Anti-mafia-rechter Otello Lupacchini over de Holland-connectie; 'Mafiosi hebben in Nederland een grote bewegingsvrijheid'

Nederland moet volgens de Romeinse anti-mafia-rechter Otello Lupacchini kiezen: groei van de mafia of maatregelen nemen waardoor bankrekingen, eigendommen en transacties verregaand gecontroleerd kunnen worden. De rechter is een onderzoek begonnen naar de economische dekmantels van bendes als de 'Banda della Magliana' in Nederland en op Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Van een gewenste Europese aanpak van de georganiseerde misdaad zijn we volgens Lupacchini echter nog lichtjaren verwijderd.

Als we willen voorkomen dat Nederland een internationale vrijhaven wordt voor de georganiseerde misdaad, ontkom je er niet aan maatregelen te nemen die een rem zetten op de groei van de economie. 'Het is kiezen of delen: of Nederland bagatelliseert het probleem, en het bloeit rustig verder. Dan moeten uw bestuurders wel beseffen dat ze het land uiteindelijk in een situatie helpen zoals wij in Italië, waar niet alleen de economie maar ook de democratie in de wurggreep van de georganiseerde misdaad terecht is gekomen. Of je zorgt dat je antistoffen ontwikkelt. En dat betekent een aantal minder prettige maatregelen voor het economisch liberalisme, zoals een beperking van van de economische privacy, vergaande controle op financiële transacties en bezit, en het afschaffen van de fiscale paradijzen op Aruba, Curaçao en Sint Maarten.''

De Romeinse anti-mafia rechter Otello Lupacchini (42) zit achter zijn bureau op de tweede verdieping van het paleis van justitie in Rome. Voor de zoveelste keer rinkelt de telefoon. Lupacchini neemt op. 'Het is een kwestie van vendetta'', legt hij zijn gesprekspartner uit. 'Nee... Hij had zo'n pistool-pen bij zich, daar lopen ze tegenwoordig allemaal mee... Maar wat ik kan doen is hem laten arresteren... Okay, ik ben bereid om alles te tekenen... Kom maar zodra je kunt.''

Glimlachend hangt Lupacchini weer op. 'Nu krijgen we ook nog de zorg voor die wandelende lijken'', zegt hij terwijl hij naar één van de hoge kasten loopt waarin de dossiers zijn opgestapeld over de grote Romeinse criminele organisatie de 'Banda della Magliana'. 'Sinds er een pentito is gaan praten is binnen de organisatie de hel losgebroken.''

Vijf jaar lang deed de rechter onderzoek naar de organisatie die vrijwel alle criminele activiteiten in de Italiaanse hoofdstad beheerste. Lupacchini ontdekte hoe de bende in de praktijk de Romeinse arm was van de Siciliaanse mafia. Hij legde verbanden bloot met een aantal belangrijke rechtse terroristen. Ook wist hij aan te tonen hoe delen van de Italiaanse geheime diensten met de Romeinse mafia samenwerkten bij overvallen en bomaanslagen. 'Op een bepaald moment zie je dat machtsgroepen de criminaliteit gaan gebruiken om hun politieke en economische belangen veilig te stellen'', zegt Lupacchini. 'Dat is het moment waarop de democratie gevaar loopt.''

Conferentieoord

Tijdens zijn grootscheepse onderzoek naar de Banda della Magliana stootte Lupacchini bij toeval op de zogeheten 'Holland connectie'. Belangrijke bazen van de bende bleken zich soms jarenlang in Nederland schuil te houden als de grond in Rome hen te heet onder de voeten werd. In het 'rustige' Nederland werden deals gesloten. Niet alleen tussen de bendeleden onderling, maar ook met andere criminele organisaties. 'De banden tussen de verschillende organisaties worden steeds hechter'', beschrijft Lupacchini. 'Je kunt niet meer spreken over een organisatie als Cosa Nostra of de Banda della Magliana, zonder daarbij de banden met de buitenlandse zusterorganisaties in aanmerking te nemen. Dat begint al op het simpele niveau van de aankoop en verkoop van drugs. Verschillende organisaties controleren verschillende markten en werken bij bepaalde transacties samen. Dat wil nog niet zeggen dat die organisaties in elkaar opgaan. Maar uiteindelijk krijgen ze wel een duurzame band.''

Volgens Lupacchini is Nederland een 'conferentieoord' waar internationale drugsorganisaties elkaar ontmoeten. 'Als ik alleen al in mijn onderzoek naar de Banda della Magliana alle topfiguren in Nederland aantref. Als ik daarnaast Turkse drugs-en wapenhandelaren traceer, die aan de bende gelieerd zijn en die in dezelfde hotels logeren en met de bendeleden onderhandelen over heroïnetransporten en coke-lijnen. Dan stelt zich de vraag: waarom juist in Nederland?

