Denken over het landschap

Geoffrey Jellicoe: The Studies of a Landscape Designer over 80 years. Vol. 1: Soundings, An Italian Study 1923-25, Baroque Gardens of Austria 226 blz., geïll., Garden Art Press 1993, ƒ 110,10

Michael Spens: Gardens of the mind/The Genius of Geoffrey Jellicoe 191 blz., geïll., Antique Collectors Club, 1992, ƒ 110,05

Geoffrey Jellicoe: The Landscape of Civilisation as experienced in the Moody Historial Gardens 200 blz., geïll., Garden Art Press 1989, ƒ 106,-

Ongeveer een jaar geleden nam hij zich voor geen stap meer over de drempel van zijn flat te zetten. Hij sloot zich op in zijn 'cel', omringd door grafiek van Klee, Moore, Nash, Nicholson en Sutherland. Een bevoorrechte positie, want die cel bevindt zich in een adembenemend mooi - jaren dertig - flatgebouw van Berthold Lubetkin, in het Londense Highgate. Daar wijdt sir Geoffrey Jellicoe (93), architect, vooraanstaand landschapsarchitect en -filosoof, zich - bevrijd van publieke verplichtingen - uitsluitend aan enkele onafgemaakte projecten. Op zijn vijfentachtigste aanvaardde hij nog een opdracht voor een ambitieus project, the Moody Historical Gardens in Galveston, Texas.

Jellicoe's interesse in tuin en landschap dateert van 1924, toen hij met zijn studiegenoot aan de Architectural Association, Jock Shephard, een studiereis naar Italië maakte om renaissancetuinen in kaart te brengen. De beide architecten in spe beschreven hun bevindingen in Italian Gardens of the Renaissance (1925), een studie die wordt geanalyseerd in het dit jaar verschenen Studies of a landscape designer (deel 1). In het hoofdstuk 'Soundings' beschrijft Jellicoe de verschillende stromingen die van invloed waren op zeven decennia landschapsarchitectuur: van classicisme en romantiek tot het gedachtengoed van Le Corbusier, Picasso, Jung en Einstein.

Sir Geoffrey is medeoprichter van het Britse Instituut van Landschapsarchitecten. In 1979 werd hij in de adelstand verheven en in 1981 ontving hij een onderscheiding van de American Society of Landscape Architects. Vorig jaar verscheen Gardens of the Mind van de hand van de architectuurcriticus Michael Spens, een fraai geïllustreerd boek, dat begint met Jellicoe's eerste bewuste ervaring met architectuur en landschap, en de invloed die het bouwen van zijn ouderlijk huis aan de kust van Zuid-Engeland (in 'Arts and Crafts'-stijl) op zijn denken heeft gehad. Spens' boek is geen biografie geworden, maar een interessante inventarisatie van de successen en de tegenslagen van een bescheiden genie die zijn leven heeft gewijd aan het landschap in al zijn facetten.

Broadway

Jellicoe's eerste omvangrijke en daadwerkelijk uitgevoerde werk was een opdracht voor het oude, pittoreske plaatsje Broadway in Worcestershire, dat begin jaren dertig een groeiende stroom toeristen - en bijbehorende auto's - kreeg te verwerken. Jellicoe leverde met zijn ingenieuze ontwerp het basismodel voor toekomstige stedebouwkundige planning en wist bovendien Broadway voor het nageslacht te behouden. Volgens Spens creëerde Jellicoe met het Cheddar Gorge Restaurant, gebouwd in 1934, 'een klein meesterwerk' waarin hij zijn scholing als architect combineerde met zijn landschappelijke aspiraties. Het restaurant was gemaakt van beton, materiaal dat in Engeland nog nauwelijks werd toegepast, en het versmolt wonderwel met de rotsachtige omgeving. Jellicoe, die in de jaren dertig docent was aan het Architectural College, waar hij zelf was opgeleid volgens classicistische beginselen, oogstte er veel bewondering mee bij zijn studenten die in de ban raakten van het modernisme.

