Senaat wil werkgevers vaker ontzien bij toepassen malus-regel

DEN HAAG, 17 DEC. Als werknemers die arbeidsongeschikt zijn geworden naar het oordeel van de bedrijfsvereniging op medische gronden helemaal niet meer kunnen werken, moet de werkgever geen boete (malus) krijgen. Deze uitspraak zal de Eerste Kamer volgende week doen.

Ook vindt de Senaat dat de werkgever geen boete moet krijgen als het volgens de bedrijfsvereniging “kennelijk onredelijk” is te verlangen dat hij de (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte vervangend werk aanbiedt. De motie waarin dit standpunt staat, is afkomstig van D66-senator Gelderblom-Lankhout. Zij wordt door alle fracties onderschreven. Dat geldt ook voor de wens dat de werkgever geen boete moet krijgen als de arbeidsongeschiktheid in de psychische sfeer ligt.

Het is niet zeker dat het kabinet deze wensen van de Eerste Kamer honoreert. Volgende week onderhandelt staatssecretaris Wallage (sociale zaken) met een delegatie van werkgevers over de bonus/malusregeling. Werkgevers vinden het onredelijk dat zij een boete moeten betalen voor de arbeidsongeschiktheid van een werknemer, zeker als de oorzaak daarvan buiten het werk is gelegen. Het kabinet heeft te kennen gegeven over verdere verzachtingen te willen praten, maar de regeling niet te zullen afschaffen.

Een ambtelijke werkgroep doet onderzoek naar de mogelijkheid onderscheid te maken tussen de oorzaken van arbeidsongeschiktheid binnen of buiten het werk. Volgens een gisteren verschenen onderzoeksrapport van het ministerie van sociale zaken kan van ongeveer 42 procent van de arbeidsongeschikten worden gezegd dat de oorzaak bij het werk ligt.

Opvallend is ook dat volgens de onderzoekers (het Nederlands Instituut voor Praeventieve Gezondheidszorg en de Gemeenschappelijke Medische Dienst) bij ruim een derde van de gevallen arbeidsongeschiktheid had kunnen worden voorkomen door aanpassing van het eigen werk of door de werknemer passend werk te geven. Werkgevers hoeven volgens de huidige regeling de malus niet te betalen als zij de (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte binnen een jaar ander werk aanbieden.

De onderzoekers stellen verder vast dat herplaatsing van werknemers bij sommige bedrijven (bouw, agrarische sector) moeilijk is, omdat er nagenoeg geen functies met lichter lichamelijk werk beschikbaar zijn. In andere bedrijven (gezondheidszorg, vervoerssector) is herplaatsing vaak wel mogelijk.