters bevestigt dat hij geen 'nee' zal zeggen als de fractie hem verkiest. 'Wie ben ik om dan te weigeren.''

De uit Venlo afkomstige Wolters was, na zijn studie economie in Tilburg (summa cum laude), zeven jaar wethouder in zijn geboortestad. Sinds 1981 bracht hij twaalf en een half, relatief onopvallende, jaren door in de Kamerbankjes. Hij hield zich bezig met Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, met Verkeer en Waterstaat, en, sinds 1986, steeds meer met Sociale Zaken. Doordeweeks woont hij, ongehuwd, op een flat in Scheveningen, in het weekeinde thuis bij zijn bejaarde moeder in Venlo. Volgens hem is zijn burgerlijke staat geen handicap binnen de partij die het gezin als hoeksteen van de samenleving propageert. 'Ik heb in mijn omgeving nooit gemerkt dat het feit dat ik ongehuwd ben als een probleem wordt ervaren. Nadeel is wel dat ik exceptioneel veel tijd steek in mijn werk omdat ik minder verplichtingen heb dan de anderen. Voordeel is dat ik altijd een telefoontje minder hoef te plegen als er weer eens een vergadering uitloopt. Dat scheelt al gauw tien telefoontjes in de week.''

Toen Brinkman in 1989 zijn ministerspost op WVC inruilde voor het fractievoorzitterschap, en premier Lubbers bovendien Yvonne van Rooy naar voren schoof voor het vice-voorzitterschap, stak de fractie daar met de kandidatuur van Wolters een stokje voor. Wolters: 'Destijds kwamen er verschillende mensen naar me toe die zeiden: dat moet jij worden. Twee mensen van 'buiten' in de leiding van de fractie vond men wat te veel van het goede.''

Sindsdien functioneert Wolters als onderbaas van de fractie. Dat gebeurt grotendeels achter de schermen. Een keer per week, tijdens het vragenuurtje op dinsdag, opereert hij in het openbaar. Dan zit hij tussen Brinkman en tweede vice-voorzitter Gerrit Gerritse achterin de grote zaal van de Tweede Kamer. In de loop van dat uur is zichtbaar hoe leden van de fractie, de een na de ander, langskomen om dingen te regelen. Zelf staat Wolters als voorzitter van de fractiecommissie sociale zaken hoogst zelden achter de microfoon. Liever laat hij 'de zaken lopen via de woordvoerders''.

CDA-ingewijden noemen hem 'een grijze muis'. Anderen brengen daar tegenin dat de Bert de Vries, de huidige minister van Sociale Zaken, totdat hij in 1982 fractievoorzitter werd, ook een grote onbekende was. 'Als Frans iets wil, dan gebeurt het. Zonder dat hij met zijn vuist op tafel hoeft te slaan,'' zegt een bevriende politica. En een fractiegenoot zegt: 'Laat Frans maar schuiven.''

Wolters zelf is niet verbaasd over die geluiden: 'Het is mijn aard. Neem de begrotingsvoorbereiding. Daar houd ik me intensief mee bezig. Door er met de betrokken woordvoerder over te praten, door er in de fractiecommissie over te praten, en opnieuw in de vergadering van de gehele fractie. Zo kan ik het hele proces sturen. Zonder heel hard te roepen dat het zus of zo moet. Ik doe dat niet zo bewust, het is een habitus. Ik zal zo min mogelijk proberen mijn zin te krijgen via het conflict, altijd via overleg als het kan.''

Toen Brinkman in de Kamer kwam, had hij totaal geen parlementaire ervaring. Heeft u hem gecoached?

'Niet als opdracht van de fractie, maar zo werkte het wel natuurlijk.''

Hoe is de rolverdeling tussen u en Brinkman?

'Daarover is nergens iets formeel geregeld. Ik denk dat Elco meer delegeert dan Bert de Vries deed toen hij fractievoorzitter was. Elco was gewend om als minister te delegeren en die ervaring vind je hier terug. 'Jij doet het, maar koppel even terug.' Dat heeft wel consequenties voor mijn functioneren, want dat betekent dat ik automatisch meer dingen ben gaan doen.''

Neemt u ook beslissingen over wie welke woordvoerderschappen heeft?