Sir Geoffrey Jellicoe vertelde ons onlangs dat hij Cheddar Gorge helemaal was vergeten. 'Het is al zo lang geleden. Russell Page die van viscount Weymouth iets nieuws mocht bedenken voor het bestaande restaurant riep mijn hulp in voor deze moeilijke locatie, die lag ingeklemd tussen twee steile rotswanden. Page was van huis uit geen architect, maar kunstschilder. Weymouth wilde het terras overdekt hebben en ik creëerde daarvoor een ruimte met een bassin als dak, met een bodem van doorzichtige tegels. Het effect was indrukwekkender dan ik had durven hopen, de vissen in het bassin en de fonteinen lieten een intrigerend bewegend patroon achter op de vloerbedekking van het restaurant. Het bassin is jammer genoeg opgeofferd aan de uitbreiding van het aantal tafels en het oorspronkelijke concept is totaal geruïneerd'.

Zo begon Jellicoe's samenwerking met de flamboyante Russell Page, die behalve het interieur van het restaurant, ook de schorten van de serveersters en de asbakken had ontworpen. De oorlog maakte een einde aan dat compagnonschap. Ze hadden tot het laatst regelmatig contact met elkaar (Page overleed in 1985) maar als partners lagen ze elkaar niet. 'Page was - zacht uitgedrukt - nogal praalziek, al had hij een groot gevoel voor humor en wist hij zichzelf uitstekend te verkopen. In Parijs maakte hij een tuin voor de berooide ex-koning Edward en zijn vrouw Wallis Simpson die hem beloonden met een coverstory in een Amerikaans tijdschrift. Dat leverde hem heel wat rijke klanten op'. De Tweede Wereldoorlog maakte ook een einde aan het tijdperk van welvarende particuliere eigenaren met eeuwenoude landgoederen die dringend aan herinrichting toe waren. In de naoorlogse jaren van soberheid werkte Jellicoe voornamelijk aan enkele woningbouwprojecten in Zuid-Engeland, in afwachting van uitdagender opdrachten.

De beste particuliere tuin-ontwerpen die hij de afgelopen halve eeuw maakte zijn Ditchley Park (voor het echtpaar Tree), Sutton Place (voor de Texaanse kunstverzamelaar Seeger) en het landgoed Shute House (voor een volgende generatie Tree's). Bij het ontwerpen daarvan liet Jellicoe, die zijn leven lang de filosofische aspecten van de landschapsarchitectuur bestudeerde, zich leiden door het aan Heraclites ontleende motto 'Het onderbewustzijn wordt gevoed door het bewustzijn'. 'Die gevoelens van het onderbewustzijn heb ik geprobeerd aanschouwelijk te maken in landschappelijke werkelijkheid. Neem bijvoorbeeld het element water. In het landschap kan dat verschillende emoties opwekken, een verstilde donkere vijver kan uitnodigen tot beschouwelijkheid. Maar je kunt water ook laten klateren, en een muzikale dimensie toevoegen aan het landschap, zoals ik heb gedaan voor Shute, met de 'alto cascade', een muzikale waterval. Wie een tuin of een park betreedt zal zelden onmiddellijk onder woorden kunnen brengen wat hem of haar ontroert, of andere emoties bezorgt. Dat is die werking van het onderbewuste.'

Moderne kunst

Pas na zijn vijftigste ging sir Geoffrey zich verdiepen in de filosofische aspecten van het landschap. Ook moderne kunst, waarmee hij door zijn vriendschappen met Ben Nicholson en Henry Moore veel in aanraking kwam, werd een steeds belangrijker inspiratiebron. Sommige van zijn ontwerpen zijn direct terug te voeren op een werk van Klee, Picasso of Mondriaan. Niet alleen schilders en beeldhouwers, maar ook filosofen als Heraclites, Plato en Jung voegden een dimensie toe aan Jellicoe's denken over het landschap.

