Diplomatie in de Gatt

MET CHAMPAGNE als betrof het een Formule 1 autorace is de eindstreep in de Uruguay-ronde beklonken. Met een ruime dosis geslepen handelsdiplomatie is de meest ambitieuze stap naar vrijmaking van de wereldhandel over die eindstreep gezet. Na zeven jaar kan de winst- en verliesrekening worden opgemaakt van een strijd die in de kern ging tussen mercantilisme en vrijhandel.

Het begin van de Uruguay-ronde, in 1986, had plaats toen in de Verenigde Staten de Reagan-filosofie van handelsliberalisme hoogtij vierde. De Amerikanen dachten via de GATT hun open-marktenpolitiek aan anderen te kunnen opleggen maar stuitten daarbij op twee obstakels. In de eerste plaats bleken Japan, enkele invloedrijke ontwikkelingslanden (India, Brazilië) en de Europese Gemeenschap absoluut niet van plan om hun markten te openen en subsidies af te breken. In de tweede plaats groeide in de Verenigde Staten het verzet tegen Reagans laissez faire. Het Congres, gevoelig voor vakbonden en lokale werkgelegenheid, nam een harde handelswet aan met het gevreesde artikel 301 dat eenzijdige strafexpedities op handelsgebied mogelijk maakt.

Onder Bush sukkelden de VS plichtmatig verder en met Clinton kwam de omslag. Clintons speciale handelsafgezant Mickey Kantor verkondigde de nieuwe leer dat na het einde van de Koude Oorlog de Amerikaanse nationale veiligheid een kwestie van economie is geworden. Handelsbeleid werd strategisch veiligheidsbeleid. De ideologie van vrijhandel maakte plaats voor de bereidheid om veel harder op te komen voor eigen economische bescherming. Deze opstelling zorgde paradoxaal genoeg voor toenadering tot Europa.

IN DE EG lag een ideologische scheidslijn tussen vrijhandelaars en het Frans georiënteerde mercantilisme. De conflicten spitsten zich toe op de agrarische sector, maar ze hadden ook een geo-politieke achtergrond: Frankrijk verzette zich namens Europa tegen al dan niet vermeende Amerikaanse hegemonie. Anders dan bij vorige handelsronden konden de Amerikanen niet eenzijdig hun stempel op de uitkomst zetten. In die zin is de Amerikaanse invloed in de wereld getaand.

Buiten de schijnwerpers speelde Japan, de derde in het spel, voortdurend een remmende rol. Pas deze zomer, na de val van de Liberaal Democratische Partij, toonde Japan voor het eerst politieke bereidheid tot marktopening. De liberalisatie van de rijstmarkt ligt in Japan nog gevoeliger dan de beperking op de graanexport in Frankrijk.

Uiteindelijk hebben de Verenigde Staten vitale sectoren van hun economie buiten het Uruguay-akkoord gehouden en anderzijds belangrijke concessies gedaan. De Amerikaanse scheepvaart en de vliegtuigindustrie blijven beschermd. De financiële markten in Azië gaan minder ver open dan de Amerikanen wensten. Op landbouwgebied zijn ze de EG tegemoetgekomen en hebben ze het hervormde Europese subsidiebeleid gesanctioneerd. De opening van de audio-visuele markt die Hollywood wenste, gaat niet door. Daar staat winst op andere, voor Amerika essentiële terreinen, tegenover. Heel belangrijk is bijvoorbeeld de opening van de markt voor overheidsaanbestedingen, waarin miljarden omgaan. Wat Europa betreft zal dat met het jongste witboek van Delors alleen maar meer worden.

DE FRANSE handelsdiplomatie heeft, niet voor het eerst in multilaterale onderhandelingen, zijn kracht getoond. Dat de Franse haan nu victorie kraait, heeft deels te maken met binnenlandse politieke verhoudingen, deels met afgedwongen concessies. De aanpassing van het Blair House-akkoord over de landbouw mag dan vooral kosmetisch zijn - verschuiving naar later van de pijn - de culturele vlag is hoog gehouden door Parijs. Duitsland heeft veel geslikt zonder Frankrijk in de steek te laten. Op sommige punten heeft de Franse drammerigheid geleid tot institutionele verbeteringen zoals ten aanzien van de omvorming van GATT in een wereldhandelsorganisatie. De Franse lijn heeft in de opstelling van de Europese Unie goeddeels standgehouden. De laatste obstakels zijn weggemasseerd met geld: een toezegging voor de Franse boeren en een subsidie voor de Portugese textielindustrie. Verder zal de Commissie in de toekomst gemakkelijker anti-dumpingmaatregelen kunnen nemen.

IN HET BELANG van de kaasexport heeft de Nederlandse diplomatie tamelijk geruisloos ook nog een succes binnengehaald. Gebruikmakend van de Franse anti-GATT-stemming hebben premier Lubbers en minister Kooijmans (buitenlandse zaken) in oktober op bezoek bij premier Balladur voorgesteld de belangen van de twee grootste agrarische exporteurs van de EG - Frankrijk en Nederland - te bundelen. De Nederlandse zuivel- en de Franse graanbelangen liepen parallel en Frankrijk bleek in de EU toch niet alleen te staan. Dat heeft wellicht bijgedragen om de Fransen tot een mildere opstelling ten aanzien van een GATT-akkoord te brengen. Sir Leon Brittan, de EU-commissaris voor internationale handel, heeft nog een geheim bezoek aan het Torentje van Lubbers gebracht om de Nederlandse wens tot een GATT-akkoord met een verzachting van het landbouwcompromis te bespreken.

DE UITSLAG van zeven jaar strijd tussen vrijhandel en mercantilisme is krap op punten gewonnen door de voorstanders van vrijere handel. De Gordiaanse knoop van Genève kon worden doorgehakt omdat aan beide kanten van de Atlantische en van de Stille Oceaan de ideologische scherpslijperij plaatsmaakte voor resultaat-gericht onderhandelen. De notie dat handelsbeleid tot economisch veiligheidsbeleid behoort, heeft niet geleid tot barrières, maar tot wederzijdse erkenning van het eigenbelang. De wereld koerst met het akkoord af op geconditioneerde vrijhandel: open markten, maar met een stok achter de deur.

Daarvoor mocht deze week met recht een fles champagne worden ontkurkt.