'Nee, het kan heel merkwaardig klinken maar dat regelt elke commissie zelf. Het fractiebestuur doet daar niks aan. We informeren wel een keer. We houden een beetje in de gaten dat er geen rare dingen gebeuren. Maar in principe hebben we er niets over te vertellen.

'Ons fractiebestuur functioneert in wezen heel merkwaardig. We hebben geen politiek bureau, zoals de PvdA. We hebben een platte organisatie. Het fractiebestuur is er alleen voor de koffie en de thee. Iedereen weet dat we iets meer doen, maar formeel is dat verboden. Als we echt politiek bureau zouden gaan spelen als fractiebestuur, dan kregen we de grootste problemen in de fractie. Ik probeer wel als vervanger van Elco op de hoogte te zijn van alles wat politieke relevantie heeft en waar we vroeg of laat politieke ellende mee kunnen krijgen. Ik heb dus in het begin tegen hem gezegd: 'Ik wil goed geïnformeerd zijn over alles wat er speelt, anders kan ik niet functioneren.' Het is een kwestie van verschillende petten. Als eenvoudig lid van het fractiebestuur weet ik het niet maar wel als stand in van de voorzitter.''

Voor de zomer zegde uw fractiegenoot Marjan Soutendijk minister Hirsch Ballin plotseling de wacht aan over het cellentekort. Ging dat ook via uw bureau?

'Dat heeft Marjan op eigen initiatief gezegd. Wij schrokken daar net zo hard van als de rest van de Kamer. Ze heeft een iets andere toon gezet dan wij hadden bedoeld. De week daarop heb ik toevallig wel met de follow up te maken gehad. Ik ben toen naar Ernst gestapt om uit te leggen wat we werkelijk verwachtten. In de pers is dat uitgelegd als een geprogrammeerde actie anti-Ernst. Maar dat was absoluut niet het geval. Het was gewoon een foutje. We wilden wel dringen, maar niet in die bewoordingen. We worden wel eens ten onrechte geprezen voor onze geweldige strategie. Ik denk wel dat we de meeste zaken beter afstemmen dan anderen. Maar de tienen die de media ons daarvoor uitdelen mogen soms ook wel eens achten zijn.''

Is het ontbreken van politieke sturing door het fractiebestuur een gevolg van het feit dat het CDA drie stromingen in zich verenigt?

'Nee, de bloedgroepen spelen alleen een rol tijdens de kandidaatsstellingsperiode, zoals nu. Daar moet je heel verstandig mee omgaan. Je moet niet zeggen dat het er niet toe doet, dat is onzin. In onze partij speelt naast het geloof ook de regionale herkomst een rol voor de herkenbaarheid van kandidaten. Zelf ben ik katholiek en afkomstig uit Zuid-Nederland. Als nu zou blijken dat in de volgende fractie een derde deel wel katholiek zou zijn maar dat er weinig lui uit Zuid-Nederland bij zaten, komt al gauw de vraag: is die lijst wel evenwichtig. In het Zuiden zitten de katholieken immers bij elkaar. In die zin wordt er gekeken naar de bloedgroepen.''

En dat geldt ook voor de functie van fractievoorzitter?

'Bij individuele functies wordt altijd het totale tableau in ogenschouw genomen. Er wordt gelet op een evenwichtige verdeling van alle eerste functies tussen katholieken en protestanten. Nu hebben we de afgelopen jaren een paar tussentijdse benoemingen gehad: Braks en Van den Broek zijn vertrokken uit politiek Den Haag. Twee geprononceerde katholieken, waarvan Braks ook nog uit Zuid-Nederland kwam. Het gevolg was dat er op de eerste rang geen echte katholiek meer zit die als Zuidnederlander gezien wordt. Hanja (Maij-Weggen, red.) woont wel in Eindhoven, maar zij is niet katholiek. Ernst is wel katholiek, en woont zelfs in Tilburg, maar is een Amsterdammer. Er moet dus een herkenbaar figuur uit Zuid-Nederland komen, anders krijg je daar onlustgevoelens: tellen we soms niet meer mee?

