Roddy Doyle over Ierland, ontluisterde vaders en het WK voetbal; Het leven is een rommeltje

De romans van de Ierse schrijver Roddy Doyle, die de Bookerprize kreeg voor 'Paddy Clarke Ha Ha Ha', spelen in Barrytown. Het is een denkbeeldige voorstad van Dublin, die gelijkenis vertoont met de wijk Kilbarrack waar Doyle zelf geboren werd. “Voor Ierse schrijvers is het altijd een plicht geweest om weg te gaan, te emigreren. Ik vind dat een tirannieke mythe: Kilbarrack voedt me met ideeën, taal en locaties.”

Roddy Doyle: Paddy Clarke Ha Ha Ha. Vert. R. v. Moppes. Uitg. Nijgh & Van Ditmar, 264 blz. Prijs ƒ 32,50.

Er zijn allerlei redenen om van de boeken van Roddy Doyle te houden. In zijn debuutroman The Commitments, over de razendsnelle opkomst en ondergang van een popgroep en de ambitieuze manager Jimmy Rabbitte Jr., waren de straattaal en rauwe humor een verademing. In The Snapper ging de 35-jarige Ier met dezelfde ingrediënten de diepte in. Dit keer stond Sharon centraal, het zusje van Jimmy. Zij verwacht een kind van de buurman, die haar tegen een auto heeft genomen toen ze beiden dronken waren. Haar innerlijke gevecht is: zal zij bij de geboorte van het kind van blijdschap glimlachen of huilen? Zij weet het eerste af te dwingen.

Na deze overgangsroman, die net als The Commitments werd verfilmd, verscheen The Van, waarin vader Jimmy Rabbitte wordt geportretteerd. Jimmy Sr. is werkloos, net als zijn vriend Bimbo, en na honderd bladzijden rondhangen beginnen ze een fish & chips-kraam. Na een tijd van euforie, die samenvalt met Ierlands succes op het WK-voetbal van 1990, gaat het mis tussen de vrienden. Een illusie armer dumpen ze hun goudmijntje in zee.

Deze drie romans over de Rabbitte-familie, die samen de Barrytown Trilogy vormen, naar de fictieve Dublinse arbeiderswijk waarin ze spelen, zijn 'veelstemmig'. Het huishouden van de Rabbittes is een hilarisch, bitterzoet gekkenhuis waarin iedereen tettert, vloekt, zucht en huilt, lacht, thuis op de bank naar het nieuws en in de pub naar voetbal kijkt. Met een eindeloze reeks details die op een onnadrukkelijke manier beladen zijn, bouwt Doyle een menselijke microkosmos op, met personages die hopen op een wat meeslepender leven. Terloops staat in The Van dat Jimmy Sr. nog nooit in een hotelkamer heeft geslapen. Terloops blijkt in The Snapper dat Sharon nog nooit een 'echte brief' heeft gehad. “Charles Dickens zou bij die details even stilgehouden hebben om een preek af te steken.” zegt Roddy Doyle tijdens ons gesprek. “Ik bewonder Dickens enorm, maar hij zou een nog betere schrijver zijn geweest als hij die verleiding had weerstaan.”

Doyles aanpak kwam tot volle bloei in zijn vierde roman, Paddy Clarke Ha Ha Ha, waarvoor hij dit jaar de Bookerprize kreeg. Die roman was voor het Ierse literaire establishment, dat Doyle maar een 'populaire schrijver' vond, een complete verrassing. Geen gevloek, geen slang, geen hilarische taferelen deze keer. Wel een subtiele, éénstemmige roman over het 10-jarige jongetje Paddy Clarke, wiens ouders scheiden. Plaats van handeling is Barrytown in 1968.

Twintigduizend woorden

Doyles vijfde roman is pas twintigduizend woorden lang. Met zijn vrouw en vrienden wil hij er graag de hele nacht over praten. Maar liever niet in de lounge van het Amsterdamse hotel waar hij tijdens 'de eerste en laatste etappe van mijn Europese tournee' is ondergebracht. “Misschien ontdek ik volgende maand wel dat het nergens op lijkt.”

Of de nieuwe roman in Barrytown zal spelen, weet Doyle nog niet. De plaats van handeling heeft hij nog niet benoemd, maar het is wel weer een arbeiderswijk in Dublin.

Hoe komt u eigenlijk aan die naam?

