Algerijn Cheb Khaled bezingt vrijheid voor de jeugd; Mijn muziek verzacht de zeden

De Algerijnse zanger Khaled geeft morgen en maandag weer concerten in Den Haag en Rotterdam. De gespannen situatie in Algerije, waar fundamentalisten terreuracties zijn begonnen tegen alles wat als westers wordt beschouwd, is ook merkbaar bij zijn optredens in Nederland. Buiten de zaal probeert de politie de orde te handhaven, binnen zorgt Kahled voor feest. “Ik zing om de fundamentalisten een voet dwars te zetten.”

Optredens van Khaled: 19 dec. 21u Paard, Den Haag; 20 dec. 21u Nighttown Rotterdam.

AMSTERDAM, 18 DEC. Als de Algerijnse zanger Khaled, de koning van de raï-muziek, in Nederland optreedt, zetten de organisatoren zich schrap. Het publiek wordt tot op het bot gefouilleerd, door metaaldetectoren gesluisd en met ijzeren hekken op afstand van het podium gehouden.

Die veiligheidsmaatregelen blijken niet overdreven. In het Tilburgse Noorderligt, waar Khaled vorige maand optrad, lieten de portiers bij de ingang trots het resultaat zien van hun avondje voelen en kloppen: twee laden vol steekwapens en zelfs busjes met traangas. In Amsterdam verwijderde de politie tweehonderd Marokkaanse jongeren voor de ingang van Paradiso. De jongeren weigerden bezoekers met plaatsbewijzen door te laten toen de directie had laten weten dat het concert was uitverkocht.

De optredens zelf zorgen vrijwel nooit voor problemen. Khaleds muziek, die een mengsel is van traditionele Noordafrikaanse volksmuziek, sensuele poëzie en moderne ritmes, werkt verbroederend. In de zaal wordt er vrolijk op los gedanst en Marokkaanse jongens delen hun drank en hun jointjes kameraadschappelijk met de Nederlanders. Het is pas na afloop dat de uitsmijters weer in actie komen. “Khaled is een zonnetje in huis,” zegt Jan-Willem Sligting van Paradiso, “maar hij weet zijn publiek zo op te zwepen, dat na afloop van een concert vaak alle remmen zijn losgeslagen.”

Khaled (1960) kan hier alleen maar sympathie voor hebben. Hij zingt al zesentwintig jaar, maar op het podium lijkt hij op een ondeugend jongetje. Hij vertegenwoordigt zelf het Algerije van een jeugd die snakt naar een moderne levensstijl, naar vrijheid, liefde en alcohol. Hij laat zich door niemand de wet voorschrijven, en leeft het leven van een rock-'n-roll held. In Tilburg arriveerde hij een uur na de aangekondigde aanvangsttijd in een flitsende auto die hij met piepende remmen voor de noodingang parkeerde, waarna hij onmiddellijk op het podium sprong. Ook voor het interview dat ik met hem heb arriveert hij drie kwartier te laat.

“De jeugd in Algerije draagt me op handen,” zegt hij. “Dat komt doordat ik over de vrijheid zing. De jongeren in Algerije, vooral de vrouwen hebben te weinig vrijheid. Daarom houden de jongeren van me: mijn muziek verzacht de zeden. Ik zing over de vrijheden die ik in mijn jeugd ook niet heb gehad. Jongeren in Algerije kunnen niet gewoon uitgaan of de liefde bedrijven. Met de opkomst van het fundamentalisme wordt het steeds erger. Het is daarom dat ik zing, om de fundamentalisten een voet dwars te zetten.”

Erg betrokken bij de politiek is Khaled echter niet, hij vertelt zelfs trots dat hij nog nooit gestemd heeft. Liever praat hij over zijn muziek. Hij vraagt wat ik vind van zijn nieuwe album, N'ssi N'ssi. Die plaat is net als zijn vorige album door Don Was, bekend van Madonna en Bruce Springsteen, in een strak internationaal, funky jasje gestoken. “Je moet altijd proberen verder te komen met je muziek,” zegt Khaled. “Het heeft geen zin nostalgisch te zijn. Don Was is een genie. Hij was het die voorstelde op mijn nieuwe album een Texaanse gitaar te gebruiken. Toen ik die hoorde kreeg ik meteen kippevel. Dat is precies wat ik wil: muziek maken waar je kippevel van krijgt.”

Op Khaleds nieuwe plaat staat het nummer Bahhta, waarbij Khaled zelf accordeon speelt met begeleiding van een violist. In Tilburg heb ik er een Marokkaanse jongen bij zien huilen. “Bahhta beschrijft de schoonheid van een vrouw. De melodie is van mij, de woorden zijn van een dichter die honderdtwintig jaar geleden verliefd was op een vrouw die Bahhta heette. Het gaat over de pijn van het wachten. De dichter en de vrouw woonden ver van elkaar, maar ze waren allebei te trots om als eerste naar de ander toe te komen. De man is ziek van liefde geworden, en in zijn koorts besloot hij een gedicht over Bahhta te schrijven. Het telt 196 coupletten. Als zij het raam open doet, schrijft hij, is ze als een rijzende zon. Uiteindelijk was het de vrouw die gebarsten is. Zij is in een koets gestapt en naar de man gereden, van buiten fier als een generaal, van binnen trillend als een soldaat op het slachtveld.

“In mijn lied heb ik er de beste coupletten uit gekozen. Vorig jaar ben ik de dochter van die vrouw, Bahhta, op gaan zoeken. Zij leeft nog, en al is ze oud, ze is zo mooi! Haar schoonheid geeft je te raden hoe haar moeder eruit moet hebben gezien. Ik zei tegen de dochter, mevrouw, dit lied van mij, dat is ook voor u geschreven.”