Moorden houden aan in Algerije

ALGIERS, 17 DEC. In Algerije is gisteren opnieuw een vooraanstaande rechter vermoord, de achtste sinds mei. Het gaat om de president van de rechtbank van Tizi Ouzou, 80 kilometer ten oosten van Algiers. Rechters, politie en leger vormen, samen met sinds kort ook buitenlanders, een belangrijk doelwit van de moslim-extremistische groepen die met geweld proberen de regering te ondermijnen en ten val te brengen.

Een van die groepen, de Gewapende Islamitische Groep (GIA), eiste gisteren de verantwoordelijkheid op voor de moord op twaalf Bosniërs en Kroaten, die dinsdag op hun werkplaats in Tamezguida bij Blida, ten zuiden van Algiers, de keel werd afgesneden. In een communiqué dat werd geplaatst in de in Londen uitkomende krant Al-Hayat noemde de GIA de moorden onderdeel van haar campagne tegen buitenlanders en ook een reactie op “de slachtpartij onder onze moslim-broeders die in Bosnië worden afgeslacht”.

De GIA heeft zich eerder in een mededeling aan de Franse krant Le Monde verantwoordelijk gesteld voor de moorden op vier andere buitenlanders, kort na het aflopen van haar ultimatum aan alle buitenlanders om het land te verlaten, op 1 december. “We blijven jagen op de vijanden van God”, aldus de GIA. Diplomaten in Algiers toonden zich echter sceptisch over de verantwoordelijkheid voor de dood van de vier buitenlanders, aangezien zij verspreid over het land zijn vermoord bij aanslagen die weinig overeenkomst met elkaar vertoonden. De groep, die deels bestaat uit Algerijnen die in de Afghaanse oorlog hebben gevochten, zegt ook ex-premier Kasdi Merbah te hebben vermoord, alsmede een aantal vooraanstaande intellectuelen. Zij heeft beloofd journalisten “die de islam met de pen bestrijden, door het lemmet te te laten sterven”.

Een in ballingschap levende leider van het verboden Front van Islamitische Redding, Rabah Kébir, heeft vandaag vijf voorwaarden gesteld aan een dialoog met de regering, waartoe verscheidene persoonlijkheden binnen regering en leger nu bereid zijn. Op een persconferentie in Bonn noemde hij daaronder vrijlating van “alle politieke gevangenen”, intrekking van alle wetten en decreten die na de “militaire putsch” zijn uitgevaardigd en de berechting van degenen die “verantwoordelijk zijn voor barbaarse daden, met name recente bloedbaden”. Het was duidelijk dat hij daarbij doelde op leger en politie, die het geweld van moslim-extremistische zijde op soortgelijke wijze hebben beantwoord. (Reuter, AFP)