Kannibalisme

De beroemde popster Michael Jackson is in moeilijkheden geraakt. U weet het, ook de mensen die niet van pop houden weten het, ik weet het, iedereen weet het. Michael Jackson valt minder te vermijden dan onze minister president. Is er een straat opgebroken, komt er een auto met spontane jongeren voorbij, zit je in een taxi, is de buitenschilder aan het werk, eet je aan een stalletje een haring: tien tegen één dat je Michael Jackson hoort.

In het buitenland is het niet anders. Eerst zijn we door Michael Jackson beslopen. Hij was toen nog één van de Jackson Five die ik me herinner als streng gedresseerde kereltjes. Michael Jackson heeft zich toen verzelfstandigd, en achteraf bezien zijn daarmee de moeilijkheden begonnen. Eerst een waasje van geheimzinnigheid: hij had het een en ander aan zijn neus laten doen, had een lichtere kleur aangenomen, nog meer chirurgie. Van het soort zingen waarin de Jacksons zich specialiseerden was ik geen liefhebber en ik ben het steeds minder geworden. Het klinkt me als een ritmisch gehik en in die diagnose wordt ik bevestigd als ik de motoriek van de zanger erbij zie. Maar wie het mooi vindt zal ik niet misprijzen.

Hoe dan ook, ik zag dat het met Michael Jackson verder bergaf ging, de waas van geheimzinnigheid werd dichter, het nog steeds veranderende gezicht door een zonnebril aan de waarneming onttrokken en in de vakpers werd gemeld dat hij eenzaam was. Om zich een andere allure te geven hielp hij zieke kinderen in achtergebleven gebieden. Daardoor wist ik zeker dat het niet goed ging. Tegen popsterren die niet met geheime donaties uit hun onnoemelijke kapitalen maar door een concert ter plaatse zieke kinderen helpen heb ik een vooroordeel. Maar niet lang daarna verscheen hij bij Oprah Winfrey om alles uit de doeken te doen en de wereld haalde verlicht adem.

Uit dit alles zou men kunnen opmaken dat ik de carrière van Michael Jackson op de voet heb gevolgd, maar zoals gezegd: hij valt minder te vermijden dan wie ook. Van Bill Clinton weten we veel minder. Zelfs wie nooit iets over de popster heeft gelezen en dat ook niet wil, weet er alles van. Het nieuws over hem komt als de windvlagen die niemand kan ontgaan. Zo hoorden we ook dat Michael Jackson in een kliniek was opgenomen om te genezen van zijn verslaving aan pijnstillers. Het bericht versterkte mijn vaag gevoel van medelijden - het terloopse medelijden dat je kunt hebben met iemand die je verder koud laat, het medelijden dat gepaard gaat met de gedachte: Tja, eigen schuld.

Het was in een periode dat ik naar de Amerikaanse televisiejournaals keek. Cameramensen waren doorgedrongen in de gangen van de kliniek, ze wisten de gevel van het gebouw zodanig te filmen dat je de indruk kreeg: daar is meer aan de hand. De waas van geheimzinnigheid verdween en in plaats daarvan zagen we een waas van onheil. En toen, een week of vier geleden, verscheen de presentatrice van CBS, Michelle Marsh, op de beeldbuis, met een gezicht, nòg poeslief-meedogenlozer dan haar gebruikelijke. Om zeven uur zou alles over Michael Jackson worden onthuld. Zijn ontslagen bodyguards was het te machtig geworden; eindelijk hadden ze het stilzwijgen verbroken. In het programma Hard Copy verschenen de nog wat bedremmelde verraders.

De rest is de lezer bekend. De ene vriend van Michael Jackson na de andere diende zich aan om iets compromitterends ten beste te geven; familieleden volgden; zus, vader, moeder, allemaal met schijnheilig vertrokken bekken. Pepsi Cola, de sponsor van de popster, de fabrikant van frisdrank liet hem vallen, zijn vroegere huishoudster gaf hem de nekslag.

In januari komt Michael Jackson voor. Dan begint het proces waarin wel of niet datgene moet worden bewezen waarvan iedereen nu zeker weet dat hij er zich aan schuldig heeft gemaakt. Op dit punt gekomen vind ik het moeilijk, me niet aan moralisme te buiten te gaan. Maar wat zal het een festijn voor de kannibalen worden!

Hoort pop tot de kunst? Is die vraag nog van belang? De lotgevallen van deze popster, slachtoffer van alle publieke misère die een postmoderne verbeeldingskracht maar bedenken kan, zijn het materiaal voor een klassiek koningsdrama. De opkomst, de onderdanen die hem op de handen dragen, de grootheidswaan, het volksgericht, hoe een moeder haar kind vermoordt en onderdanen tot kannibalen worden.

Moralisme valt moeilijk te vermijden. De smaak van Pepsi bevalt me nog minder dan vroeger.