Arnhem

In de bespreking van 'Urquhart van Arnhem' van J. Baynes (boekenbijlage 13-11-93) legt H.A. van Wijnen de grote schuld van het falen van 'Market Garden' bij Montgomery. De (dag)boeken en/of memoires van allerlei betrokkenen en deskundigen van geallieerde èn Duitse kant leggen echter de grote schuld bij de 'Supreme Commander' Eisenhower. Ik denk onder andere aan de werken van Field-Marshall Alanbrooke, chef van het Britse comité van stafchefs, Blumentritt en Goebbels en de correspondentie tussen Monty en Ike tussen juli en november 1944.

Field-Marshall (sinds 1-9-44) Bernard Montgomery was een zorgvuldig planner, die heel voorzichtig met de levens van zijn soldaten omging. Zijn verliezen vanaf de invasie op 6 juni 1944 tot begin augustus lagen een 40 procent onder die van de Amerikanen, hoewel hij de elite Panzer vóór zich had. Montys strategie van provoceren op een breed front en aanvallen op een smal front waren zeer succesvol gebleken in Noord-Afrika (El Alamein), maar ook in Italië, waar hij zelfs tegen een meerderheid van Duitsers in schitterende verdedigingswerken (Operation Todt) wist door te stoten, en natuurlijk in Normandië.

Eisenhower was een sinds 1939 omhooggevallen overste, die nooit meer dan een compagnie aangevoerd had en die 'had never taken part in active service operations or seen a shot fired in action'' (Alanbrooke). Het Amerikaanse leger moest in korte tijd honderd maal zo groot worden. Al tijdens het Interbellum was er in Amerika nauwelijks plaats voor een legertje, laat staan voor het modern scholen èn trainen van hoge officieren (zie de jaarverslagen van Chefstaf Marshall). Maar ten behoeve van de Amerikaanse politieke opinie moest Eisenhower, als Amerikaan, de Supreme Commander in Europa worden. De hoge Engelse militairen zagen de 'Nice Guy Ike' als een goede coördinator van de geallieerde legers en omringden hem met goede generaals voor het echte werk. De bekende Ingersoll schrijft dan ook: 'The man on whose shoulder the title of Supreme Allied Commander rested had been especially selected for his ability to conciliate, and to be neither bold nor decisive, neither a leader nor a general.''

Na de vele successen van Monty besloot Ike per 1 september 1944 zelf de dagelijkse leiding van de grondstrijdkrachten in Frankrijk op zich te nemen. Vanaf toen stagneerden de planning èn de opmars.

Monty wilde met een omgekeerd Von Schlieffenplan profiteren van de diepe crisis in militair Duitsland (de grote nederlagen in Oost en West, het generaalscomplot van 20 juli) en het feit dat Hitler geen grote militaire reserves in Duitsland (meer) had. Eisenhower frustreerde dit plan op twee manieren. Ten eerste begreep hij Monty's plan niet (tijdig) en gaf hem pas (te) laat het groene licht ('priority' maar geen 'absolute priority', zoals hij later schaapachtig zou zeggen). Alanbrooke, de hoogste Britse militair schreef op 24 november '44 aan Monty: 'I have agreed with you, that Ike was no commander, that he had no strategic vision, was incapable of making a plan or of running operations when started.''

Ten tweede hield Eisenhower Patton niet in de hand. Toen Patton hoorde dat zijn grote rivaal Monty naar Arnhem mocht van Eisenhower, noemde hij Ike 'the best general the British had'' en ging zelf in de aanval, waarbij hij beslag legde op veel logistiek (vliegtuigen, benzine). Chester Wilmot schrijft in zijn 'Struggle for Europe': If Eisenhower 'had kept Patton halted on the Meuse and had given full logistic support to Hodges and Dempsey after the capture of Brussels, the operation in Holland could have been an overwhelming triumph.''