“De naam Barrytown wekt de suggestie van een dorp dat door de grote stad is opgeslokt, zoiets als Camdentown in Londen. In 1968, de tijd dat Paddy Clarke opgroeit, ligt Barrytown nog buiten Dublin. In de jaren tachtig, waarin de Barrytown Trilogy speelt, is de wijk een deel van Dublin geworden. En Barrytown klinkt goed Iers. Ik heb de naam gepikt uit een nummer van Steely Dan, van de lp Pretzel Logic. Het vierde nummer van kant één, geloof ik. Maar een verband met het liedje is er nauwelijks. Het speelt zich af in een plaatsje en heeft als refrein: 'I can see by what you carry/ That you come from Barrytown.' Het is geen complimenteus liedje en ik ben juist erg op mijn Barrytown gesteld.”

Hoe ziet Barrytown eruit?

“Waarschijnlijk niet anders dan andere arbeiderswijken in Europa. Rijtjeswoningen. Kleine voortuin, kleine achtertuin. Een groot winkelcentrum, ergens in het midden. De helft van de winkels is gesloten of wisselt constant van eigenaar. Je krijgt het gevoel dat de wijk nog niet af is, ook al is zij 25 jaar oud. Er is altijd een braakliggend terrein, waarvan niemand weet waarvoor het bedoeld was, met uitgebrande auto's erop. En twee of drie paarden. Er ja veel graffiti, een hoge werkloosheid en a huge big pub. Een kolossale kerk ook. Barrytown is overweldigend katholiek, ook al gaan de meeste bewoners nooit naar de mis. De aangrenzende wijken zien er net zo uit.”

Doyle zelf is geboren in de Dublinse arbeiderswijk Kilbarrack, waar hij nog steeds woont. Als The Commitments hun eigen versie van 'Nighttrain' maken, laat hij ze die wijk 'home of the blues' noemen. Dat was volgens Doyle een grapje. Hij gelooft niet dat er ooit iets bijzonders uit Kilbarrack voortgekomen is, maar vond het leuk om de naam van zijn wijk gedrukt te zien. Kilbarrack noemt hij zijn thuis.

Doyle: “Voor Ierse schrijvers is het altijd een plicht geweest om weg te gaan, te emigreren. Ik vind dat een tirannieke mythe: Kilbarrack voedt me met ideeën, taal en locaties. Bovendien zijn al mijn vrienden in Kilbarrack gebleven. Ze konden blijven, omdat er nog banen waren. Het heeft ook veel te maken met het feit dat ik er veertien jaar les gegeven heb aan een openbare school. Dat was alsof de deksel van de wijk werd gehaald. Voor het eerst kon ik in de buurt kijken.”

Warenhuis

De dingen die de hoofdpersonen van de romans ondernemen, zeker in de trilogie, zijn in zekere zin emigratie-pogingen, zonder dat ze Barrytown verlaten. Ze proberen boven zichzelf uit te stijgen.

“Jimmy Jr. heeft in The Commitments een gewoon baantje op de kledingafdeling van een warenhuis; het is waar dat hij met die popgroep probeert even aan boven Barrytown te ontsnappen, zonder de wijk te verlaten. Sharon is in staat, in The Snapper, om van het vreselijke dat haar is overkomen een overwinning te maken. Ze bereikt iets: iedereen is blij met het kind. Ook dat is een manier om jezelf er bovenuit te tillen. In The Van is 't hetzelfde verhaal.”

Toch laat het slot van die roman open hoe het Jimmy Sr. verder vergaat. En van Sharon hoor je in The Van niks meer.

“Hun succes is tijdelijk, vluchtig. Dat soort momenten wilde ik vastleggen. In 1990 kwam Ierland in de kwartfinale van het WK-voetbal en de euforie was enorm. Iedereen is nu vergeten dat we geen wedstrijd hadden gewonnen, alleen maar gelijkgespeeld. Wat we ons nog herinneren is de euforie. De keeper, Pat Bonner, was toen de held van Ierland. Hij had een penalty schitterend gestopt. Pat is nog steeds onze keeper. Hij is ouder geworden, hij is niet langer onfeilbaar. Maar dat doet er niet toe. Wat er toe doet is dat je, als hij weer eens een bal uit het net moet halen, aan dat prachtige moment van toen denkt.

“Het leven is een rommeltje. Sommige mensen beleven hun hoogtepunt vroeg en moeten dan nog vijftig jaar wachten voor ze dood mogen gaan. Zoiets is er met Sharon en ook met Jimmy Sr. aan de hand. Jimmy is pas in de veertig en een aardige, fatsoenlijke vent. Hij heeft die friteskraam en zijn beste vriend verloren. Maar zal hij nog eens zoiets ondernemen? Nee, vast niet. Dus je hoeft alleen maar de eerste honderd bladzijden opnieuw te lezen en je weet hoe de rest van z'n leven er uit zal zien.”