'Dus als blijkt dat de komende jaren allerhande functies door mensen van protestants christelijke huize worden ingevuld, zou het niet wijs zijn een katholiek te passeren die beschikt over de juiste kwaliteiten. Dat speelt natuurlijk straks bij de nieuwe fractievoorzitter, er vanuitgaande dat we inderdaad de verkiezingen winnen en dat Elco vertrekt naar het kabinet.''

Voor die functie wordt uw naam genoemd.

'Het is niet uitgesloten dat dat aan de orde komt. Voorwaarde is natuurlijk dat we een goede uitslag maken, dat we gaan meeregeren en dat Brinkman vertrekt naar het kabinet. Dan is er pas een vacature. En dan is het de fractie die erover beslist. Of ik daar voor in ben? Ik heb nooit naar die functie gesolliciteerd, maar als de fractie dat rond die tijd de meest ideale oplossing lijkt, wie ben ik dan om nee te zeggen? Het is natuurlijk een van de weinige echte hondebanen in Nederland.

'En Elco heeft het nu dubbel moeilijk omdat hij ook nog partijleider moet worden. Dat is een schier onmogelijke opgave. Je kunt eenvoudiger opereren als je je kunt fixeren op de lopende periode dan wanneer je ook nog oog moet hebben voor de gevolgen in een volgende termijn. En toch moet een partijleider-in-spe die ook verantwoordelijk is voor de uitvoering van het verkiezingsprogramma dat wel hebben.''

Dat is ook de achtergrond van de crisis-achtige geluiden de afgelopen weken?

'Het probleem is dat de boedel die je overneemt groter wordt naarmate er nu minder gebeurt. Vandaar dat wij erop aangedrongen hebben dat de bezuinigingen gehaald moeten worden. Daarom hebben we onlangs gezegd dat de bijstandsmaatregelen evenzeer nodig zijn als het fiscaal pakket. Niet om dat pakket af te schieten, want dan zou het gat nog groter worden. Het doel was het kabinet zodanig onder druk zetten dat het een aantal maatregelen neemt. Kern is dat we vinden dat de hogere belastingen voor de burger in evenwicht moeten zijn met beperking van de uitgaven door de overheid. Daarom waren we wederom onrustig toen na de bijstand vorige week bleek dat de bezuinigingen op de WW niet gehaald worden. Het lijkt nu alsof wij het speciaal voorzien hebben op de sociale zekerheid, maar het hadden ook andere onderwerpen kunnen zijn. Het gaat om evenwicht tussen lastenverzwaring en ombuigingen. Dat is de achtergrond van ons getamboereer.''

Ligt de werkelijke reden niet veel meer in een verslechterde verhouding met de PvdA? Wim Kok heeft Brinkman beschuldigd van onsmakelijke politieke spelletjes.

'Ja, het is wel duidelijk dat de verkiezingscampagne enige tijd geleden is begonnen. Dit soort taal hoort niet bij het normale coalitieverkeer. Het is natuurlijk nooit goed als de coalitie een half jaar voor de verkiezingen begint met op deze wijze campagne te voeren. Dat zou je niet moeten doen.''

Maar het gebeurt wel en van beide kanten.

'Dat is ook wel begrijpelijk. Dit is op zich al een moeilijke periode, alleen al door de lijstsamenstelling en de onzekerheid die dat teweeg brengt. Dat leidt tot extra nervositeit, dat is niks nieuws. Maar het gebeurt nu tegen de achtergrond dat de beide partijen in de polls op verlies staan. Dat maakt het lastiger. Daarbij komt een grote alertheid bij de PvdA op het punt van dossiers aanpalend aan de WAO. Wij zitten natuurlijk met het feit dat we van eerste man wisselen. Dat geeft ook onrust. Toch reken ik op verkiezingen in mei. Ik zou niet weten welk belang het dient de zaak nu te laten vallen.''

U bent niet zo bekend. Hoe is uw verhouding tot de publiciteit?

'Ik ben altijd zeer terughoudend geweest, dat is mijn aard. Ik heb zelden de neiging gehad om de media in te schakelen om iets te regelen.''

Waarom niet?

'Omdat ik zo ben. Ik probeer wel altijd een normale open verhouding tot de pers te hebben. Ik kom ook wel in de publiciteit.''

