'Half uurtje meer helpt ons er bovenop'

Niet verkorting maar verlenging van de arbeidstijd in de industrie is de manier om de economische crisis het hoofd te bieden. Pieter Winsemius, ex-VVD-minister, lanceert een alternatief: “Een half uurtje per dag extra werken. Dat zou een grote stap voorwaarts zijn.”

AMSTERDAM, 17 DEC. Het is een voorval waarover Pieter Winsemius graag uit de ministerraad klapt.

“Arbeidstijdverkorting was een heilig doel van de CDA/VVD-regering waarin ik vanaf 1982 zitting had. Ook de vakbeweging omarmde die 'oplossing' voor de werkloosheid. Ik vond het eerlijk gezegd een tikje mal. Sterker: het tegenovergestelde - langer werken - leek me toen al verstandiger. Mijn mening was via-via tot het kabinet doorgedrongen, en op een gegeven moment kwam het punt in de beslotenheid van de Trèveszaal aan de orde. Ik zat tijdens vergaderingen van de ministerraad altijd naast Jan de Koning van Sociale Zaken, een even bezonnen als knappe man. 'Ach', sprak hij, 'het is niet zo erg dat collega Winsemius dit soort dingen uitkraamt - zolang hij maar beseft dat-ie binnen ons gezelschap een roepende in de woestijn is.' Ik bleek inderdaad alleen te staan. Maar het briefje dat ik hem na zijn woorden toeschoof, herinner ik me nog goed: “Jan, kijk uit. Jij zou moeten weten dat de mééste zieners zijn begonnen in de woestijn.”

Pieter Winsemius, prominent liberaal, co-auteur van een recent VVD-verkiezingsprogramma en firmant van het invloedrijke adviesbureau MacKinsey & Company, zegt “als geen ander” te weten hoe slecht de Nederlandse economie ervoor staat. “De statistieken wijzen uit dat het bruto nationaal produkt per hoofd van de bevolking de laatste tien jaar achteruit is gehold. Als dit land een voetbalclub zou zijn, waren de laatste drie trainers er stuk voor stuk uitgeschopt. Van een rijke topclub veranderen we zo langzamerhand in een ordinaire middenmoter.”

“Ingrijpende maatregelen zijn onontkoombaar. Maar is het niet een beetje vreemd dat men zich al een decennium concentreert op arbeidstijdverkorting? Om de vergelijking met voetbal door te trekken: dit is een redden-wat-jeredden-kan-tactiek, een behoudzuchtige, defensieve opstelling, een soort economisch catenaccio. Er gaan geen aanvallende impulsen vanuit die ons werkelijk winst kunnen opleveren. Het is in feite een methode om de pijn te verdelen.”

“ATV heeft bovendien in de meest letterlijke zin haar prijs. Bedrijven die het werk verdelen over meer mensen dan feitelijk nodig zijn, worden duur. Je maakt de infrastructuur van je onderneming complexer - meer bureaucratie, meer organisatiewerk, meer gedoe -, en dat kost gewoon geld. Terwijl de afspraak toch was dat we er zo hard mogelijk naar zouden streven goedkoper te worden.”

Sommige geharnaste voorstanders van arbeidstijdverkorting, constateert Winsemius, keren in de praktijk van hun 'dwaalweg' terug. “Marcel van Dam - die ik hoog heb, daar niet van - proclameerde ooit namens de PvdA in alle ernst het streven naar een 25-urige werkweek. Dat was de redding van de wereld! VARA-werknemers zouden voor hem op de knieën vallen wanneer hij als omroepbaas óók zoiets zou roepen, maar dat zit er even niet in. De VARA-employé die er op het ogenblik over durft te beginnen, kan waarschijnlijk onmiddellijk een andere betrekking gaan zoeken.”

Pag.14: Nederland komt er zó bovenop

De Westerse economieën, doceert de McKinsey-firmant, staat voor een survival of the fittest-achtig gevecht. “Het wordt pompen of verzuipen. In het verleden zijn Europa en de VS verrast door de Japanse vloedgolf. We reageerden daarop door het aanleggen van tariefdijken, door importheffingen die we nu in het kader van de GATT afschaffen. Terwijl de liberalisering van de wereldhandel zich voltrekt, zien we nieuwe schuimkoppen op ons afkomen vanuit lage-lonengebieden als Oost-Europa, Latijns Amerika en Zuidoost-Azië. Vooral China komt eraan - daar maken ze echt niet alleen meer van die leuke pingpongballetjes. De Polen, Brazilianen en Chinezen leveren redelijke produkten, en ze leveren die stukken voordeliger dan wij. Als we onze fabrieken niet en masse willen zien verhuizen naar andere delen van de wereld, als we onze werkgelegenheid niet willen inleveren, als we niet het risico willen lopen plat te worden geconcurreerd, dan zit er maar één ding op: onze kosten drukken. Welnu, de beste optie is in mijn ogen arbeidstijdverlenging.”

