'Bijklussen' van politie grijpt terug op lange traditie

De politie in onder meer Amsterdam en Utrecht is in opspraak geraakt. Er werd bekend dat op aanzienlijke schaal politiemensen 'bijklussen', een verschijnsel dat elders ook voorkomt.

ROTTERDAM, 18 DEC. 'Moonlighting' noemen ze in de Verenigde Staten het verschijnsel dat politiepersoneel op freelance basis wordt ingehuurd door de particuliere sector. Het heeft een lange historie die teruggaat tot de voorlopers van de huidige politie.

De geuniformeerde diender verscheen pas in 1829 voor het eerst op straat in Engeland - niet in de laatste plaats om het publiek gerust te stellen dat de politie niet zou worden gebruikt als spionnen van de Kroon. Een factor was ook dat de Engels/ Amerikaanse 'constables' van voor 1829 hun publieke functie gebruikten voor het tegen beloning terugvinden van gestolen goederen. Dat wilde wel eens ten koste gaan van het oppakken van de daders, zo er al geen sprake was van regelrechte handjeklap.

De wortels van de particuliere politie liggen met andere woorden in de reguliere politie-organisatie zelf, zei de Leidse politie-onderzoeker A.B. Hoogenboom in een studie over particuliere recherche. Dat was natuurlijk geen moonlighting in de zin waarin dit begrip tegenwoordig wordt gehanteerd. De constable werd immers niet betaald door de overheid en de huidige politie wel. Toch is zeker in de VS de personele unie tussen publieke politietaak en verkoop van bepaalde diensten gebleven. Volgens het zogeheten Hallcrest-onderzoek, dat in opdracht van het federale ministerie van justitie werd uitgevoerd, was in 1985 naar schatting een kwart van het totale politiepersoneel in Amerika op parttime basis in dienst van de particuliere beveiligingsindustrie.

De politieleiding had daar volgens dit rapport in het algemeen geen moeite mee, al werden daarvoor wel enkele redenen genoemd. Een speciale reden was de mogelijkheid dat het korps juridisch zou moeten opdraaien voor de gevolgen van de activiteiten van politiemensen buiten diensttijd: het aansprakelijkheidsrecht in de VS is een agressieve tak van sport. En dan was er natuurlijk twijfel of de bijklussende politieman nog wel fit op zijn eigenlijke werk verschijnt. Problemen ontstonden ook wanneer de belangen van de particuliere opdrachtgevers botsen met de officiële politieprioriteiten. Of wanneer politiemensen in dienst van een particulier gebruik maken van informatie die zij binnen hun korps hebben gekregen.

Nederland is een stuk strenger. De ambtenarenreglementen van zowel rijks- en gemeentepolitie verbieden sinds jaar en dag zo ongeveer alle vormen van nevenwerkzaamheid. Het hoofd van het korps kan ontheffing verlenen indien een behoorlijke taakvervulling of het aanzien van het politie-ambt geen gevaar lopen. Wie geen voorafgaande toestemming vraagt zit in elk geval fout. Maar de toenmalige voorzitter van de politiebond ACP Koffeman (thans Kamerlid voor het CDA) signaleerde in 1988 dat er zelfs korpsen waren waar agenten met medeweten van de leiding een 'pool' hadden gevormd. Op hun vrije dagen reisden ze met een bus naar een ander deel van het land om daar bij te klussen.

Bij de gedeeltelijke herziening van de Wet op de weerkorpsen die vorig jaar december in werking trad, hebben verschillende fracties in de Tweede Kamer reeds aangedrongen op een verbod van activiteiten voor particuliere beveiligingsorganisaties van politiemensen in hun vrije tijd. Minister Hirsch Ballin van justitie beloofde een “restrictieve toepassing” van de bestaande ambtenarenreglementen. Vorige maand diende hij een wetsvoorstel in dat de medewerking definitief moet verbieden.

Het aan buitenstaanders verstrekken van politie-informatie is een punt apart. De grondregel is dat “aan particulieren geen inlichtingen mogen worden gegeven”, zoals de toenmalige minister van justitie De Ruiter het in 1979 uitdrukte. In werkelijkheid bestaan er intensieve informele informatiecircuits, noteerde het rapport Criminaliteitsbestrijding, over samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven, dat in 1991 werd uitgebracht in opdracht van de Stichting Maatschappij en Politie en de Stichting Maatschappij en Onderneming. Van oudsher is er een actief Old Boys Network: heel wat politiemensen zijn overgestapt naar het bedrijfsleven en nemen hun oude contacten mee. Er zijn zelfs een 'visclub' en een 'jachtclub' waarin de topmensen elkaar ontmoeten, met, zoals het rapport dat noemde, “een actieve terugkoppeling naar de achterban”.

In 1991 is de Wet Politieregisters van kracht geworden die in het belang van de privacybescherming “een gesloten systeem” invoert. Dat ligt alleen al in de rede omdat veel van deze informatie 'zacht' is (nog slechts een kwestie van verdenkingen) en bovendien geheim, zodat de betrokkene zich er moeilijk tegen kan verweren. Politiegegevens mogen in beginsel alleen worden verstrekt aan officiële instanties. Er is echter een ontsnappingsclausule - gebonden aan het openbaar belang - ten behoeve van particuliere gegadigden die “een publieke taak” vervullen.

Vanuit de politiewereld is overigens gewaarschuwd tegen de “corruptieve effecten” van dergelijke samenwerking en het gevaar dat de politiepraktijk “zijn weg als het ware zelf zoekt”. In een gesloten systeem is in elk geval geen plaats voor activiteiten van individuele politiemensen op eigen houtje. Voor hen geldt krachtens de ambtenarenreglementen een geheimhoudingsplicht. Overtreding daarvan kan zelfs een strafbaar feit opleveren. Een geval van handel in strafbladen (à honderd gulden) kwam twee Rotterdamse hoofdagenten/ rechercheurs in 1984 te staan op boetes van zevenhonderd gulden.