Wolters haalt als bewijs zijn plakboek 1993 uit het bureau van zijn secretaresse. Wijzend op een foto met de VVD-ers Linschoten (met ooglapje) en Dijkstal tijdens het beruchte WAO-weekeinde in januari dit jaar, zegt hij: 'Ik kom wel eens in de krant, zie je wel. Met dit soort op het oog smoezelige maar belangrijke zaken. Die foto is hier aan deze tafel genomen.''

Het kabinet viel dit voorjaar bijna toen Brinkman met de VVD in zee ging om de WAO-kwestie te regelen. Toen minister De Vries (sociale zaken) en diens toenmalige staatssecretaris Ter Veld dreigden met aftreden, gaf Brinkman die poging op en accepteerde met moeite een inderhaast door De Vries zelf uitgewerkt compromisvoorstel. Dit ging de geschiedenis in als het 'Bami-akkoord', omdat dit gesloten werd ten huize van De Vries tijdens een maaltijd van de afhaal-Chinees.

In het recent verschenen boek De geheimen van het Torentje beschrijven Joustra en Van Venetië dat Wolters door Brinkman met zijn fractiegenoot Biesheuvel op pad werd gestuurd om te onderhandelen met de VVD, zonder dat hij wist van de afspraak tussen Brinkman en Wöltgens om elkaar in Utrecht te ontmoeten.

'Dat is onjuist. We zijn tegelijk vertrokken uit Doorn, waar een bestuursweekend was van het CDA. (Hij toont een papiertje) Elco moest naar Utrecht, ik naar Almere. Hier staat het: 'A6 Macdonalds Almere 14.00 uur'. Hier staat ook het telefoonnummer van Bergschenhoek waar Bert de Vries woont. Ik zou na afloop meteen Bert op de hoogte stellen van het gesprek met de VVD. Dat is gebeurd. En Elco zou na Utrecht naar Bergschenhoek afreizen. Ook dat was afgesproken. Zelf ben ik doorgereden naar Venlo. Ik wist dat ik er in Bergschenhoek niet bij hoefde te zitten. En ik voelde er ook weinig voor om daar in een café te gaan zitten wachten.'' (Op een volgende pagina is een computeruitdraai bevestigd) 'Het originele Bami-akkoord,'' zegt Wolters. 'Hier, dit is een grapje (met de hand geschreven op de print:) 'Dictaat van Berschenhoek 23-1'.

'Die zaterdag hebben we om acht uur 's ochtends de afspraak met de VVD gemaakt. Vrijdagavond laat heeft Thijs Wöltgens Elco gebeld. Ik meldde Dijkstal dat op verzoek van Thijs een afspraak in Utrecht was gemaakt met Brinkman. Ik heb tegen Elco gezegd: we spelen open kaart met de VVD. Op het moment dat er toenadering komt van onze coalitiegenoot zullen we er altijd op ingaan, want wij zijn uiteindelijk nog coalitiegenoten. Goed, de afspraak met de VVD ging dus door. Ik heb toen tegen Elco gezegd: jij kunt geen deal sluiten met Thijs, want ik ga nu eerst naar de VVD.''

U wekt de indruk meer tacticus te zijn dan ideoloog.

'Ik ben sterk bestuurlijk ingesteld. Ik ben immers als bestuurder begonnen. Toch heb ik in mijn eigen regio ook volop aan alle discussies over de grondslagen van de partij meegedaan, omdat ik destijds voorzitter van de club was. Maar ik heb mij tot op heden nauwelijks geroepen gevoeld om te publiceren over de partij-ideologie. Toch heb ik veel belangstelling voor het gedachtengoed van de partij. We moeten onze grondslag scherp in de gaten houden. Dat geldt voor elke organisatie of onderneming. Je moet verschrikkelijk goed weten waar je mee bezig bent en waar je voor staat. Op korte termijn kun je je assortiment wel uitbreiden of juist dingen in de opruiming doen, maar je kernactiviteit moet overeind blijven.''

Houdt de C van CDA u erg bezig?

'Dat heeft voor mij zeker betekenis. We zijn geen kerkelijke partij, maar de C is natuurlijk het fundament van het Christendemocratisch Appel. Dat moet je zeer serieus nemen, niet in de sfeer van de bijbel als spoorboekje, maar toch nadrukkelijk als punt van herkenning voor de partij, ook in de toekomst.''