'De ideale situatie is een versmelting van het romantische uitgangspunt met het klassieke. Dat die stromingen elkaar niet uitsluiten, maar in harmonie naast elkaar kunnen bestaan, ondervonden Susan en ik toen wij deze flat van Lubetkin gingen bekijken. Wij waren verkocht zodra we hier binnenkwamen, hoewel de uitstraling totaal verschilde van ons huis in High Grove Terrace. Een verschil als tussen klassiek en romantisch, tussen de Grieken die zich op de goden richtten en de aardse Romeinen. Groot-Brittannië vertegenwoordigt wat de landschapsarchitectuur betreft bij uitstek de romantische stroming - Capability Brown is een exponent daarvan - en in de rest van Europa overheerst de klassieke'.

Vorige maand schreef Geoffrey Jellicoe een hoofdstuk voor een uitgave van de Raad van Europa, waarin hij samen met andere Europese landschapsarchitecten zijn licht laat schijnen over de toekomst van het landschap. Deze tekst zal worden opgenomen in deel vier van de 'Studies', die in de komende jaren nog verschijnen.

'Over de toekomst van de landschapsarchitectuur ben ik optimistisch. Ik heb voldoende aanwijzingen dat er een verandering gaande is, op den duur zal het collectieve bewustzijn het winnen van het individuele. Onder de jonge studenten is er een toenemende belangstelling voor het milieu en de schaarser wordende ruimte, en het is onvermijdelijk dat de landschapsarchitect een steeds grotere rol gaat spelen en misschien wel belangrijker wordt dan de architect. De ideale situatie zou zijn als de opdrachtgever, de stedebouwkundige, de landschapsarchitect en de architect tegelijkertijd in het beginstadium om de tafel gaan zitten. Het gebouw komt nu op de eerste plaats en als er nog geld over is, wordt de rest ingevuld. Om maar te zwijgen over alle betreurenswaardige concessies die de architect al heeft moeten doen. De verschillende disciplines moeten elkaar de hand reiken en dat is het toekomstscenario als we de ruimte die ons nog rest willen sparen. Als het aan mij lag zou Engeland - d.w.z. het landschap buiten de steden - tot nationaal monument worden verklaard.'

Levenswerk

Op een moment dat de meeste mensen al een aantal jaren van hun oude dag genieten werd Jellicoe gevraagd voor een groot project, wat misschien wel zijn levenswerk zal worden, al zal hij het nooit voltooid zien. Begin jaren tachtig werd hij benaderd door een jonge Amerikaanse botanicus Peter Atkins, die in Kew Gardens plantensoorten bestudeerde voor een nieuwe botanische tuin in Texas. Jellicoe kreeg een uitnodiging om de lokatie Galveston Island te bezoeken. Hoewel het brakke moerasland er niet bepaald aanlokkelijk uitzag, was zijn belangstelling gewekt en nam hij de uitdaging aan.

'De Moody's danken hun fortuin aan de wederopbouw van Galveston na de overstroming in 1900. Als eerbetoon aan de zesduizend mensen die toen verdronken is de Moody Foundation opgericht, met het oogmerk een 'botanische tuin' aan te leggen voor de inwoners van Galveston. Dit project verschaft mij de mogelijkheid het levenswerk van mij en mijn vrouw Susan The Landscape of Man (1975) te verwezenlijken. Wij hebben vijftien jaar aan dit boek gewerkt, en de hele wereld afgereisd om de 'tuinen van de wereld' in kaart te brengen.

'De grotten van Lascaux zie ik als het begin van de civilisatie, en dat wordt dan ook het beginpunt van een ontdekkingstocht per rondvaartboot, die tevens een soort openbaring moet worden. De bezoekers worden langs de verschillende tijdvakken en stijlperioden gevaren en wie wil kan uitstappen en de tuinen van de middeleeuwen, de renaissance, de islam of het Verre Oosten van dichtbij bekijken. Het beoogt een surrealistische voorstelling te worden die tegelijkertijd wetenschappelijke aspiraties heeft.'