Zachtjes roepen om de hersenchirurg

In het veel besproken boek Consciousness Explained van Daniel Dennett staat een voetnoot die getergde ouders in verrukking gebracht zal hebben. De voetnoot verhaalt van een hersenchirurg die een eigenmachtige bijdrage leverde aan de verfijning van onze cultuur. Een jonge epilepticus moest een hersenoperatie ondergaan. Hij was slechts plaatselijk verdoofd en volledig bij bewustzijn. De chirurg (onze held) onderzocht voorzichtig de opengelegde cortex en probeerde er door het toedienen van elektrische prikkels achter te komen welke gedeeltes zonder problemen verwijderd zouden kunnen worden. Onze epileptische patiënt rapporteerde op verzoek van de chirurg wat de systematische stimulering bij hem opriep. Eén plek ontlokte aan hem een verrukte reactie. “It's Outta Get Me by Guns N' Roses, my favourite heavy metal band.”

Omdat alles wat zo'n patiënt tijdens de operatie zegt psychologisch interessant kan zijn, worden zijn antwoorden op de band vastgelegd. Dennett vroeg de chirurg of hij gevraagd heeft het liedje even te zingen of te neuriën. Op die manier zou je kunnen achterhalen in welke mate de herinnering een bewerking is van de authentieke versie op de plaat. Dat is geen oninteressante vraag omdat verondersteld wordt dat het geheugen uitsluitend bewerkingen van ervaringen bevat en dus geen authentieke herinneringen kan leveren. Maar de chirurg had nagelaten de vraag te stellen omdat, naar hij verklaarde, hij rockmuziek haatte. Omdat bleek dat hij in de toekomst de patiënt nog eens zou moeten opereren, stelde Dennett voor de betreffende vraag dan alsnog te stellen. Dat zal niet gaan, antwoordde de hersenchirurg want dat stukje van de cortex heb ik weggesneden. Voor de bestrijding van de epilepsie was het niet nodig. Maar zoals gezegd, I hate rock music.

Ik vertel dit verhaal aan al mijn kennissen, als zij weer zuchtend zijn opgestaan om onderaan de trap te roepen of die rotherrie wat zachter gezet kan worden. En hun reactie is altijd: Een operatie? Mijn god, als dat zou kunnen. Dit is een van de zeldzame momenten waarop de geneeskunde een zegen zou kunnen zijn voor de cultuur. Je zou er ook een cultuurpolitiek op kunnen baseren. Het is heel inzichtelijk voor jezelf een lijstje te maken van kunstenaars bij wie je een dominant moment van wansmaak zou willen wegnemen, omdat je vermoedt dat zij daar natuurlijk in de eerste plaats zelf het slachtoffer van zijn. Zij herinneren zich iets dat zij zich beter nooit meer kunnen herinneren. Hier kan de hersencartografie uitkomst bieden, als eenmaal is vastgesteld waar die herinnering zit. Dan kan zij er dus ook uit. De hele procedure is waarschijnlijk goedkoper, maar zeker effectiever, dan de overweldiging van een moment van wansmaak door herbeleving in de psychoanalyse.

Om enkele redenen is de ingreep van de hersenchirurg van Dennett zeer modern en eigentijds. Niet alleen vanwege het technisch vernuft dat de operatie mogelijk maakt. En ook niet omdat een eigenmachtige uitbreiding van wat medisch noodzakelijk is, het ware kenmerk blijkt van het hedendaagse chirurgische vakmanschap. Wat de ingreep vooral zo modern maakt is de grondslag van haat. Niets is zo'n barre banaliteit geworden die vooral onder kunstenaars leeft, dan de gedachte dat kunst haat, weerzin en ergernis moet oproepen. In dat opzicht is het werk van Guns N' Roses dus grote kunst want het drijft de oudere generatie tot wanhoop en tot beschadiging van de liefhebber. Dat is de ultieme moderniteit.

Het is zeer gangbaar geworden dat kunst niet mag behagen. Je kunt menig kunstenaar geen groter verdriet doen dan waarderend opmerken dat je zijn werk mooi vindt. Want dat is al sinds enige tijd niet meer de norm. Kunst moet provoceren en kunst die niet provoceert is niet subsidiabel. Die kunst bevestigt de bestaande orde. Ik heb eens een maand lang alle interviews met kunstenaars uitgeknipt en bewaard. Bestudering van dat materiaal is onthutsend. Al die kunstenaars zeggen hetzelfde, namelijk dat het hun taak en roeping is 'de maatschappij een spiegel voor te houden'. Bij implicatie zal dat voor de maatschappij geen pretje zijn. Maar iemand moet dat ondankbare werkje doen: de kunstenaar. Wat hij ambieert is onze zelfgenoegzaamheid te vernietigen. Dit zijn meestal de eerste en soms de enige zinnetjes die een kunstenaar zich eigen heeft gemaakt.

Daarom kan kunst vaak niet lelijk genoeg zijn, omdat je in alle redelijkheid alleen van de lelijkheid nog mag verwachten, dat zij de mensen tegenstaat. En wat de mensen tegenstaat, provoceert. Wekt hen uit hun zelfgenoegzame sluimer. Ik heb mij aan deze ontwikkeling volledig geconformeerd. Ik kan uren verwijlen tussen de onbeoordeelbare aangrijpende rotzooi, totdat de paniek zo hoog oploopt dat ik zachtjes begin te roepen om de chirurg. Alleen, dat die kunstenaars dat volhouden en er nog oud en gelukkig bij kunnen worden ook, dat is een cultureel wonder van deze tijd.