Jan Mulder

Jan Mulder: Zij gingen de lucht in als engelen met heimwee. Uitg. Meulenhoff, ƒ 34,50.

Jan Mulder (Medan, 1940) debuteerde in 1991 met Jacob's wapen. Die roman begint met de aanval op Pearl Harbour en eindigt - na het sobere verslag van een getroebleerd jongensleven - met de zin: 'Langzaam liep ik op haar toe en liet me omsluiten door haar gloeiende, witte vleugels'. Nu heeft Mulder een boek over 'de kunst van het vliegen' geschreven: Zij gingen de lucht in als engelen met heimwee. Hoewel veel schilderachtige pioniers aan bod komen, is het geen essaybundel vol heroïek. Zij gingen... is vooral een case-study van 'mannen in hun eenzame zoektocht' die het neerstorten, het falen tot kunst wisten te verheffen. Typerend voor Mulders deels bewonderende deels ontluisterende blik is, dat de bundel eindigt met een faction-verhaal over Japanse zelfmoord-piloten. Dat mag - als uitkomst van Icarus' droom - gerust een cynisch slot heten. Toch is Mulder op z'n best als hij in zijn bonkige taal verslag doet van bezoekjes aan verlaten en vervallen historische luchtvaart-plekken. Op een van die plaatsen treft hij drie 'in schutkleurige kleding verpakte' vogelliefhebbers aan. Zijn oude verhalen kunnen deze 'ecologisch gezuiverde' jongeren gestolen worden: zij richten hun verrekijker liever op 'de Amerikaanse snip' en de 'groengebefte poelruiter'.