'De enige verklaring is dat Nederland een rustig territorium is. Het land is niet onderhevig aan een al te zware druk van de politie. Het lukt deze misdadigers om een grote bewegingsvrijheid te hebben en contacten op te bouwen zonder gestoord of gecontroleerd te worden.''

Lupacchini's onderzoek naar de 'Holland connectie' begon in 1990, toen in de bossen bij Doorn het lijk werd gevonden van de Turks-Italiaanse drugshandelaar Mahmut Inangiray. Maandenlang probeerde een speciaal team van de Utrechtse politie de moord op te lossen, maar het onderzoek werd nooit afgesloten. Lupacchini: 'De Nederlandse collega's kwamen er niet uit. Ze stuurden ons een dun rapportje en zeiden: komen jullie het zelf maar uitzoeken. Via Interpol zijn er toen een paar van onze agenten naar Nederland gegaan en die hebben de connectie gevonden.

'Ik ken Nederland niet goed'', zegt Lupacchini. 'Maar het is op zijn minst verbazingwekkend dat mensen die via Interpol worden gezocht voor zeer ernstige misdaden zo lang in- en uit kunnen lopen en in hotels kunnen overnachten, zonder dat iemand dat in gaten heeft.''

Pizzeria's

Inmiddels is de rechter een onderzoek begonnen naar de economische dekmantels die de Banda della Magliana nog steeds in Nederland zou hebben. Er bestaat volgens hem een connectie tussen de bende en een keten pizzeria's in en rond Utrecht die in handen is van de tot Nederlander genaturaliseerde Italiaan Tomaso A. Rond deze misdadiger (die begin jaren zeventig uit Rome vluchtte) zit een heel netwerk van Italianen en Nederlanders die allemaal kortere of langere tijd bij het uitbaten van de pizzeria's betrokken zijn.

Lupacchini maakt zich grote zorgen om Nederland - hoewel hij zich schaamt om dat uitgerekend als Italiaan te zeggen. 'Meer dan veertig jaar hebben wij in Italië de mafia laten groeien. We hebben het probleem onderschat en gebagatelliseerd, tot het te laat was.'' Zo heeft Italië één van de gevaarlijkste misdaadorganisaties ter wereld voortgebracht. Inmiddels hebben de 'mannen van eer' kolonies over heel Europa gevestigd. Zo pakte de Rotterdamse politie onlangs nog een tiental leden van een clan van de Napolitaanse mafia, de camorra op. Samen met zeven Nederlanders en een tweetal Colombianen van het Cali-kartel hadden ze een coke-lijn tussen Italië enNederland opgezet. Al veel eerder, bij onderzoeken die Lupacchini vanuit zijn functie als anti-mafia rechter op Sicilië deed, was hem opgevallen dat Nederlandse banken bij de mafia zeer in trek waren. Zo bleek bijvoorbeeld de belangrijke Siciliaanse Cuntrera-clan een rekening bij de ABN te hebben.

De mate waarin een land zijn financiële en economische vrijheid beschermt, bepaalt volgens Lupacchini ook de mate waarin het de georganiseerde misdaad aantrekt. 'Criminele organisaties kiezen voor landen waar de privacy van de klanten in hoge mate wordt beschermd en financiële transacties niet al te transparant zijn. Daar krijgen ze de anonimiteit die ze van andere landen, zoals Italië niet krijgen.''

Volgens de rechter staat Nederland voor een zwaar dilemma: 'De bestuurders doen wat je in elke gezonde economie zou doen. Ze zorgen voor een liberaal financieel klimaat en proberen het economisch verkeer zo min mogelijk beperkingen op te leggen. Maar dat betekent dat je de ogen sluit voor de gevaren van de georganiseerde criminaliteit.'' Voor een land als Nederland, dat pas sinds kort met de gevolgen van de georganiseerde misdaad wordt geconfronteerd is dit volgens de rechter niet alleen een logische maar ook een legitieme reactie. 'Je maximaliseert de winsten en laat de droom van rust en vooruitgang in het land van de windmolens niet zomaar verstoren.''

Het lastige aan de georganiseerde misdaad is echter dat het gevaar niet schuilt in de illegale handel of de moorden zelf. 'Het grote gevaar van de georganiseerde misdaad zit hem in de manier waarop hij binnendringt in de schone, gezonde economie.'' De mafiose ondernemer die met zijn crimineel verdiende geld bedrijven opricht of speculeert op de beurs heeft een aantal enorme voordelen ten opzichte van andere ondernemers. Hij beschikt over beginkapitalen waar elke andere ondernemer alleen van kan dromen. Verder kan hij de concurrentie uitschakelen met methoden die in het normale handelsverkeer niet direct 'gebruikelijk' zijn. 'Hierdoor worden de regels van markt aangetast en op de lange termijn leidt dit tot een ontwrichting van de economie.''

