Ischa Meijer

Ischa Meijer: Mijn lieve ouders. Uitg. Prometheus, ƒ 16,90.

Ischa Meijer: Spitsuur in de hel. Uitg. Prometheus, ƒ 24,90.

Weinig columnisten hebben zo snel hun definitieve vorm gevonden als Ischa Meijer in zijn Dikke Man-serie, die dagelijks in Het Parool verschijnt en de enige plek is waar Meijer nog wel eens mensen laat uitpraten. Ook de nieuwste bundeling Dikke Mannen, Spitsuur in de hel, verrast geen moment: weinig uitschieters, weinig zwakke exemplaren; gewoon een constant, vrij hoog niveau.

Dat wil niet zeggen dat er geen variatie is; een van de aardige kanten van de columns is juist, dat de 'stemming' van dag tot dag wisselt. Heeft de Dikke Man geen zin om z'n mond open te doen, dan doet hij z'n mond niet open. Is hij in een bui om te mopperen, te jennen of wat te snotteren, dan doet hij dat. Daarin lijkt hij op al die Amsterdammers die Meijer uit de menigte van 'het Jeruzalem van het westen' plukt en in een paar streken portretteert. Zo ontstaan er op papier dagelijks alledaagse ontmoetingen, waaruit toch een mooi, gevoelig deuntje opklinkt. 'En ze proostten, woordeloos, op godweetwat.'

Tegelijkertijd verscheen Mijn lieve ouders, waarin De Dikke Man aan het hannesen is met zijn verdriet over de dood van zijn ouders. Het ligt voor de hand om te zeggen dat deze stukjes van een ontroerende naaktheid zijn; maar dat zijn ze, zeker in het licht van Meijers Brief aan mijn moeder, wel.