Marktmechanisme

“Dit is arrogantie, zo anti-Amerikaans als 't maar kan,” zegt Frank Price, ex directeur van Columbia & Universal Pictures. “Waar ze zich niet bij neer willen leggen is dat het publiek aan Amerikaans entertainment de voorkeur geeft. Dat willen ze verhinderen.”

Deze uitspraak gaat over de Franse pogingen om hun nationale filmindustrie te beschermen tegen de vrije import van Amerikaanse produkten. Allerlei bekende persoonlijkheden hebben zich de laatste tijd tegen dit Franse protectionisme uitgesproken, onder wie ook bekende cineasten als Steven Spielberg en Martin Scorsese. Het wordt voorgesteld als misplaatst, verwerpelijk en chauvinistisch. 'In de strijd op het gebied van audio en video dreigen niet alleen de Fransen het onderspit te delven,' schreef Henk Hofland een paar dagen geleden in deze krant, 'dat overkomt ook de fundamentalisten in Iran, de communisten in Peking en ook de gereformeerden in Staphorst.' 'Ludicrous', noemt een succesvolle producer, Robert Shaye, het Franse streven. 'Entertainment is one of the purest marketplaces in the world. Als de mensen een film of een plaat niet appreciëren dan bekijken of kopen ze die niet. Het feit dat het Amerikaanse entertainment over de hele wereld zoveel succes heeft bewijst de kwaliteit en de aantrekkelijkheid van wat wij creëren.'

Welnee, dat bewijst het helemaal niet. 'Entertainment' - film en TV, audio en video zoals Hofland het noemt - is iets anders dan veevoeder of textiel. Het is op de marketplaces van het entertainment impurity wat de klok slaat; de regel die daar geldt is: wie het laagst mikt wint; niet kwaliteit is wat Amerika op dit gebied met succes exporteert, maar geweld.

Wat is bijvoorbeeld op het ogenblik een van de grootste hits op amusementsgebied in Amerika? De nieuwe tekenfilmserie Beavis and Butt-head, razendsnel uitgegroeid tot een van de meest populaire TV-programma's in de VS, compleet met buttons, T-shirts, maskers, stripcartoons en cd's. Beavis en Butt-head zijn twee wrede, leugenachtige, schetenlatende, imbeciel giechelende en gewelddadige adolescenten, die lijm snuiven, uit winkels stelen, met creditkaarten knoeien, hun eigen huis in brand steken en een voetzoeker in het achterwerk van een kat laten ontploffen. Het is tot op zekere hoogte de vraag hoe die dingen gepresenteerd worden, maar afgaande op beschrijvingen valt er niets te lachen en de uitwerking is in ieder geval dat er telkens kort na de uitzendingen teenagers waren die in werkelijkheid hun eigen huis in brand en voetzoekers in een kat staken (in Ohio kwam daarbij een tweeënhalfjarig meisje en in Santa Cruz een kat om het leven.)

Een ander item op dit gebied zijn videospelen. In het de laatste maanden furore makende spel Mortal Kombat rukt de winnaar van het gevecht de verliezer het hart uit de borst en onthoofdt hem. Het hoofd wordt daarna triomfantelijk omhooggehouden, het ruggemerg bengelt er nog aan. Volgens de makers, Acclaim Entertainment, bestaat de 'target market' van dit spel uit teenagers; het wordt gepromoot met een publiciteitscampagne van tien miljoen dollar.

Ziedaar wat er op deze marketplace te koop is. Wie schuwen niet om geld te verdienen door zulke dingen aan kinderen te verkopen? Zakenmensen.

De politiek dient zorgvuldig van die wereld gescheiden te zijn. Wat is het doel van de politiek? Ons te beschermen tegen zakenmensen, dat is het doel van de politiek. Ja, ook tegen idealisten, gelovigen en andere vijanden van de democratie, maar de hoogste prioriteit in de praktijk van de westerse samenleving is dat oudheden, kunst, wetenschap, welzijn en natuur niet worden opgeofferd aan zakenbelangen, die daartegen de grootste bedreiging vormen. Zeker, business is ook een bron van welvaart, maar aan die bekende protesten van: 'niemand hoeft ons te controleren omdat we ons zelf morele beperkingen opleggen' dient geen enkele aandacht te worden besteed ('wilt u soms zeggen dat u ons niet vertrouwt?' - 'inderdaad').

Niet alleen dus dat de Fransen groot gelijk hebben: volgens mij zijn we eenvoudig getikt als wij (ik bedoel ook landen zonder eigen filmindustrie) de Amerikanen vrij laten concurreren op ons Europese marktpleintje, waar nog een betrekkelijke onschuld heerst. Wat de Fransen (Duitsers, Engelsen, Italianen) zelf produceren mag niet zo indrukwekkend zijn, maar de vergelijking met Staphorst is misplaatst - een beter woord, het alternatief in aanmerking genomen, is ignoble. Waar de Amerikaanse concurrentie haar voorsprong aan dankt is het voortdurend overtroeven in wreedheid en geweld. Het element van kwade trouw dat daarbij in het spel is, is het doen of dat niet waar is.

'De Fransen of de Europeanen' schrijft Hofland, '(kunnen) zich verweren door de produkten van de eigen industrie zodanig te verbeteren dat ze concurrerend worden.'

Dit nu is pure hypocrisie. Niet verbeteren is daartoe het middel, maar aankomen met nog gemenere troep. Er zijn in feite twee dingen voor nodig: een opstelling die nog immoreler is, en een grotere filmindustrie (met de superieure technische perfectie die dat oplevert). Wat de vrije toegang van de Amerikanen op onze markt tot zelfmoord maakt is dat ze in ieder opzicht voordeliger kunnen concurreren. Programma's die in de VS zelf hun geld al hebben opgebracht kunnen voor afbraakprijzen naar de rest van de wereld worden geëxporteerd; als ze daarbij ook nog verlangen dat we onze eigen produktie niet subsidiëren wordt het of mensen die schieten op tamme konijnen in een hok ook nog het recht opeisen een mitrailleur te gebruiken.

Omgekeerd zit de Amerikaanse markt voor Europese film bovendien potdicht; het tweede element van kwade trouw is dat te ontkennen en buiten de discussie te houden. Om kort te gaan, een ander middel dan een stevige en wat mij betreft moordende invoerheffing op Amerikaanse amusementsproducten zie ik niet. Wie vindt dat dat censuur is, of een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting, moet dat maar eens argumenteren. Karel van het Reve heeft overtuigend betoogd dat er op deze regel geen uitzonderingen mogen bestaan: ik denk dat het nalaten van zo'n maatregel een bedreiging is voor de vrijheid van meningsuiting, maar ik ben bereid mijn mening te geven voor een betere.

Er zijn een paar mensen naar wier opinie ik in zulke gevallen nieuwsgierig ben, bijvoorbeeld die van Hans Ree, naar mijn overtuiging op het ogenblik met Brandt Corstius de briljantste (slimste, geestigste) columnist in Nederland. Ree's kort geleden verschenen Rode dagen en zwarte dagen (Veen) is een juweel waarin enkele hoogtepunten van zijn kunnen zijn opgenomen (over de filosofische elucubraties van Mulisch, over de bouwvakkers die zich met oorbeschermers beveiligen tegen het lawaai dat zij maken en dan hun popmuziek zo had aanzetten dat ze het toch nog kunnen horen, over Nolte, over wiskunde, over de opvoeding van kinderen, et j'en passe).