Begin dit jaar stipte Winsemius zijn idee al aan in het maandblad Avenue. De ex-minister: “We moeten proberen per produkt - per gemaakte tennisbal, per muizeval, per asbak, maakt niet uit - iets van onze prijzen af te halen. Hoe doe je dat? Niemand voelt voor loonsverlagingen van een procent of tien - al zou dat eigenlijk nodig zijn.

“Een andere mogelijkheid is dat we ons hoge salaris behouden maar voor hetzelfde bedrag iets meer werk gaan doen. Goed, waarin resulteert dat dan? Rekenen we uit. Heel eenvoudig: als jij voor een bepaalde som geen acht maar achteneenhalf uur arbeid verricht, word je éénzestiende oftewel ruim zes procent goedkoper. Dat geldt vanzelfsprekend ook voor de produkten die uit je handen komen: je kammetjes, je weegschalen, je schepen, je bier, je medicijnen. Maar laten we niet overdrijven: er staan wat extra kosten tegenover. De machines draaien tenslotte óók dertig minuten langer door. Conclusie: de besparing bedraagt geen zes maar vijf procent. Internationaal gezien sleutel je daarmee je concurrentiepositie in één klap naar boven.

“De Japanners hebben in de periode na de Tweede Wereldoorlog niets anders gedaan dan ontzettend veel uren per dag kei- en keihard werken. Je kunt moeilijk volhouden dat het geen successen heeft voortgebracht. Niet dat we hier zo beestachtig van leer moeten trekken als de Japanners. Ik praat over een half uur per dag, dat is alles.”

Winsemius vraagt zich af “of het nou zo'n ramp is, dagelijks twee kwartiertjes extra werken”. “Niks om over te miauwen, dunkt mij. Denkt u dat er ook maar iemand slapeloze nachten van krijgt? Mijn inschatting is dat weinigen het een onoverkomelijk offer vinden. En wat een kleine stap achteruit voor de werknemers zou zijn, kan een grote stap voorwaarts betekenen voor de Nederlandse economie. Op den duur vaart iedereen daar wel bij. Combineer je de topkwaliteit die onze produkten hebben met redelijke prijzen, dan doe je écht wat aan je afzetprobleem. Ach, het is de bekende kettingreactie, het standaardverhaal: goedkopere spullen vergroten de verkoop, verkoop roept investeringsbereidheid op en creëert werkgelegenheid, etcetera. Ik heb het eerder gezegd: als Nederland het wil, komt het er zó bovenop. Fluitend.”

Hij waant zich 'geen profeet', maar het toeval wil dat Duitse werkgeversorganisaties, kort nadat hij er voorzichtig in Nederland over begon, 'met arbeidstijdverlenging kwamen aandragen'. Winsemius: “Dat gaf een hoop consternatie, al gebeurde er weinig mee. Een week of twee geleden las ik dat de halfgeleider-divisie van Philips in Nijmegen de werkweek wil uitbreiden naar 42 uur. Dat je in de electronica-hoek iets à la mijn model ziet opduiken, vind ik logisch. Op dat terrein is de concurrentie wereldwijd moordend, daar gaat het om prijsverschillen van een paar dubbeltjes, daar staan zelfs de Japanners onder druk.”

“Een van mijn McKinsey-collega's stuitte onlangs op een 'verzwegen' geval van arbeidstijdverlenging. Bij een groot bedrijf, dat ik niet kan noemen, overwoog men het vervoer van de produkten uit te besteden. De transportdienst van die fabriek kon alleen behouden blijven als de werknemers genoegen namen met lagere lonen óf - en dat kreeg de voorkeur - meer uren voor hetzelfde geld wilden maken. Waarom liep het zo? Omdat de directie had ontdekt dat zulk werk behoorlijk wat minder zou kosten indien onafhankelijke vervoerders werden ingeschakeld. Die kijken niet op een uurtje meer of minder.”