De harde werkelijkheid, zo meent Lupacchini, is dat Nederland moet kiezen: Groei op de korte termijn met alle risico's van dien op de lange; òf het aannemen van instrumenten waarmee bankrekingen, eigendommen en transacties vergaand gecontroleerd worden, met als consequentie een rem op de economie.

Belastingparadijzen

'Wij gaan ervan uit dat delen van de Italiaanse mafia hun uitvalsbases op Aruba, Curaçao en Sint Maarten hebben'', zegt Lupacchini. De Romeinse rechter is niet gerust op wat er in deze belastingparadijzen gebeurt. Net als zijn collega van de anti-mafia groep van de Italiaanse politie, de witwas-expert Alessandro Pansa, is hij voor harde economische en fiscale ingrepen. 'Het afschaffen van de financiële off-shore lijkt een mogelijkheid om deze eilanden op den duur te behoeden voor eenzelfde lot als Sicilië'', is de opvatting van Pansa. De off-shore regeling betekent dat buitenlandse bedrijven hun geldstromen op de Antillen kunnen parkeren voor uiterst lage belastingtarieven. Vaak gaat het daarbij om brievenbusmaatschappijen waarachter criminele organisaties zich gemakkelijk kunnen verstoppen. 'Het is niet meer dan normaal dat met dergelijke financiële en belastingtechnische constructies die eilanden ware witwascentrales worden.''

Ook de zogeheten free-zone - het overslaan, bewerken en parkeren van goederen zonder invoerrechten te betalen - werkt volgens Pansa als een magneet op de georganiseerde misdaad. De ligging van de Caraïbische eilanden vlakbij Venezuela en Colombia; het feit dat de eilanden handelstechnisch gezien onderdeel zijn van EG - dat alles maakt van Aruba en de Antillen een ideale plek voor de doorvoer van drugs en wapens.

Sinds jaren volgt commissaris Pansa de handel en wandel van een machtige Siciliaanse mafiaclan die volgens gegevens van de Italiaanse politie sinds enige jaren ook vanuit Aruba opereert. De commissaris laat een lange lijst met bedrijven zien waarachter de familie zich schuil zou houden. 'We kunnen er niet meer achter komen wat daar gebeurt, omdat de lokale autoriteiten weigeren mee te werken'', zegt Pansa. 'Ik heb de Nederlanders alle informatie gegeven die ik had. Nu wacht ik maar af wanneer ze een onderzoek beginnen. Ik heb indicáties over wat de clan op Aruba doet, maar vanuit Italië kan ik geen bewjzen verzamelen.''

Desgevraagd ontkent de Nederlandse hoofdofficier op Aruba J. Zwinkel dat er nog mafiosi op het eiland actief zouden zijn. Twee jaar geleden zou de toenmalige minister van justitie H. Kroes een lid van de Cuntrera-familie van het eiland hebben gegooid. Hij dreef daar de discotheek Beau Visage die hij na zijn uitwijzig zou hebben verkocht. Een ander lid van de familie verblijft nog op het eiland, maar volgens Zwinkel is hij 'clean'.

Zowel voor Pansa als voor Lupacchini is het van groot belang dat er in de verschillende Europese landen een 'bewustzijn' ontstaat over de ontwrichtende werking van de georganiseerde misdaad. 'Wie verbiedt je om iets van de Italiaanse ervaring te leren?'', zegt Lupacchini. 'Wij zijn geen Derde Wereld, maar een geïndustrialiseerd Europees land dat in de wurggreep is gekomen van de georganiseerde misdaad. Juist het feit dat het in Italië zo ver is gekomen, zou reden kunnen zijn om er iets van te leren voordat het te laat is.''

Door de meeste Europese landen worden nu de eerste aarzelende stappen in de richting van de strijd tegen de georganiseerde misdaad gezet. Maar van een gezamenlijke Europese aanpak van de georganiseerde misdaad zijn we nog lichtjaren verwijderd, meent Lupacchini. Informatie zou snel en efficiënt uitgewisseld moeten worden, rechtssystemen op elkaar moeten aansluiten. En niet op de laatste plaats zou er een besef moeten groeien dat de mafia en de georganiseerde criminaliteit een probleem is dat langzamerhand ieder land in Europa aangaat.

Is de rechter geïrriteerd over het onbegrip dat hij in buitenland aantreft? 'Nee'', zegt Lupacchini terwijl hij de papieren terug in de kast schuift. 'Het zou imperialistisch zijn om ervan uit te gaan dat iedereen zo gaat denken als jijzelf. Elk land bepaalt zijn politiek ten opzichte van de georganiseerde misdaad, uitgaande van zijn eigen belangen.'' De rechter zwijgt even. 'Maar als je een land ervan blijft beschuldigen dat het criminaliteit exporteert zonder er zelf voor te zorgen dat je de import voorkomen, dan kan er op den duur wel enige irritatie gaan ontstaan.''