Endegeest

Jan Dröge: Kasteel Endegeest. Een geschiedenis van het huis, de tuin en de bewoners 85 blz., geïll., Matrijs 1993, Leidse historische reeks 8), ƒ 24,95

De enige keer dat kasteel Endegeest te Oegstgeest in het schootsveld van Leiden naam maakte in de geschiedenis was tijdens de tweejarige bewoning door René Descartes (1641-43). Het is een zeer fraai maar niet bijzonder huis, en wie er verblijft (op het landgoed) verzwijgt dat tegenwoordig liever. Endegeest is al sinds 1896 een psychiatrisch ziekenhuis. Alleen J.M.A. Biesheuvel wil er nog wel eens iets over zeggen, maar serieuze literatuur bestond er amper. Dit is de eerste monografie over het huis, maar die is dan ook grondig.

Vorige maand opende koningin Beatrix het kasteel, nadat het drie jaar lang in de steigers had gestaan. Een eeuw geleden werd zonder al te veel respect voor het huis gesloopt en gebroken, waardoor veel gegevens over het huis, de bouwgeschiedenis en de inrichting verloren zijn gegaan. Die fout heeft men nu vermeden door tijdens de restauratie het Bureau voor Bouwhistorisch Onderzoek J.F. Dröge aan te trekken, en dit boekje is een publieksvriendelijke variant op het onderzoeksrapport, dat eerder dit jaar werd voltooid.

Dat leidt er onvermijdelijk toe dat veel aandacht wordt geschonken aan de beschrijving van het huis, vooral hoe de boel technisch en historisch in elkaar zit en zat. In detail is het een boeiend huis, maar de grote lijn is simpel: op 17 maart 1307 wordt er voor het eerst melding van het huis gemaakt, en het bestaan van een huis is aannemelijk door de aangetroffen kloostermoppen. In 1574 werd het kasteel geheel of gedeeltelijk onbruikbaar gemaakt om de Spaanse opmars te stuiten, maar het werd niet onbewoonbaar verklaard.

In 1647 werd het oude gebouw vrijwel volledig gesloopt om plaats te maken voor een nieuw, eenvoudig huis. Niet geheel tot tevredenheid, want al vier jaar later werd besloten het huis met twee achthoekige torens te verfraaien. Galerijen verbonden het huis met de voorgebouwen en omsloten zo een rechthoekige binnenplaats. Die galerijen zijn helaas gesloopt, er zijn aanpassingen geweest aan de smaak van de tijd (kruiskozijnen maakten plaats voor schuiframen) en zinloze vernielingen.

Op een alliantiewapen in de poort na herinnert niets meer aan de opeenvolgende adellijke bewoning, toch allemaal heel nette mensen. Inwendig is er niets of weinig bijzonders te zien, hetgeen een troost mag zijn, want het kasteel is toch niet te bezichtigen. Vanuit de verte kan men de achterzijde net zien, dus meer dan dit boekje zit er voor de liefhebber ècht niet in. Maar die liefhebber wordt serieus genomen: ik kan mij niet voorstellen dat er méér over Endegeest te melden valt dan hier is samengebald.