Vrijdag 17; Hondsvotten

De eerste rij mannen in afwachting van een prostituée, terwijl hun baas het met haar doet, komt bij mijn weten voor bij Shakespeare, in Troilus en Cressida. Dat stuk is schatplichtig aan het gelijknamige gedicht van Chaucer, die weer bij Ovidius te rade is gegaan .

Toch is dezelfde scène (met nu in plaats van een legertent een auto), zoals die gedurende dertien pagina's in Marcel Mörings Het grote verlangen voorkomt, 'plagiaat' genoemd, omdat hij ook in Fellini's Roma voorkomt.

Door wie is Möring van plagiaat beticht?

Niet door Hans van Straten, want die noemt zijn boekje weliswaar Plagiatoren trekken voorbij, maar Möring regelrecht van plagiaat beschuldigen doet hij niet. Hij kan zeggen dat hij Fellini alleen maar 'in verband brengt' met Möring.

Niet door Bas Lubberhuizen, die het boekje heeft uitgegeven. Hij kan zich verschuilen achter wat Van Straten niet gezegd heeft.

Niet door Martin Ros, die zich haastte te zeggen dat hij het begrip 'plagiaat' alleen maar wilde nuanceren toen hij Mörings scène ter sprake bracht op de radio.

Niet door de trotse ontdekker van het zaakje, Nico Keuning, die in NOVA enkele zinnen uit Möring mocht citeren terwijl we de beelden van Fellini zagen. Drie zinnen van de dertien pagina's.

Niet door de redactie van NOVA, die weliswaar bloed rook, maar toch kan zeggen dat zij het nieuws alleen maar 'doorgaf', wat in haar geval misschien betekende dat zij de beelden van Mörings uitverkiezing tot AKO-prijswinnaar monteerde door die van kwezeltje Keuning heen terwijl die zich haastte te verklaren dat hij het woord plagiaat dus niet in de mond nam.

Niemand heeft Möring van plagiaat beticht, en toch is Möring van plagiaat beticht. Het is de methode van de hondsvotten, die niet eens een methode is, maar een stijl. Alles mag je in Nederland hardop zeggen, alleen deze mensen zeggen steevast één ding net niet. Hondsvotterij is niet te berechten, alleen door een hof van hyena's.