Kamer wil 5000 plaatsen meer in banenpool

DEN HAAG, 17 DEC. Het aantal plaatsen in banenpools moet eind 1994 met 5000 zijn uitgebreid. Deze wens heeft een meerderheid in de Tweede Kamer (PvdA, VVD, D66, GroenLinks, SGP, GPV en RPF) gisteren te kennen gegeven bij de behandeling van de begroting van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid. Alleen de CDA-fractie sloot zich niet bij het initiatief aan.

Minister De Vries verzet zich tegen dit voorstel, dat afkomstig is van het Kamerlid J. van Zijl (PvdA). De Vries houdt liever zijn handen vrij bij de onderhandelingen die hij met de gemeenten zal gaan voeren over de banenpools en de Jeugdwerkgarantiewet (JWG). Volgens de minister ligt hooguit een uitbreiding van 2500 plaatsen in de banenpools in het verschiet. Nu zitten er in de banenpool 20.000 plaatsen. Het gaat hier om tijdelijke banen bij gemeenten voor langdurig werklozen, die betaald worden met uitkeringsgelden. Uitbreiding van de banenpools met 5000 plaatsen kost het rijk 35 miljoen gulden per jaar.

De Vries wil liever voorrang geven aan het beschikbaar komen van arbeidsplaatsen voor jongeren die onder de JWG vallen (dat is het geval als ze na een half jaar nog altijd werkloos zijn). Hij vreest dat zich op dit terrein de komende jaren tekorten gaan voordoen als de gemeenten niet alles op alles zetten om werk voor JWG'ers te vinden.

De Vries vreest bovendien voor de “grensvervaging” die dreigt tussen reguliere banen en additioneel werk, zoals banenpools. Als vaststaat dat banenpoolers maatschappelijk gewenst werk doen - zoals dat bijvoorbeld geldt voor tramconducteurs die op deze manier aan het werk zijn gekomen, moeten ze op normale manier worden betaald, vindt De Vries. De kans dat banenpoolers gewone banen verdringen wordt alleen maar groter, aldus de minister, als het aantal plaatsen in de banenpools van jaar tot jaar wordt uitgebreid.

De minister kondigde “een stevig gesprek” met de gemeenten aan over het dreigende tekort aan JWG-plaatsen, dat hij haaks vindt staan op hun verzoek om uitbreiding van de banenpools. Door nu al uit te spreken dat de banenpools worden uitgebreid - zoals de Tweede Kamer dus wil - “begin ik aan het verkeerde einde van het touw”, zei de bewindsman. Kamerlid Van Zijl bracht daartegen in dat de minister dit dilemma zou kunnen vermijden door de uitbreiding van de banenpools slechts te realiseren in die gemeenten die ook aan hun verplichtingen voor de JWG voldoen.