Voor de toekomst kijkt u vast ook vooruit naar uw mogelijke nieuwe functie. Probeert u nu al dingen te regelen die van belang zijn voor de komende vier jaar?

'De nieuwe fractie is straks eigen baas. Maar in januari gaan we eens een keer in de fractie praten over een nieuwe werkverdeling na mei 1994. Zodat we daarvoor een potloodtekening kunnen maken, die later door de nieuwe fractie met ballpoint overgedaan kan worden. Dat is geen CDA-initiatief maar een reactie op de wijziging van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer. Ik vind het verstandig dat de huidige fractie daar nu al een standpunt over inneemt. Vervolgens kan de nieuwe fractie snel tot zaken komen.''

Ik heb begrepen dat u 120 nieuwe functies heeft gedefinieerd die zullen worden verdeeld onder naar verwachting vijftig nieuwe fractieleden. Is dat met het oog op het inbouwen van continuïteit?

'Ook. Maar het nieuw Reglement van Orde bepaalt onder meer dat er veel minder commissies komen, dat betekent heel concreet minder commissie-voorzitters dus minder functies. Daar moet je het wel intern over eens worden. Nu hebben we denk 25 of dertig lui die ergens voorzitter van zijn. Die taken verdwijnen. Het lijkt me heel verstandig om daar van tevoren een rondje over te spreken en straks de nieuwe fractie te laten beslissen.''

Stel: Brinkman wordt premier en u wordt fractievoorzitter. Wat voor type fractievoorzitter krijgt hij dan tegenover zich?

'Dat is allemaal zo lastig. Je moet iemand zien in de functie die hij bekleedt. De rol is sterk bepalend. Neem de discussie in de tijd dat Ruud premier werd in 1982. In de media werd toen enige aarzeling over Lubbers in de rol van minister-president geventileerd. Hij was altijd zo ongeduldig. Men zag hem doorgaan als fractievoorzitter in de regering. Ik zie wel parallellie tussen de discussie in 1982 over het premierschap van Ruud en nu over Elco. Maar stel dat Brinkman MP wordt. Dan kun je pas na een jaar de balans opmaken van zijn functioneren in een heel andere rol en positie. Het enige wat je je moet afvragen is: zou hij het aankunnen. Heb je er vertrouwen in dat hij dat zou kunnen mannen. Mijn antwoord is: ja. Maar hij zal zich in zijn nieuwe rol weer een plaats moeten verwerven. Hoe hij dat moet doen, weet ik niet.''

Maar de vraag was: geeft de toekomstig fractievoorzitter van het CDA Brinkman die ruimte?

'Dat weet ik niet. Dat is weer zo'n lastige vraag. Ook van de dan zittende fractievoorzitter moet beoordeeld worden of hij het in principe zou kunnen. Stel dat dat zo is: hoe gaat hij zich in die rol inleven? Daar zijn honderd ideeën over. Als u het aan tien collega's vraagt, krijgt u tien verschillende antwoorden.''

Maar de vraag wordt nu aan u gesteld.

'Dan zou ik een elfde antwoord moeten geven. Ik weet niet, hoe ik dan zou opereren. Dat kon ik ook niet zeggen voordat ik vice-fractievoorzitter werd. Het heeft te maken met hoe de coalitie er uit komt te zien. Een twee-partijen kabinet of een drie-partijen kabinet. Dat maakt groot verschil. En: hoe loopt de slag rond de formatiebespreking. Komt de fractie er naar haar gevoel goed uit? Of is de fractie ontevreden. En dat is cruciaal voor de opstelling van de fractie en van de nieuwe voorzitter. Als de fractie ontevreden is, zal de voorzitter ten opzichte van het kabinet loyaal, maar kritisch zijn. Als de fractie tevreden is vooral loyaal zijn en maar een klein beetje kritisch. Dat is een groot sfeerverschil. Uiteindelijk bepaalt de kiezer dus indirect niet alleen of Brinkman premier wordt maar ook de randvoorwaarden waaronder hij zijn werk moet doen. En zo hoort het ook.''