Hugo Bousset

Hugo Bousset: De Gulden Snede - Over Nederlands proza na 1980. Uitg. Meulenhoff/Kritak, ƒ 39,90.

De Gulden Snede van de Vlaamse hoogleraar Moderne Nederlandse Literatuur Hugo Bousset is een essaybundel met een stelling. De Noord- en Zuidnederlandse literatuur van de laatste 20 jaar zouden veel meer met elkaar gemeen hebben dan menigeen denkt. De gedachte van 'menigeen' is dan, dat in Vlaanderen het experimentele proza de toon aangeeft en in Nederland het traditionele. Dat, betoogt Bousset, is schijn. 'Ander proza' heeft in Nederland wel degelijk school gemaakt.

Ook auteurs als A.F.Th. van der Heijden, Atte Jongstra, P. F. Thomése, Marcel Möring en M. Februari, stelt Bousset, weigeren de lezer op te zadelen met een 'af' wereldbeeld. En in de vorm doen ze eveneens een beroep op de 'creativiteit' van de lezer. Dit in tegenstelling tot de leveranciers van 'versteende perfectie' als Jeroen Brouwers en Maarten 't Hart.

Hoewel er op Boussets prettig enthousiaste analyse weinig aan te merken is - beetje veel 'gelaagdheid' en 'intertekstualiteit' misschien - is zijn benadering uiteindelijk onvoldoende vruchtbaar. Daarvoor is zij te schematisch. Teveel academische bezetenheid van overeenkomsten, te weinig oog voor de verschillen in stijl. Terwijl op dat gebied het antwoord ligt op de enige vraag die écht interessant is: waarom is dat nieuwe, vermeend 'experimentele' proza zoveel genietbaarder dan het oudere?