Andere illustratie. Bij AKZO en DSM kennen ze geen divisies meer die door de Raad van Bestuur worden aangestuurd, nee, ze hebben een trits business units in het leven geroepen, onderneminkjes die verantwoordelijk zijn voor de eigen handel en wandel. Wat zie je gebeuren? De leidinggevenden beginnen te werken als kleine zelfstandigen - met alle voordelen vandien. Ze maken dus ook meer uren dan vroeger. Niet alleen de bazen van die business units, óók de staven die hen omringen. De vraag is nu of dat zal doorsijpelen naar de produktie-eenheden, de verkoopafdelingen. Lukt dat, dan ontstaat automatisch de methode die ik propageer. Ik wil niet overkomen als een zendeling die met zijn economische boodschap leurt, maar ik ben zo vrij er het mijne van te denken en te zeggen: arbeidstijdverlenging is op den duur onvermijdelijk. Zeker in sectoren van de Nederlandse industrie die te kampen hebben met sterke buitenlandse prijsconcurrentie. Je hebt het dan bijvoorbeeld over producenten van consumentengoederen: de electronica-boys, de makers van voedingsmiddelen, bier, kleding. Maar ook de chemie-reuzen ontkomen er niet aan.''

Winsemius zegt niet over het hoofd te zien dat 'er bedrijven zijn die een heel ander probleem hebben dan een prijsprobleem'. “Bepaalde industrieën kunnen hun zaakjes niet meer kwijt omdat er op dat specifieke terrein simpelweg overcapaciteit bestaat. Personenwagens verkopen beroerd - vanwege de recessie 'staken' de kopers. Bij gebrek aan marktvraag heeft de auto-industrie geen objectieve kans de afzet te verbeteren. Hoe scherp de prijsstelling ook mag zijn: daar is geen kruid tegen gewassen. Bij die bedrijven vind je de enige zinvolle variant van arbeidstijdverkorting: niet de bestaande hoeveelheid werk over meer mensen verdelen, maar de minderende hoeveelheid werk verdelen over het bestaande aantal werknemers. Volkswagen pakt het zo aan. Daar schroeven ze de produktie twintig procent terug, en laten ze iedereen niet vijf maar vier dagen werken - met inlevering van éénvijfde van het loon. Het alternatief was veel erger: bijltjesdag, massa-ontslagen.”

In mijn model kan zo'n benadering - overigens eerder uitzondering dan regel - best een keer náást arbeidstijdverlenging voorkomen. De meeste Nederlandse deskundigen zullen deze visie wel afdoen als overgecompliceerd. Wij hebben iets stijfs, we zijn er nu eenmaal niet zo goed in twee ogenschijnlijk tegendraadse dingen tegelijkertijd te doen. Ik geef toe dat het moeilijk te verhapstukken is, maar gegeven de huidige economische ontwikkelingen moet je wel naar allerlei flexibele regelingen toe.''

Hij verwacht dat de ontvangst van het plan-Winsemius in Den Haag en het bedrijfsleven 'niet bijster positief' zal zijn. “Men noemt het vast 'erg boeiend' - en gaat dan weer over tot de orde van de dag.” De opmerking dat vakbonden er niet zijn om juichend voorstellen te becommentariëren die de leden zouden komen te staan op een uur of vier extra werk in de week zónder navenante vergoeding, schiet de ex-minister in het verkeerde keelgat. “Poeh, dan dicht u de vakbonden een minder verheven taak toe dan ik. Vakbonden horen verder te kijken dan hun neus lang is. En dat zullen ze waarschijnlijk ook dóen. Ze zijn er niet alleen voor pure belangenbehartiging op de korte termijn, ze zijn ook medeverantwoordelijk voor de structuur der dingen. Als je de lange termijn voor ogen hebt, als je serieus streeft naar behoud van werkgelegenheid, kun je arbeidstijdverlenging onmogelijk 'sociaal onacceptabel' noemen. Het doet misschien pijn, maar uiteindelijk is het helend.”

“Vakbonden overschatten naar mijn gevoel het belang dat hun leden hechten aan arbeidstijdverkorting. Menig werknemer weet nauwelijks wat hij aan moet met die allemachtig grote sloot vrije tijd. Leg mensen nou eens de keus voor: loon naar beneden en even lang werken of loon blijft hetzelfde maar iets langer werken. Wedden dat de meerderheid voor het laatste kiest?”

“Ik beweer niet dat mijn plan louter voordelen heeft. Maar de vraag is: wat anders? Hoe zorgen we er dán voor dat we in de mondiale strijd genoeg brood op de plank houden? Hoe zorgen we er dán voor dat we deel zullen uitmaken van het groepje overlevers? Ik heb een geweldig respect voor mensen, en dus denk ik: als men een beetje over mijn voorstel nadenkt, komt men vanzelf tot de conclusie dat het weleens een aardige gooi kan zijn. Als de lui gaan nadenken, hoor.”