Migrant-balling-nomade

Ruimte, Vrouw en kunst. Nr 4 1993. 10e jaargang. Losse nummers ƒ 14,50, jaarabonnement (4 nummers) ƒ 55,-.

Ruimte, kwartaalblad door vrouwen over vrouwen en beeldende kunst, ontwikkelde zich in tien jaar van een wat broeierig, sektarisch blaadje tot een prachtig vormgegeven en lezenswaardig tijdschrift. Dit is ongetwijfeld mede te danken aan het feit dat in dezelfde periode vrouwelijke beeldende kunstenaars zich tot een hoog niveau ontwikkelden. De tijd dat het een kwestie was van principe en voorkeursbeleid om aan kunst van vrouwen aandacht te besteden, is voorbij.

Het thema van het laatste Ruimte-nummer van dit jaar is 'culturele identiteit'. Voor feministes was dit, vanuit hun gevoel van lotsverbondenheid met minderheidsgroeperingen, altijd al een belangrijk thema. Sinds een aantal jaren speelt het ook in de hele internationale kunstwereld een centrale rol. 'Desintegratie leidt tot beklemtoning van het nationale, van het eigene', zei de historicus Brands in het Capitool van afgelopen zondag. Hij verwees hiermee naar de desintegratie van de oude machtsblokken sinds 1989. Maar het geldt evenzeer voor de kunst. Hier speelt dit proces al iets langer. Het wegvallen van één sturende avant-garde en van de daarbij behorende (westerse) normen van wat 'goede', relevante kunst was en wat niet heeft een stijlpluralisme tot gevolg gehad dat nog niet eerder heeft bestaan. Hedendaagse niet-westerse kunstuitingen zijn daarvan een een belangrijk onderdeel.

Er is hiermee een dilemma ontstaan, dat duidelijk wordt verwoord in dit nummer van Ruimte. Is een kunstwerk van een niet-westerling nu vooral geslaagd wanneer het geheel 'eigen' is en nauw verbonden met het land van herkomst, of moet het een 'eigen' uiting zijn waaruit tevens blijkt dat de maker terdege op de hoogte is van de westerse moderne traditie? Ik zou denken het eerste. Maar de kunstenaars zelf blijken daar anders over te denken. Volgens kunsthistoricus Deanna Herst, organisator van de tentoonstelling 'Resonanties', houden Surinaamse, Antilliaanse en Indische kunstenaars zich uitdrukkelijk niet met hun koloniale verleden bezig. Ze beklemtonen het 'neutrale individualisme' van het kunstenaarschap. En wanneer iemand 'aan hun werk ziet' dat het van niet-westerse oorsprong is, is deze beschouwer volgens hen bevooroordeeld. Deze kunstenaars willen niet dat hun werk hun ware identiteit 'verraadt'.

Allochtone kunstenaars hebben blijkbaar nog een lange weg te gaan. Dit 'verraden' zou immers iets positiefs moeten zijn. Het advies van de Surinaamse galeriehoudster Astrid Elburg, met wie een interview is opgenomen, is ongetwijfeld het enige juiste advies: 'hou er in godsnaam mee op' (met te proberen je te verstaan tot de westerse kunstwereld, JW), 'maak wat je te maken hebt en vertel wat je te vertellen hebt'.

Iemand die daar, ondanks, of waarschijnlijk juist dankzij, een lange periode van volledig isolement uitstekend in slaagt is de Zuidafrikaanse Sandra Kriel. Haar opruiende, fraai geborduurde lappen trokken de aandacht op de Biennale van Venetië. Ze maken ook deel uit van de tentoonstelling van Zuidafrikaanse kunst in het Stedelijk Museum die vandaag is open gegaan (tot 30 januari). Pauline Burmann, studente kunstgeschiedenis, schreef voor Ruimte een mooi interview met Kriel.

Verder bevat Ruimte onder meer een uiteenzetting over het oeuvre van Yoko Ono, een bespreking van de tentoonstelling 'Mistaken Identities', en een beschouwing over de ophef over het fotoproject Hortusbrug van Inez van Lamsweerde. De enige teleurstelling is juist het openingsartikel van Rosa Braidotti, getiteld 'Pleidooi voor een nomadisch bewustzijn'. Het verband dat zij wil leggen tussen haar nogal geforceerd aandoende indeling migrant-balling-nomade en de kunst blijft duister.