Zuidafrikanen vieren feest, ieder voor zich

PRETORIA, 17 DEC. Ooit moet het een dag van nationale verzoening worden. Maar gisteren was het in Zuid-Afrika nog de dag van ieder-voor-zich. De conservatieve Afrikaner vierde de nationale feestdag op 16 december als 'Geloftedag', het Afrikaans Nationaal Congres nam op zijn 'Heldendag' afscheid van zijn militaire vleugel Umkhonto we Siszwe en Zoeloes verzamelden zich op een heuvel in Isandlwana, waar ze in 1879 (weliswaar op een andere datum) het Britse leger versloegen.

Zo gebruikte iedere bevolkingsgroep zijn eigen krijgsgeschiedenis om het heden te lijf te gaan. Dat gaat niet zonder ironie. Op 16 december 1838 versloeg een klein groepje Boeren, de zogeheten Voortrekkers die uit de Kaap landinwaarts waren getrokken, een paar duizend Zoeloes bij de Bloedrivier in Natal. Ze zwoeren tevoren een gelofte van eeuwige trouw aan God, indien ze de overwinning zouden behalen. Sinds die zege zien de conservatieve Afrikaners zichzelf als een uitverkoren volk, hoewel neutraal-militair bezien het bezit van vuurwapens tegenover de met speren bewapende Zoeloes zeker ook geholpen heeft.

De Boeren die vanuit hun laager van in een cirkel opgestelde ossewagens de Zoeloes neermaaiden, konden zich niet voorstellen dat 155 jaar later hun toekomst mede zou afhangen van een verbond met de Zoeloes. Het Afrikaner Volksfront en de Inkatha Vrijheidspartij van Mangosuthu Buthelezi, die een onbekend deel van het Zoeloe-volk vertegenwoordigt, verzetten zich nu zij aan zij tegen de interim-grondwet die het ANC en de regering met een aantal kleinere partijen hebben opgesteld. Hun bijeenkomsten waren het meest strijdlustig van toon.

De weg naar het Voortrekkermonument, dat uittorent boven Pretoria, toonde gistermorgen al vroeg een lint van duizenden Afrikaners met even zo vele koelboxen, tuinstoelen en parasols. Het monument is een monsterlijke steenklomp - stalinistische architectuur in Afrika - tussen een cirkel van in de muur gehouwen ossewagens. Binnen tooit een beeldhouwwerk langs de muren de geschiedenis volgens Afrikaner-nationalistische interpretatie. Op 16 december valt om twaalf uur precies een zonnestraal op een marmeren tombe en licht de letters 'Ons vir jou, Suid-Afrika' op.

In het amfitheater naast het monument waren opvallend veel jongeren en weinig vertegenwoordigers uit de militante khaki-hoek aanwezig. Een dominee warmde zijn toehoorders op met de gebruikelijke vergelijkingen van ons klein sondaarsvolkie met het volk van Israel. Een groep vrouwen van het Kappieskommando, gehuld in de traditionele kledij uit het ossewagen-tijdperk, voerde een toneelstuk op over de geschiedenis van het bedreigde Afrikaner volk. Het hoofdstuk 'politiek' was in handen van de leider van de Konservatieve Partij, Ferdi Hartzenberg, die de weg aangaf naar een eigen blanke volksstaat, waarvan nog niemand weet waar deze precies moet komen. Als het parlement volgende week de interim-grondwet aanneemt, begint het Volksfront zijn eigen overgangsbestuur dat de overname van “het christendom door het communisme” zal tegengaan. De wereld begrijpt de Afrikaner en zijn vrijheidsdrang niet, meent Hartzenberg. “Wij eisen alleen ons eigen land, onze eigen grondwet, onze eigen regering, ons eigen onderwijs, ons eigen leger en onze eigen staatsdienst. Wij zoeken geen bloed, maar onze vrijheid zullen we niet prijsgeven. We zullen ons nooit, nooit, overgeven.”

Vijftig kilometer verderop, in het Orlando-stadion in Soweto, waarschuwde ANC-leider Nelson Mandela extreem-rechts voor het “wapengekletter en de dreigementen met een burgeroorlog”. Hij nam de laatste parade af van de militaire vleugel van het ANC, Umkhonto we Siszwe (de Speer van de Natie), die na de verkiezingen opgaat in het nieuwe Zuidafrikaanse leger. Mandela, gehuld in camouflagepak, hield zijn soldaten voor dat ze straks “het Schild van de Natie” zullen zijn, “die de democratische waarden moeten beschermen in de moeilijke maar opwindende jaren die voor ons liggen”.

Net als bij de Afrikaner-herdenkingen hamerden de Zoeloe-leiders koning Goodwill Zwelithini en zijn neef Mangosuthu Buthelezi op het thema van de bedreigde soort. De koning leek na zijn kritiek op de onderhandelingsstrategie van Buthelezi twee weken geleden weer helemaal terug in het Inkatha-kamp. “Ik wil liever sterven dan de herinnering aan mijn grote voorvaderen beledigen door het land van hun volk te overhandigen aan onze politieke vijanden”, hield de koning ongeveer tienduizend Zoeloes in traditioneel kostuum voor. Geen Zoeloe kan rusten voordat de constitutionele eisen (van Inkatha, red.) zijn ingewilligd: “Totdat we krijgen wat ons rechtmatig toebehoort, kan er geen rust zijn voor een ware Zoeloe. Verzet u, beveel ik u! Verzet u, smeek ik u.” Toen een waarzegger hun voorzong dat de toekomst van het Zoeloe-koninkrijk op het spel staat, barstten de monarch en Buthelezi gezamenlijk in snikken uit.