De laatste mens in een jurk van ijzer

Voorstelling: Gelukkige dagen van Samuel Beckett door Hollandia. Regie: Paul Koek. Spel: Elsie de Brauw, Paul Koek. Stem: Hans Dagelet. Gezien: 16/12 Kwekerij Van 't Schip, Rijsenhout. Aldaar t/m 23/12, daarna in België. Reserveren: 075-310231.

In de voorstelling Gelukkige dagen die theatergroep Hollandia nu speelt is Winnie niet tot haar middel ingegraven in een hoop zand, zoals Samuel Beckett voorschreef, maar gevangen in een soort kooi. Een kooi in de vorm van een wijd uitlopende jurk van ijzer. Haar bovenlijf is ingesnoerd in een ijzeren korset, alleen haar blote armen, schouders en hoofd kan zij vrij bewegen. Zo is ze, een uur en drie kwartier lang, letterlijk in een keurslijf gedwongen dat haar belet weg te lopen. De betekenis hiervan is ongetwijfeld symbolisch, maar wat precies wordt er gesymboliseerd? Zijn het de normen van de maatschappij die Winnie in een keurslijf persen, of haar huwelijk met Willie?

Willie is tijdens de voorstelling wel aanwezig, maar meestal geheel aan het oog onttrokken door een hok schuin achter Winnie. Soms steekt hij daar een arm omhoog, of verschijnt zijn achterhoofd boven de rand en een heel enkele keer horen we zijn rauwe stem. Daar blijft het bij en de onzichtbare aanwezigheid van Willie vergroot Winnies eenzaamheid.

Ze bevindt zich in fel licht op een vlakte van grijze aarde. Ze lijkt de laatste mens in een desolate omgeving, die in werkelijkheid een tuinderskas in het Noordhollandse Rijsenhout is maar dank zij de schitterende belichting in een unheimische wereld is herschapen. Deze indruk wordt versterkt doordat er vaak een stem (van Hans Dagelet) in de ruimte klinkt die voorschrijft wat Winnie doet en haar om de haverklap in de rede valt.

De toevoeging van deze stem is een opmerkelijke dramaturgische ingreep van regisseur Paul Koek. De voorstelling krijgt daardoor niet alleen een metafysische dimensie maar is ook veranderd van een monoloog (van Winnie) in een samenspraak met een onzichtbare derde. Heel irritant vond ik die interrupties aanvankelijk, maar net als de luidruchtig suizende verwarmingsinstallatie begon de stem op den duur te wennen.

Gaandeweg werd me bovendien duidelijk dat Paul Koek nog een andere reden had om het commentaar te laten uitspreken: voor het ritme en de muziek van zijn voorstelling. Het is alsof de monotone lage stem van Dagelet de maat aangeeft terwijl Elsie de Brauw als Winnie haar eigen melodie laat horen. Ze doet dat op een licht groteske en van alle psychologie ontdane manier door de nadruk op het uitspreken van de tekst te leggen - ze articuleert met zo'n overdreven aandacht dat alle letters afzonderlijk zijn te onderscheiden.

Muziek en ritme dus, als vanouds belangrijke elementen in de produkties van Hollandia en met name in die van Koek, en nu bepalend voor deze enscenering van Gelukkige dagen. Je zou kunnen zeggen dat de kas met al dat glas en houtwerk het ritme in zekere zin visualiseert. En dan is er ook nog een grote zandloper die tot halverwege het tweede bedrijf blijft lopen om het ritme van de tijd uit te beelden - de tijd die Winnies leven opslokt totdat ze uiteindelijk tot aan haar nek vaststaat (in het tweede bedrijf kijkt ze over een brede ijzeren balk heen die op borsthoogte voor haar hangt).

Dit zijn allemaal aardige vondsten, maar wel van het soort waar je na een tijdje op uitgekeken raakt. Daar komt bij dat Elsie de Brauw consequent geen zielige figuur neerzet - eerder het omgekeerde, als om aan te geven dat Becketts stuk eigenlijk vrij komisch is. Maar hoe adequaat ze dat ook doet, de eendimensionale benadering maakt de voorstelling wel eentonig.