Winkel populair bij vastgoedbeleggers

AMSTERDAM, 17 DEC. Nederlandse institutionele beleggers (pensioenfonden, verzekeraars) en vastgoedfondsen hebben in 1993 aanzienlijk meer geïnvesteerd in commercieel vastgoed. Vooral de winkelsector is populair bij institutionele beleggers.

Dat blijkt uit een jaarlijks overzicht van het maandblad VastGoedMarkt. Volgens voorlopige cijfers kochten Nederlandse beleggers in 1993 in totaal voor circa 1,65 miljard aan winkels en kantoren, tegen 1,30 miljard in 1992. Opvallend zijn de grotere investeringen in de winkelsector, die stegen tot 1,25 miljard gulden tegen een half miljard in 1992.

Uit het overzicht van VastGoedMarkt blijkt dat institutionele beleggers terughoudend zijn in hun beleggingen in de kantorenmarkt. De beleggingen in kantoren bedroegen in 1993 maar een kwart van het topjaar 1991, toen nog voor 1,7 miljard gulden in kantoren werd gestoken. Beleggers investeerden dit jaar 0,4 miljard gulden in kantoren, tegen 0,85 miljard in 1992.

De malaise op de kantorenmarkt wordt bevestigd door een gisteren gepubliceerd onderzoek van het adviesbureau Twijnstra Gudde. De gemiddelde leegstand in kantoorpanden zal oplopen van 11,3 procent tot 14,3 procent in 1996, zo luidt een van de sombere conclusies van het onderzoek van Twijnstra Gudde.

“De jaarlijkse vraag naar kantoorruimte bereikt de komende jaren een absoluut dieptepunt, terwijl de het voor de markt beschikbare aanbod nog steeds stijgt”, aldus het bureau. In 1992 gaf nog een derde van de kantoorgebruikers aan te willen verhuizen. Nu is dat nog maar 23 procent. Voor de meeste bedrijven die willen verhuizen is nog steeds de verwachte groei van de organisatie de reden.

Volgens Twijnstra Gudde zakt de totale vraag naar kantoorruimte binnen drie tot vijf jaar naar het niveau van begin jaren tachtig. Toen was er een vraag van tussen 400.000 en 500.000 vierkante meter per jaar. “Wanneer deze vraag wordt afgezet tegen een kantooraanbod dat groeit van 2,6 miljoen vierkante meter in 1993 naar 3,3 miljoen vierkante meter in 1996, wordt de omvang van de problematiek duidelijk”, aldus Twijnstra Gudde.

Volgens het bureau is er een groot aantal kantoren met een relatief lage kwaliteit dat nauwelijks aan structurele leegstand kan ontkomen. De panden van organisaties die verhuizen blijven meestal leeg. Deze gebouwen zijn vaak moeilijk anders in te delen, hebben nauwelijks mogelijkheden tot uitbreiding en hebben een inferieure klimaatbeheersing.

Verder is de binnenstad weer populair aan het worden als vestigingsplaats voor kantoren. Bedrijven zijn bereid voor panden in de binnenstad “aanmerkelijk” hogere huren te betalen dan de huidige gemiddelde huren.