Sociale zaken

TEGEN DE ACHTERGROND van snel oplopende werkloosheid heeft de Tweede Kamer deze week afscheid genomen van minister De Vries (sociale zaken). Weliswaar heeft hij nog minimaal een half jaar voor de boeg, maar de Haagse gebruiken willen dat de laatste begrotingsbehandeling van een minister wordt aangegrepen voor het vaarwel zeggen. Is De Vries de minister van werkloosheid geweest zoals de VVD beweert, of heeft hij zich de afgelopen vier jaar ontpopt als de beste minister van werkgelegenheid in Europa; een kwalificatie die hij meekreeg van de PvdA-fractie? Beide typeringen zeggen meer over de afzenders zelf.

De Vries heeft zich vooral gemanifesteerd als een CDA-minister van sociale zaken. Steeds de consensus zoekend in het land van brede, traag stromende rivieren. De conclusie van het debat over sociale zaken moet ook dit jaar weer zijn dat de politieke menmingsverschillen op dit terrein niet echt groot zijn. De discussie gaat over mate en tempo, maar niet over de richting.

Algemeen is de erkenning dat de mogelijkheden om vanuit Den Haag werkgelegenheidsbeleid te voeren beperkt zijn. En ook bijna 'Kamerbreed' is de overtuiging dat het beleid van sociale zaken niet geïsoleerd van het financieel-economische beleid kan worden beschouwd. Het gaat dus ook hier om de smalle marges. Het echte werkgelegenheidsbeleid wordt buiten Den Haag in de bedrijven gemaakt, van de politiek worden slechs de randvoorwaarden gevraagd.

WAT DAT LAATSTE betreft is het teleurstellend dat de discussie over de algemeenverbindendverklaring van CAO's wederom niet veel verder is gekomen. De boodschap van De Vries was dat afschaffing van dit CAO-kartel als het aan hem ligt het komend jaar niet aan de orde is. Anders gezegd: dit gevoelige punt wordt doorgeschoven naar de kabinetsformatie. Waar in de ontwerp-programma's van alle grote partijen vraagtekens worden gezet bij de werking van de algemeenverbindendverklaring had wel een iets minder terughoudende opstelling mogen worden gekozen. Het te vriend houden van de georganiseerde werkgevers en werknemers was blijkbaar belangrijker.

Hetzelfde geldt voor de hoogte van het minimumloon, een discussie die deze week een nieuwe dimensie heeft gekregen nu duidelijk is geworden dat ook het CDA-partijbestuur hier niet langer aan wil vasthouden. Maar de passage in het CDA-verkiezingsprogramma over afschaffing van het minimumloon wordt onder druk van de achterban verzacht. De Vries maakte deze week in de Tweede Kamer duidelijk dat het kabinet het minimumloon verder laat rusten. Verlaging van de arbeidskosten - een instrument dat alle partijen omarmden als middel om werkgelegenheid te scheppen - is nog wel het streven. Alleen blijft het concrete beleid daarbij achter. De bijdrage die 'Den Haag' hieraan kan leveren is lastenverlaging. Maar tot nu toe wordt hier slechts over gefilosofeerd.

Ook met lagere arbeidskosten en een opleving van de conjunctuur zal Nederland blijven zitten met een groot contingent werklozen. In het werkloosheidsbestand tekent zich steeds meer een tweedeling af tussen degenen die nog wel kans hebben op een baan en degenen die in feite zijn afgeschreven. De laatste groep wordt het probleem van de komende jaren. De diverse specifieke maatregelen voor deze groep blijken niet toereikend. Het antwoord op de vraag hoe te voorkomen dat een kaste van blijvend werklozen in Nederland zal ontstaan is niet gegeven. Het illustreert de ernst van de situatie.