Waarom zijn de vrouwen in uw boeken - Sharon, Veronica, de moeder van Paddy Clarke - zoveel sterker dan de mannen?

“Omdat ze dat zjn. Als ik als klasseleraar weer eens moest praten met de ouders van een lastige jongen, dan kon je het op de gang al zien. De moeder zag er altijd uit als zijn oma en de vader als zijn oudere broer. De moeder heeft al die kinderen gebaard, opgevoed, al hun kleren gewassen. En ze heeft al die tijd ook nog kantoren schoongemaakt in het centrum van Dublin. De vader, tja, die heeft op vrijdag de helft van z'n loon ingeleverd en de rest opgezopen. He's had it really easy. Vrouwen houden families bij elkaar in Ierland en zijn dus het enige teken van hoop. Zal de werkgelegenheid verbeteren in Ierland? Nee. Ook andere dingen zullen niet verbeteren. Heeft een kind dan wel iets om naar uit te kijken? Dat hangt van z'n moeder af. Of van z'n oudste zus.”

Me oldest lad

Paddy is zo'n kind. De belangrijkste vonk voor het schrijven van een boek over de jongen was de geboorte van Rory - 'me oldest lad'. Vanaf dat moment begon Doyle voor het eerst te denken aan zijn eigen kindertijd. Uiteindelijk dacht hij: 'Dat ga ik doen: een boek schrijven over die tijd dat ik tien was.' 1968 dus. Daarna legde hij lijsten aan van televisieprogramma's die hij zich kon herinneren, en ook van het kleine beetje muziek dat hij nog uit die tijd kende. Hij bekeek de spulletjes op de zolder van zijn ouders. “Dat soort dingen. Na drie maanden wist ik wat voor jongen Paddy was.”

In de reacties op de roman ligt de nadruk op het nostalgische. Wordt daarmee niet te veel voorbij gegaan aan Paddy's kwaadaardige gedachten en handelingen? Bij voorbeeld ten aanzien van zijn vader en zijn broertje?

“Als ik met een groep vrienden uitga, ben ik voor sommigen vriendelijker dan voor anderen. Naast de een wil ik liever zitten dan naast de ander. Dat is een beschaafde en subtiele vorm van de hiërarchie onder kinderen. Dat idee wilde ik in Paddy Clarke vangen. De wreedheid die daarmee gepaard kan gaan is nieuwsgierigheid en angst tegelijk. Er is ontzettend veel onzin geschreven over de moord op James Bulger en nog meer onzin over de invloed van gewelddadige videofilms daarop. Welke video's heeft Hitler dan wel bekeken toen die jong was?”

Paddy Clarke valt, als zijn vader het huis verlaat, onder zijn vriendjes hard van zijn troon. Zoals zijn vader voor hem van z'n voetstuk is gevallen. Het is geen toeval dat Doyle dat in 1968 laat gebeuren. Ierland is dan nog niet zo lang een republiek en het vijftigjarige jubileum van de opstand tegen de Britten in 1916 is net uitbundig gevierd. Het is een hoopvolle tijd. In de Barrytown Trilogy gaat het Doyle juist om de hoogtepunten, in Paddy Clarke is een belangrijke rol voor de ontluistering weggelegd.

De ontluistering van Paddy's vader is volgens Doyle ook een beetje die van Ierland: “Voor een jongen is vader eerst God. Dan dringt het langzaam tot hem door dat hij a complete and utter fuckin' idiot is. Hij weet niets, zit in een hoekje, is kaal. Pas later zie je zijn menselijkheid. Landen doorlopen soortgelijke fasen, denk ik. De jaren zestig waren in Ierland, toen nog een heel jonge natie, een relatief rooskleurige periode. De emigratie kwam rond '68 vrijwel tot stilstand en we stonden op het punt lid te worden van de EEG. Daarna kwam, met het geweld in Noord-Ierland en wat later de economische crisis, de omslag.”

Doyle gebruikt in Paddy Clarke, net als in zijn andere romans, toepasselijke songteksten. Daardoor is het net alsof de bijbehorende muziek op uit de roman opklinkt. “Als ik echt realistisch had willen zijn, had ik teksten van Jim Reeves moeten nemen. Heel Ierland had hem toen in de kast staan. Maar Reeves vond ik te sentimenteel. En dus werd het Hank Williams.”