'Het kan haast geen stagiaire zijn...'

Wie jonger is dan dertig jaar en niet van het mannelijk geslacht, blijkt als economisch journalist maar zelden serieus over te komen. Voorzitters van de raden van bestuur fronsen bij binnenkomst van de vrouwelijke redacteuren de wenkbrauwen, mannelijke gesprekspartners zien je doorgaans aan voor stagiaire en zelfs vrouwen laten wel eens een steekje vallen.

Enkele weken geleden kwam ik onverwachts de bestuursvoorzitter van een Nederlands beursfonds tegen, die ik een paar maanden daarvoor had geïnterviewd. Hoewel het gesprek destijds in mijn ogen zeer serieus was verlopen, bleek de heer in kwestie daarover andere gedachten te hebben. Nadat wij de kennismaking hadden vernieuwd introduceerde hij mij op gepast bekakte toon bij een - eveneens mannelijke - metgezel als “het lieve meisje dat mij tijdens een interview wel een uur lang met die mooie blauwe ogen heeft zitten aankijken”.

Erger nog was de meneer van het farmaceutische bedrijf die mij na het interview even met de auto naar het station bracht - en van de gelegenheid gebruik maakte om voorzichtig lichamelijk contact te zoeken. “Je kunt me altijd bellen als je hulp nodig hebt bij het schrijven van je verhaal, hoor. Ik kan me heel goed voorstellen dat zoiets voor zo'n jong meisje nog heel moeilijk is”, zei de man toen hij ten afscheid even zijn arm om me heen legde.

Heren - dames kom je nauwelijks tegen in de economie - kunnen vreemd reageren op de komst van jonge vrouwelijke redacteuren. Neerbuigend of vaderlijk, handtastelijk of afstandelijk, tergend charmant of recht voor zijn raap. Vrouwen in de economische journalistiek zijn dan ook een niet alledaags verschijnsel. Zo telt de redactie economie van NRC Handelsblad twintig journalisten, onder wie één vrouwelijke chef en drie verslaggeefsters. Zij houden zich bezig met de chemische en farmaceutische industrie, internationale economie en sociale economie.

Na afloop van een interview willen de meeste mannen weten “hoe lang u al bij de krant zit”. De leukste reactie op het antwoord dat dat toch al weer een jaar of wat is, kwam van een oudere heer die zei: “Ik dacht al, het kan haast geen stagiaire zijn, want ze blijft zo doorvragen.” Ook tijdens het uitwisselen van visitekaartjes met de - meestal in stemmig grijs of donkerblauw gehulde - heren gaat het mis. Standaard volgt de opmerking “Oh, u heeft gestudeerd, Nederlands zeker of sociologie?” Op het antwoord “bedrijfseconomie” blijft het meestal stil.

Niet alleen het geslacht, ook de leeftijd speelt ons danig parten. Neem die lezing onlangs, bij een respectabel gezelschap van keurige heren en een enkele dame. Je verschijnt er netjes in rok en wordt door een eveneens aanwezige collega voorgesteld aan een van de mannen. Die haalt zijn sigaar uit de mond, neemt je van top tot teen op en zegt dan op grootvaderlijke toon: “Zo juffrouw, dus u leert het vak bij het Handelsblad?” Na afloop van de bijeenkomst raadt de collega aan een mantelpakje aan te schaffen.

Want kleren maken de vrouw. Een chique plooirok met bijpassend jasje scheelt visueel al gauw een paar jaar. Alleen in de sociale economie biedt een dergelijke outfit niet altijd uitkomst. Daar werkt een rok soms belemmerend. Wie wil voorkomen dat de stakende havenarbeiders uitsluitend over je benen praten en niet over de dreigende ontslagen, trekt daarom een dikke spijkerbroek aan.

Maar ook een spijkerbroek en een dikke, vormeloze trui kunnen niet voorkomen dat de komst van een vrouw op een met mannen gevulde werkvloer opzien baart. Een student van de School voor Journalistiek, die ik tijdens de staking in de suikerverwerkende industrie ontmoette, viel het op. “De hele kantine valt stil als je binnenkomt”, mompelde hij vol verbazing. En inderdaad, zestig mannen staarden naar de deur.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat vrouwelijke journalisten ook op de eigen redactie niet altijd serieus worden genomen. Die ene respectabele columnist bijvoorbeeld. Je stelt je voor met naam en functie, maar het dringt niet tot hem door. Nog geen vijf minuten later komt hij naar je toe en vraagt: “Ach juffrouw, wilt u zo vriendelijk zijn van die gele velletjes voor mij te bestellen?”

En wat te denken van de nieuwe secretaresse op de redactie economie. Bij het zien van vier vrouwen achter de Rotterdamse beeldschermen liet zij zich verbaasd ontvallen: “Goh, wat werken er veel secretaresses hier!”