Nieuwe show Mini & Maxi cavalcade van kunsten en kunstjes

Voorstelling: Scherzo, door Mini & Maxi (Karel de Rooij en Peter de Jong). Muziek o.l.v. Krijn van Driel. Decor: Hayden Griffin. Regie: Jos Thie. Gezien: 16/12 in Luxor-theater, Rotterdam. Aldaar t/m 2/1, daarna elders.

Zeven jaar lang hebben Karel de Rooij en Peter de Jong, zich verschuilend achter de misleidend kinderachtige namen Mini & Maxi, de wereld bereisd met hun vorige theaterprogramma. Dat is in hun genre, waar variété-artiesten soms hun leven lang met één act doen, niet eens zo lang. Zulke nummers moeten rijpen en daar gaan vaak jaren van perfectioneren overheen. Zo bezien is het een klein wonder dat Mini & Maxi nu alweer een heel nieuw programma met heel wat nieuwe nummers presenteren.

De bekendste - en waarschijnlijk meest gespeelde - scène uit Sprakeloos was die van de verkouden poppenspeler met zijn viool spelende marionet. Mede door hun onderlinge afmetingen, maar vooral ook door hun briljante timing en hun weergaloze mimiek was dat een nummer op wereldniveau. In de nieuwe voorstelling, Scherzo, zit er minstens weer één die na verloop van tijd datzelfde peil zou kunnen bereiken: een levenloze jas met gleufhoed, hangend aan een kapstok, die door de linkerarm van De Jong en de rechterarm van De Rooij een eigen leven gaat leiden. Uit de mouwen steken twee handen die door hun fenomenale coördinatie àlles lijken te kunnen, tot en met het schudden van een pak kaarten. Maar misschien geeft het publiek de voorkeur aan het stokoude kunstfluit-en-zingende-zaag-duo dat de heren met hilarisch effect opvoeren, of aan de doodgravers die tergend langzaam in goochelaars veranderen - er is keuze genoeg.

Scherzo is een muzikaler en coherenter programma dan het vooral uit losse scènes bestaande Sprakeloos. Niet alleen worden de beide theaterclowns ditmaalomringd door negen veelzijdige muzikanten, maar ook hun eigen multi-instrumentale talenten krijgen nu meer ruimte. Door snelle changementen, spannend licht, visuele vondsten tussen de bedrijven door en de smaakvolle muzikale omlijsting, ontstaat een sfeervolle theatershow met een eigen dramatiek en continuïteit. In de regie van Jos Thie speelt iedereen volop mee; de musici zitten maar zelden allemaal tegelijk achter hun schildjes, ze zingen, paraderen, doen mee aan een rolstoelendans en fungeren als aangevers voor de twee virtuoze hoofdrolspelers.

Mijn eigen voorkeur, in deze cavalcade van kunsten en kunstjes, gaat uit naar het nummer waarin Karel de Rooij met witgeschminkt gezicht en veel mimisch raffinement een hommage aan Marcel Marceau brengt. Dat is op zichzelf al mooi, maar op een gegeven moment dient Peter de Jong zich aan als een in regenjas gehulde bemoeial die alle denkbeeldigheid begint te vervangen door echte requisieten. Op de plaats van een pantomime-hekje zet hij een echt hekje neer, op de plaats van een imaginair struikelblok deponeert hij een hinderlijke baksteen. En zo verder, tot de betovering van de mime volledig kapot gerationaliseerd is - en ook de mime-speler het moet afleggen in deze strijd tegen de werkelijkheid. Het lijkt zo simpel en zo grappig en pretentieloos, wat er in die scène gebeurt, maar er laat zich een ernstig statement achter vermoeden: over de eeuwenlange variété-traditie waarin De Rooij en De Jong werken, en over de gevaren die die traditie bedreigen.